raadjournalistiekKleine kans dat de negenjarige Tilburgse jongen die als enige de vliegtuigramp in Tripoli overleefde, ooit naar de Raad voor de Journalistiek of de rechter zal stappen om zijn beklag te doen over het gedrag van journalisten, in het bijzonder die van De Telegraaf. Het kind heeft – zo lijkt me – wel wat anders aan z’n hoofd en een juridische gang zou alleen maar meer aandacht op zijn persoon vestigen. De Raad voor de Journalistiek zou de zaak niettemin moeten aangrijpen om – eindelijk weer eens – een ambtshalve uitspraak te doen. Niet om te oordelen over De Telegraaf – de krant veegt waarschijnlijk zijn gat af met een uitspraak – maar wel om weer argumenten op een rij te zetten hoe je als journalist in het internettijdperk dient om te gaan met minderjarigen die – tegen hun wil – in het nieuws komen. Te vaak liet de Raad de achterliggende tijd de kans onbenut om een bredere visie neer te leggen. Als de Raad het nu niet doet, verliest het alle geloofwaardigheid.

De opwinding over de berichtgeving rond de overlevende van de vliegtuigcrash liep vandaag zo hoog op, dat De Telegraaf – wellicht een unicum in de vaderlandse persgeschiedenis – zich binnen enkele uren na verschijnen van de krant genoodzaakt zag een verklaring te geven over de vraag waarom een negenjarige, waarschijnlijk getraumatiseerde en onder medicijnen verkerende jongen per telefoon ondervraagd moest worden (en waarom zijn tekst afgedrukt werd). Op die toelichting is veel aan te merken. Maar daar gaat het hier even niet om. In een land met persvrijheid, staat het de journalisten vrij naar goeddunken te handelen. De grens van dat handelen wordt bepaald door de rechter. Van de Raad voor de Journalistiek hoeft De Telegraaf zich helemaal niets aan te trekken en dat doet de krant in de praktijk dan ook niet.

Pragmatische argumenten
Voor andere redacties kan het niettemin goed zijn nog eens kennis te nemen van alle argumenten die een rol kunnen spelen bij de vraag hoe je om moet gaan met minderjarigen in het nieuws (en getraumatiseerden, laat staan getraumatiseerde minderjarigen). Immers: op momenten van brekend nieuws is het lastig die argumenten zelf helder op een rij te krijgen. Doorgaans overheersen op zulke momenten al snel de pragmatische motieven (‘Iedereen doet het …’). Journalisten zouden in zulke situaties moeten kunnen terugvallen op een argumenten-inventarisatie van de Raad voor de Journalistiek.

Dat laat natuurlijk onverlet dat ze ook dan nog altijd een eigen afweging kunnen maken. Maar in een tijd van snel verschuivende normen is het goed niet de waan van de dag te laten prevaleren. Kortom: de Raad voor de Journalistiek zou de zaak kunnen aangrijpen om in alle breedte een ambtshalve uitspraak te doen (gebaseerd op oude uitspraken, de eigen ‘Leidraad‘, jurisprudentie en nieuwe, door het internet ingegeven argumenten). In die Leidraad (en de latere aanvulling) staat geen letter over hoe omgegaan moet worden met het belang van minderjarigen. Een reden te meer voor de Raad om de zaak ter hand te nemen. Vooral ook omdat het trefwoord ‘minderjarig’ in het zoeksysteem van de Raad nogal wat hits oplevert en er dus in het verleden wel eerder zaken zijn geweest waarbij minderjarigheid een rol speelde.

Overigens rept ook de Code voor de Journalistiek (van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren) met geen letter over de aparte en kwetsbare positie van minderjarigen. Wel lezen we in die code:

De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten maar ook van verdachten en daders door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.

In ieder geval kan vastgesteld worden dat een belangrijk deel van de pers zich bij het negenjarige jongetje niets gelegen heeft laten liggen aan bovenstaande tekst.

Afgebrokkelde steun
De Raad zit overigens mogelijk met de kwestie in de maag. De Telegraaf keerde zich immers niet zo lang geleden tegen de Raad en verklaarde niet meer mee te zullen werken met de behandeling van klachten. De Raad probeert de afgebrokkelde steun te herstellen, door de komende tijd te pogen weggelopen partners weer binnen de poort te halen. De Telegraaf is daarbij niet de minste partner, als grootste dagblad van het land. Een ambtshalve uitspraak die is geënt op de Telegraaf-berichtgeving over het negenjarige jongetje, zou de krant niet dichter bij een terugkeer brengen.

Toch zou de Raad de zaak moeten oppakken. Omdat ze voor dit soort kwesties is opgericht. En omdat de Raad nogal eens kansen laat liggen als het op ambtshalve uitspraken aankomt.

Geen uitspraak
Nog onlangs besliste de Raad dat het niet bevoegd is een uitspraak te doen over een Tilburgse student die in het kader van een samenwerking met een regionaal dagblad een interview, dat voor die krant was gemaakt, ook op z’n eigen website had geplaatst. De geïnterviewde protesteerde tegen de publicatie en stapte – toen de student weigerde het stuk van z’n eigen blog te halen – naar de Raad. Die oordeelde dat de student nog geen beroepsjournalist is en de Raad derhalve niet bevoegd is.

Teleurstellend
Dat was teleurstellend, want de zaak had interessante principiële aspecten. Moeten bronnen altijd instemmen met doorplaatsingen in andere media? Ofwel: als je een interview geeft aan een journalist die zegt dat het vraaggesprek bedoeld is voor medium X, mag je dan met recht protesteren als dat interview ineens ook op een andere plaats opduikt? Zeker in een tijd van snelle doorplaatsingen is dat een interessante vraag. En hoe verhoudt de Creative Commons-licentie waar nogal wat internetmedia (waaronder dit weblog) mee werken, zich tot deze kwestie? Moet aan bronnen worden meegedeeld dat het uiteindelijke artikel onder een Creative Commons-licentie geplaatst wordt en de tekst dus in beginsel overal kan opduiken?

De Raad had de verdergaande implicatie van de zaak kunnen inschatten en enerzijds kunnen vaststellen dat over de zaak zelf geen uitspraak gedaan kon worden, maar anderzijds over het beginsel van doorplaatsingen wel een ambtshalve oordeel kunnen doen. De Raad deed het niet en liet daarmee – weer – een kans liggen.

Kortom: de Raad mag wel wat slagvaardiger worden als het gaat om koers en richting te geven aan het journalistiek handelen. Als de Raad daar niet in slaagt, verliest het z’n functie en kan evengoed worden opgeheven. De Raad ziet dat zelf ook in en belooft keer op keer beterschap. Nu nog de daden.

Slachtofferhulp Nederland
Overigens, maar dat geheel terzijde: het negenjarige jongetje mag dan hoogstwaarschijnlijk geen klacht neerleggen bij de Raad, Slachtofferhulp Nederland zou dat als belangenorganisatie wel kunnen doen. Ook op die manier kan een uitspraak van de Raad worden afgedwongen, al gaat het dan waarschijnlijk om een uitspraak over de Telegraaf-zaak op zich. Anderhalf jaar geleden stelde Slachtofferhulp Nederland in het onderzoekPubliek bezit tegen wil en dank‘ al vast dat media stelselmatig het privacybelang van slachtoffers negeren. Daar lijkt sindsdien maar weinig in veranderd. Integendeel.

Theo Dersjant

Theo Dersjant is een Nederlandse journalist en docent aan de Fontys Hogeschool Journalistiek.
Profiel-pagina
Al 12 reacties — discussieer mee!