burgerjournalistParticipatieve journalistiek, oftewel burgerjournalistiek binnen een professionele journalistieke setting, eindigt regelmatig in teleurstelling. Mediaorganisaties zijn ontevreden over de kwaliteit van de journalistieke producten die ‘leken’ aanleveren: “oh mijn god daar is weer zo’n item. Kenmerkend daarvoor is dat het slecht van kwaliteit was en nergens over ging. Ze moeten echt leren wat professioneler te worden”. Burgerjournalisten hekelen op hun beurt de strakke kaders waarbinnen zij te werk dienen te gaan: “Het zijn net schoolmeesters. Vroeger hadden we echt hele leuke en aardige discussies. Maar op de een of andere manier vindt deze redactie dat niet goed.”

Na twee jaar onderzoek van diverse participatieve projecten stellen wij: als participatieve journalistiek succesvol wil zijn, dan moeten mediaorganisaties en burgerjournalisten andere kwaliteitsnormen aanleggen. Belangrijk is dat beide groepen faciliteren. De professionals dienen de burgerjournalisten zodanig steun en ruimte te geven dat hun verhaal zo goed mogelijk over het voetlicht komt en de burgerjournalisten dienen zo goed mogelijk de gemeenschap die ze vertegenwoordigen, of waarbinnen ze leven, een stem te geven.

Participatieve journalistiek: kansen en problemen
Inmiddels heeft elke krant of omroep wel ‘iets’ met burgerjournalistiek. Wij noemen dit participatieve journalistiek, omdat burgers participeren binnen een professioneel mediaverband en het woord ‘participerende journalistiek’ in Nederland veelal wordt gebruikt als aanduiding voor professionele journalisten die actief meedoen in de gemeenschap die ze verslaan.

Mediaorganisaties beginnen aan participatieve journalistiek omdat ze willen vernieuwen, of omdat ze -gezien de huidige technologische ontwikkelingen- ‘wel moeten’, of omdat ze op een goedkope manier content willen verzamelen. Tot nu toe startten dergelijke projecten met veel geloof en enthousiasme, maar uiteindelijk overheerste de teleurstelling over de opbrengst. Illustratief is het project Dorpspleinen van de regionale Twentsche Courant Tubantia.

Onder leiding van Irene Costera Meijer, hoogleraar journalistiek aan de VU en lector Media & Civil Society bij de School voor journalistiek in Zwolle, zijn bij vier omroepen met participatieve projecten (Brabant, Gelderland, Utrecht, Rotterdam) diepte-interviews gehouden met vrijwel alle betrokkenen: de professionele journalisten, de burgerjournalisten én hun (potentiële) kijkers.

Uit onze onderzoeken blijkt dat burgerjournalisten aanvankelijk enthousiast ontvangen worden, omdat ze ander nieuws zouden selecteren en dit op een frisse manier zouden binnenbrengen. Maar tegelijk verwachten professionals dat deze content voldoet aan vergelijkbare kwaliteitseisen als die van de traditionele journalistiek. Burgerjournalisten kunnen of willen hier niet altijd aan voldoen. Naast journalistieke motieven streven ze ook persoonlijke doelen na zoals gezelligheid, contacten opdoen of iets willen betekenen voor hun stad of dorp. Niet zelden komt hun journalistieke inbreng ook voort uit kritiek op de bestaande berichtgeving. Twee burgerjournalisten:

“Het is voor mij een plek waar ik traditionele media aanvul. Vroeger hadden we het regionale dagblad en dat is opgegaan in het AD, in een aparte katern, maar daar vind ik te weinig van terug.”

“Overvecht is vaak negatief in het nieuws. Goh, woon je in Overvecht, wat zielig voor je. Is je vrouw soms Marokkaans of Turks? Er zijn zoveel negatieve vooroordelen. En er zijn zoveel mensen die journalist zijn waarvan ik me afvraag heb jij weleens nagedacht over wat je losmaakt?”

Als burgerjournalisten, met hun uiteenlopende doelen en verlangens, zich niet houden aan de conventionele journalistieke mores, is de kans op wederzijdse teleurstelling groot.

U in de Wijk: modelproject
U in de Wijk is een hyperlokaal participatief journalistiek project dat lering wilde trekken uit deze ervaringen. Het werd geïnitieerd door RTV Utrecht, woningcorporatie Mitros, en de gemeente Utrecht en is grofweg gemodelleerd naar een van de weinige in Nederland wel succesvolle burgerjournalistieke projecten, het Rotterdamse, al meer dan tien jaar bestaande, Cineac TV.

Een belangrijk verschil in de opzet is dat het project niet gestuurd wordt vanuit een professionele journalistieke (eind)redactie: als coördinator werd een documentairemaker gevraagd om samen met de oprichter van Cineac Pietje Bell een tiental wijkbewoners uit Kanaleneiland en Overvecht in twee maanden klaar te stomen als wijkjournalisten. De vrijwilligers vormen sinds september 2009 twee redacties, die ieder één keer per week tien minuten uitzenden via Stads TV Utrecht. De vrijwilligers doen alles zelf, -bedenken, interviewen, monteren- maar worden daarbij professioneel ondersteund door de coördinator en twee programmamakers.

U in de Wijk loopt inmiddels een jaar, budget voor volgend jaar is toegezegd en zowel de professionals als burgerjournalisten zijn erg tevreden. Het lijkt erop dat U in de Wijk vooralsnog één van de weinige succesvolle burgerjournalistieke projecten is die gestalte krijgt binnen een professioneel kader. Door de inbreng van de burgerjournalisten niet te reguleren, maar deze juist te faciliteren, is een succesvolle manier gevonden om participatieve journalistiek te bedrijven. Ook uit publieksonderzoek blijkt dat bewoners de filmpjes erg waarderen en binnenkort wordt het project uitgebreid met edities in de wijken Zuilen en Ondiep.

Tien succesfactoren voor participatieve journalistiek
Onderzoek naar onder meer U in de Wijk, leidde tot een lijst met tien succesfactoren.

  1. De professionals betrokken bij burgerjournalistiek moeten het onderling en met de burgerjournalisten eens worden over de onderscheidende kwaliteiten van participatieve journalistiek. De kwaliteit ervan kan niet alleen afgelezen worden aan de normen van de reguliere journalistiek. Belangrijk uitgangspunt is dat participatieve journalistiek zinvol is en belangrijk kan zijn als het belangwekkende verhalen weet te vertellen over mensen uit een gemeenschap die ervoor zorgen dat de leden van die gemeenschap elkaar beter leren kennen.
  2. Burgerjournalisten moeten zich meer als verhalenvertellers, dan als verslaggevers opstellen. Verhalen moeten boeiend verteld worden en inhoudelijke kwaliteit hebben, technische (beeld)kwaliteit is niet onbelangrijk, maar doet er minder toe.
  3. Burgerjournalisten moeten ‘gastvrij’ zijn. Dat wil zeggen dat zij zich een werkhouding dienen eigen te maken van onvoorwaardelijke onbevooroordeeldheid, waardoor zij in principe alle vraagstukken die leven in hun gemeenschap kunnen adresseren.
  4. Burgerjournalisten vervullen een agendafunctie. Kijker en lezers waarderen zowel een aankondiging van het evenement, als een verslag achteraf, zeker als ze er zelf zijn geweest.
  5. Burgerjournalisten kunnen over negatieve gebeurtenissen berichten door constructieve verhalen aan te bieden, die (ook) oplossingsgericht zijn. Een overval of inbraak hoeft als onderwerp niet te worden vermeden, mits het bericht vergezeld gaat van praktische adviezen om dergelijke situaties te voorkomen. Op die manier kunnen kijkers meer greep krijgen op hun situatie.
  6. Als burgerjournalisten verhalen vertellen over herkenbare ‘publieke’ wijkpersonages (postbodes, winkeliers, daklozen) en de locatie goed in beeld te brengen (Oh, zit die begraafplaats daar?) biedt dat sociale en fysieke ijkpunten. Kijkers waarderen dat.
  7. Door onverwachte invalshoeken en onderwerpen te kiezen (zie bijvoorbeeld dit filmpje over de cyste en de reikimeester) creëren burgerjournalisten aanleidingen voor mensen om met elkaar in gesprek te gaan.
  8. Burgerjournalistieke verhalen kunnen spannender en realistischer worden als meerdere kanten en perspectieven (en dus niet alleen voorstanders en tegenstanders) aan bod komen over hetzelfde thema.
  9. Als verhalen niet aansluiten op of zelfs lijnrecht ingaan tegen de vooroordelen en clichés van mensen, dienen burgerjournalisten dit expliciet in het verhaal te verwerken. Doen ze dat niet, dan bestaat het risico dat de afwijkende verhaallijn of analyse niet wordt opgepikt door de bewoners.
  10. Participatieve journalistiek projecten zijn bij het publiek vaak behoorlijk onbekend, vaak tot teleurstelling en verontwaardiging van zowel professionals, burgerjournalisten én publiek. Erg belangrijk dus: meer reclame maken.

Het onderzoek naar participatieve journalistiek en het onderzoeksrapport naar de succes en faalfactoren van wijktelevisie zijn hier te bekijken en gratis te downloaden.

Al 2 reacties — discussieer mee!