telefoonHet was dat Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden en lid van de Raad van de Journalistiek, maandagavond aanwezig was bij het VVOJ-café over de toelaatbaarheid van het opnemen van telefoongesprekken door journalisten, want anders was het een saaie discussie geworden. De aanwezige journalisten waren zonder uitzondering voor de mogelijkheid om zonder het te zeggen telefoongesprekken te kunnen opnemen. Alleen Blanken had twijfels.

Aanleiding voor de bijeenkomst ‘Opnemen of afkeuren‘ was een uitspraak van de Raad voor de Journalistiek in een zaak die was aangespannen tegen NRC-journalist Joep Dohmen. Dohmens tegenpartij maakte tijdens de zitting bezwaar tegen de opnames die Dohmen had gemaakt.

Het bedrijf dat de klacht aanhangig had gemaakt bij de Raad, beweerde tijdens de zitting dat Dohmen een medewerker onder druk had gezet. Een ‘grove aantijging’ en bovendien niet waar volgens de NRC-verslaggever. “En ik kon dat bewijzen, want ik had een bandopname gemaakt.” Toen hij dat tijdens de zitting vertelde, diende de tegenpartij meteen een extra klacht in bij de RvJ. Dohmens verweer dat het opnemen van telefoongesprekken gewoon is toegestaan in Nederland, kon de Raad niet vermurwen: Dohmen werd op de vingers getikt.

Levensverzekering
De uitspraak van de Raad leidde tot de nodige beroering en kon maandag maar op weinig begrip rekenen. Over de juridische toelaatbaarheid van het opnemen van telefoongesprekken had Dohmen in ieder geval groot gelijk, vertelde advocate Christien Wildeman. “Er is geen juridisch verschil tussen het maken van aantekeningen en het opnemen van een gesprek.”

Veel van de bij de bijeenkomst aanwezige journalisten meenden dat een opname de betrouwbaarheid van de berichtgeving ten goede komt. Het is mogelijk om preciezer te citeren. Je kunt nog eens goed terugluisteren wat iemand gezegd heeft en er eventueel een collega bijhalen om één en ander goed te duiden. Bovendien kunnen uitspraken die aanvankelijk niet van belang lijken, later toch van pas komen. En dan is het prettig als je het gesprek hebt opgenomen.

Volgens Dohmen kunnen opgenomen gesprekken ook dienen als ‘levensverzekering’. Als een geïnterviewde later (bijvoorbeeld bij de rechter) beweert dat hij een bepaalde uitspraak niet heeft gedaan, dan is het met behulp van een opname mogelijk om het ongelijk van die persoon aan te tonen. Wildeman: “In veel zaken wordt de bewijslast toch bij jou als journalist gelegd. Dan is een bandopname fantastisch.”

Krantengeneratie
Leve de bandopname, zou je dus zeggen. Maar daar was Henk Blanken het niet mee eens. Hij herhaalde de kritiek die hij eerder al verwoordde in zijn blogpost ‘Heimelijk opnemen schaadt de journalistiek‘. Bestaat er wel draagvlak voor het opnemen van gesprekken onder de nieuwsconsumenten, zo vraagt Blanken zich af.

Voor wat betreft de jongeren, de Google-generatie, heeft Blanken geen twijfel: die vinden het vanzelfsprekend dat zaken worden opgenomen. Maar hoe zit het met de ouderen, de ‘krantengeneratie’? “Voelen die zich niet betrapt en bedonderd als ze worden opgenomen terwijl ze dat niet weten?” Blanken denkt van wel. “Maar als blijkt dat het publiek geen probleem heeft met het opnemen van gesprekken, dan geef ik mijn verzet direct op.”

Blanken hield de aanwezigen voor dat ze zich moeten verplaatsen in degene wiens uitspraken heimelijk worden opgenomen. “Een persoon formuleert anders als hij weet dat het gesprek wordt opgenomen.” Volgens radiomaker Huub Jaspers (Argos) is dat nu juist het probleem. “Wanneer is de kans nou groter dat iemand de waarheid vertelt? Dat is op het moment dat iemand niet direct de impact overziet.”

Zorgvuldig
Jaspers (Argos) denkt dat burgers journalisten juist wantrouwen omdat ze slordig zijn. En die slordigheid kun je tegengaan door bandopnames te maken. En de (heimelijk gemaakte) opnames worden normaal helemaal niet openbaar. Dat gebeurt pas als iemand iets beweert dat in strijd is met wat hij eerder op band heeft gezegd.

Jaspers vindt wel dat journalisten zorgvuldig moeten omgaan met opgenomen gesprekken. Zij moeten zich bijvoorbeeld afvragen hoeveel schade ze iemand kunnen berokkenen door iets met de opgenomen gesprekken te doen.

Jaspers vertelt degene aan de andere kant van de lijn bijna nooit dat het gesprek wordt opgenomen. “Maar ik stel me wel voor.” Jaspers vertelt dat hij journalist is en dat hij voor de VPRO-radio werkt.

Als algemene regel geldt bij Argos dat opnemen altijd mag, maar dat uitzenden alleen gebeurt met toestemming. Alleen bij hoge uitzondering kan van deze regel worden afgeweken. “Maar ik kan me niet herinneren dat we dat ooit hebben gedaan.”

Ontslagen
Wat Argos wel doet, is opgenomen gesprekken uittikken en vervolgens naspelen. Het onderzoeksprogramma deed dat onder meer bij een uitzending over Nederlandse banken die via hun filiaal in Zwitserland de mogelijkheid boden om zwart geld op een rekening te parkeren.

In een officiële reactie verklaarden de banken dat ze verdachte transacties altijd melden. Toen de radiomakers de Zwitserse banken vervolgens onder valse naam opbelden, bleken die het toch niet zo nauw te nemen met die regel. “‘Al komt u hier met miljoenen…’, kregen we te horen”, aldus Jaspers.

Voor één van de gebelde bankmedewerkers in Zwitserland kreeg de uitzending nog een staartje. Hoewel Argos diens stem niet liet horen en het gesprek naspeelde, kon de bank toch achterhalen wie dat gesprek met het radioprogramma gevoerd had. Hij werd vervolgens ontslagen.

Maarten Reijnders

Al 2 reacties — discussieer mee!