Het nieuws volgen in Mexico is niet altijd makkelijk. De televisie brengt vooral sensatie, goedkoop entertainment en (jawel) voetbal. De kwaliteitskranten vullen hun pagina’s met kale feiten, quotes van politici en het opdreunen van cijfers uit regeringsrapporten. En daar komt ook nog eens de drugsoorlog bij, die het voor veel journalisten gevaarlijk maakt aan onderzoeksjournalistiek te doen. Wie slechts de traditionele media leest, is daardoor eigenlijk nooit adequaat geïnformeerd. Wie zegt wat en waarom? Waarom vond er op die plek dat incident plaats? En kloppen de cijfers uit die rapporten eigenlijk wel? Gelukkig leven we tegenwoordig in het 2.0-tijdperk. Blogs en sociale netwerken bieden in Mexico een vorm van duiding die voor mij als correspondent van onschatbare waarde is. Burgers, politici, lobbygroepen, maar ook collega-correspondenten vullen genoemd informatiegat dagelijks prima op.

Onontbeerlijk
Mexico is natuurlijk maar één land, maar het leek me sterk dat ik de enige correspondent ben die er zo over denkt. Als buitenlander in een vreemd land, opgevoed en onderwezen in een bepaalde cultuur en bepaalde mores, heb je juist behoefte aan extra duiding, want het begrijpen van een vreemde omgeving kan behoorlijk lasting zijn. Dus: hoe zit het met collegacorrespondenten in andere landen? Schieten de traditionele media daar ook tekort in het duiden van nieuws, waardoor blogs onontbeerlijk worden?

“Ze doen hier een beetje te véél aan duiding. De artikelen in de kranten zijn altijd een interpretatie van het nieuws,” zegt Fréderike Geerdink, freelance journaliste in Istanbul. ”De koppen zijn meningen, ook de openingen op de voorpagina. Daarnaast is er een hele reeks aan columnisten die er nog een schepje mening bovenop doet. Artikelen roepen hier altijd enorm veel meer vragen op dan ze beantwoorden – gék word je ervan. Turkije is gepolariseerd en dat zie je terug in de media: objectiviteit bestaat simpelweg niet, feiten volgens het journaille ook niet.”

Anders is het in India, het werkgebied van Aletta André: “Mijn ervaring met de nieuwszenders is niet heel goed: veel sensatie, heel veel herhaling en nauwelijks achtergrond en analyse. Nieuwsartikelen in kranten zijn vaak een directe vertaling van de pr-molen van de overheid of een of andere organsatie. En er wordt erg weinig onderzoek door de kranten zelf gedaan, terwijl ze vooral erg goed zijn in de opiniepagina’s. Wel merk ik dat de kranten in Delhi erg op het centrum zijn gericht. Lokale kranten zijn vaak erg sterk in nieuwsgaring. Voor echt goede achtergronden lees ik tijdschriften. En online wordt er erg actief meegedaan in het debat door lezers. Via bijvoorbeeld Twitter houden sommige redacteuren vragenuurtjes voor lezers.”

Hiaat
In Moskou, waar Olaf Koens namens de GPD werkzaam is, is er sprake van een nogal bijzonder mediabestel: “Aan de ene kant verdwijnen hier keer op keer journalisten, worden er om de haverklap redacteuren in elkaar geslagen en moeten kritische media vaak na een oekaze van hogerhand de deuren sluiten. Aan de andere kant bloeit er een veelvoud aan journalistieke producties, die met minimale middelen werkelijk pareltjes weten te produceren. De Russische journalistiek werkt op een andere manier. Bij ons is het belangrijker een vlot en vloeiend verhaal te schrijven dan iemand woord-voor-woord te citeren. Het grote hiaat zit hem in het bereik van die kritische media. In de meeste delen van het land staat alleen de televisie aan, en die staat al jaren onder stevige controle van het Kremlin. En ook de wekelijkse roddelkrant die op het postkantoor verkrijgbaar is voegt daar weinig aan toe. Wie in zulke gebieden context wil vinden moet het internet op.”

Kasper Dijk, werkzaam in Berlijn, heeft weinig last van een gebrek aan duiding: “Research staat hier nog op de hoogste trede van de journalistieke ladder. Doordat media gericht stelling nemen is er een gevarieerd medialandschap ontstaan. Als dat niet voldoende is, dan kan ik op de televisie volop terecht. Praatprogramma’s zijn in Duitsland als reclame: het komt telkens terug. Urenlange gesprekken met politici, deskundigen en andere betrokkenen leveren de kijkers een soms doodsaaie stortvloed aan meningen en informatie.”

Perspectieven
Maar hoe zit het met de blogs? Is het gebruik ervan voor correspondenten een must? Voor Dijk is dat in Berlijn zeker het geval: “Ik lees elke dag blogs en haal er veel informatie uit. Het is een welkome aanvulling op de papieren kranten. Wel zegt mijn gevoel dat er op het gebied van blogs in Duitsland nog een slag te maken is, want relatief weinig gewone mensen houden een interessant blog bij. Opiniepagina’s van kranten zijn voor lopende zaken nog wel leidend voor mij.”

Voor Olaf Koens is het volgen van blogs in een land als Rusland onontbeerlijk. “Ik durf bijna te beweren dat ze de belangrijkste bron van informatie zijn en kan met zekerheid zeggen dat de Russische blogosfeer stukken verder is dan de Nederlandse. Iedereen hier blogt. Natuurlijk heeft Rusland ook veel kattenblogs en online fotodagboeken, maar je merkt dat de media voorzichtig omgaan met het citeren van bekende Russen omdat het ze anders wel eens op een online reprimade kan komen te staan.

Aparte onderwerpen vinden
Anders is de situatie in India. Het subcontinent heeft volgens Aletta André een internet-infrastructuur die buiten de grote steden nog niet erg goed ontwikkeld is: “De mensen die niet in steden wonen hebben gewoonlijk geen internet, dus er wordt daar weinig geblogd. Journalisten van lokale media lijken niet te bloggen. In het algemeen haal ik nu nog meer inspiratie uit de traditionele printmedia dan uit blogs. Ik gebruik die overigens wel, dus ik zou kunnen zeggen dat ze nodig zijn. Ik gebruik ze vooral ter aanvulling en heel soms om aparte onderwerpen te vinden, maar niet zozeer voor achtergronden en duiding.”

Fréderike Geerdink zegt blogs in Turkije inmiddels niet echt meer nodig te hebben, maar toen ze net begon in Turkije waren ze wel degelijk belangrijk: “Toen ik hier net was las ik ze stuk, want ik snapte echt niets van wat er in Turkije gebeurde. De kranten bieden dan niet veel hulp. De Turkse samenleving en politiek zijn, denk ik, stukken ingewikkelder dan de Nederlandse en in het begin had ik de blogs van de buitenlanders zeker nodig om er een béétje chocola van te maken. Nu snap ik de basics en zie ik ook hoe buitenlanders vaak wel erg met hun eigen bril kijken en niet altijd moeite doen een Turkse bril op te zetten. Het voegt nu niet meer zo veel toe, al heb ik soms wat Engelstalige blogs of sites nodig om de feiten achter al alle meningen te achterhalen” Puur Turkse blogs zouden zeker wel wat toevoegen, maar die zijn er helaas niet veel. “Turken bloggen niet veel, internet wordt hier nog niet echt op die manier gebruikt. De Turk blogt niet, hij werkt. Voor feiten die de kranten niet halen, moet je je abonneren op nieuwsbrieven van organisaties met onooglijke websites. De kunst is Turken in het echte leven ontmoeten. Dán hoor je perspectieven die je zelf echt niet bij elkaar kunt beargumenteren.”

Al 3 reacties — discussieer mee!