graaftelJournalisten zijn snel tevreden, zeker als het over cijfers gaat. Ze zijn al blij als ze de getallen goed opschrijven, de komma goed neerzetten, en aan het verschil tussen miljoen en miljard denken. Ze vergeten zich af te vragen of de cijfers kunnen kloppen, of ze niet wat concreter kunnen worden gemaakt, en of er niet weer meer reliëf en context bij kan.

Neem, betrekkelijk willekeurig, een bericht als op dinsdag 17 november in NRC Handelsblad verscheen. Het hele bericht, onder de kop ‘Babysterfte onder allochtonen hoger’, luidde: ‘Babysterfte onder niet-westerse allochtonen van de eerste generatie was in de periode 2004-2005 ruim de helft hoger dan bij kinderen van autochtone moeders. Dat blijkt uit cijfers die het CBS gisteren heeft gepubliceerd. Van niet-westerse allochtone moeders van de eerste generatie stierven ruim dertien baby’s op elke duizend pasgeborenen. Bij autochtone moeders was dit bijna negen per duizend. Vooral onder kinderen van Antilliaanse, Arubaanse of Surinaamse moeders was de kindersterfte hoog.’

Zoals gezegd, de meeste berichten geven zelfs geen cijfers, dus we zouden al heel gelukkig kunnen zijn, maar de vraag blijft: wat heeft dit te betekenen? Hoe komt het dat de babysterfte onder allochtonen zoveel hoger is? Weten ze de weg naar het ziekenhuis niet te vinden? Bevallen ze vaker in het ziekenhuis? Roken ze meer, of hebben Zuid-Amerikaanse baby’s altijd al een hoger sterfterisico, bijvoorbeeld door een laag geboortegewicht?

Verontwaardigd
De krant meldt de cijfers zonder zich een moment te verdiepen in de achtergrond, de herkomst of de bedoeling van de cijfers: ze zijn losgeslagen van de werkelijkheid en dobberen doelloos rond, klaar om opgepikt te worden door wie er wat mee wil. Terwijl er een hevige discussie in verloskundig Nederland woedt over de perinatale sterfte en iedereen elkaar zowat naar het leven staat, biedt de krant een geïsoleerd, bijna vijf jaar oud drijfcijfer. Alleen omdat het CBS twee bestaande bestanden heeft samengevoegd.

Het zijn berichten als ‘Afscheidsfeest wethouder kostte twee ton’, of ‘Overschot handelsbalans 3% omhoog’. Er zijn wel cijfers, maar het blijft onduidelijk of ze iets betekenen, laat staan of we er verontwaardigd over moeten zijn. Hoeveel kosten andere afscheidsfeesten, is een overschot gunstig of ongunstig voor ons land, en hoeveel fluctueert zo’n balans normaal gesproken?

Twee triljoen sigaretten
Cijfers zijn abstract — daarom zijn ze zo handig — maar een van de belangrijkste taken en hulpmiddelen van journalisten is nu juist, die cijfers concreet te maken. In plaats van te spreken over een gebied van 0,7 hectare, zeggen wij ‘een terrein zo groot als een voetbalveld’. Van 16 miljoen euro subsidie maken wij liever 1 euro van iedere Nederlander. Daarmee worden cijfers, als het goed wordt gedaan, begrijpelijker en hanteerbaarder. Wie een verhaal over de Chinese tabaksindustrie kopt ‘Verslaafd aan twee triljoen sigaretten’ heeft niet eens nagerekend hoeveel sigaretten een Chinees dan per jaar rookt.

Daarnaast is het goed cijfers reliëf te geven. Een stadstuin ter grootte van een voetbalveld is enorm, maar op de Veluwe zegt het niet zoveel. Ook aan andere zaken wordt overheidsgeld besteed, enig vergelijkingsmateriaal zou welkom zijn. Als het aantal autodiefstallen dit jaar ‘sterk’ is gestegen, willen we ook wel horen hoe het in de voorgaande jaren was — misschien was vorig jaar toevallig een dieptepunt, of is er slechts sprake van een toevalsfluctuatie.

Loverboys en griepvaccins
En cijfers hebben, het kan niet vaak genoeg worden gezegd, een bedoeling. Cijfers komen niet uit de lucht vallen, ze zijn zorgvuldig geselecteerd, geprepareerd, voorgekookt en knapperig opgebakken. Soms op verantwoorde wijze, maar soms op een manier die bedoeld is om te misleiden. Cijfers spelen nu eenmaal een rol in de communicatie alleen al omdat het cijfers zijn. Bij het creëren van hypes — van loverboys tot griepvaccins — komen vrijwel altijd oncontroleerbare maar imponerende cijfers om de hoek kijken. Wie cijfers kan noemen, is kennelijk ingevoerd in de materie.

Niet vergeten moet worden, dat cijfers ook van zichzelf een objectieve indruk maken, en ook mede daarom gehanteerd worden. Cijfers en tabellen, statistieken en p-waarden, dienen om autoriteit te vestigen of te handhaven. Een ziekenhuis dat bovenaan prijkt op de lijst prestatie-indexen heeft in ieder geval zijn reputatiemanagement op orde — of het er voor patiënten goed toeven is, blijft de vraag.

Cijfers zijn, zoals Volkskrant-columnist Bert Wagendorp al eens zei, ‘het zelfrijzend bakmeel van de journalistiek’: in elk rapport met drie statistieken zit nieuws. Wij houden van cijfers, maar staan er nogal weerloos tegenover. Nu is het voor goede journalistiek volstrekt niet nodig om de standaarddeviatie en de chi-kwadraat te kunnen berekenen — net zo min als het voor goede journalistiek nodig is om alles van Hermans en Reve gelezen te hebben — maar het is, denk ik, wel belangrijk om te begrijpen waar cijfers vandaan komen, welk belang ze dienen en in welke samenhang ze gezien moeten worden. Wat dat betreft verschillen cijfers niet van andere nieuwsfeiten: wij zijn ervoor om ze tegen het licht te houden, van context te voorzien, en voor de lezer begrijpelijk te maken. Er zou al veel gewonnen zijn als we bij elk cijfer in het nieuws even stilstaan en ons afvragen wat het precies te betekenen heeft.

Al 6 reacties — discussieer mee!