609-kleurDocumentairemaker en mediahistoricus Chris Vos schreef afgelopen week op De Nieuwe Reporter dat historisch drama niets oplevert voor de geschiedschrijving. Patricia Pisters, hoogleraar filmstudies, verzet zich tegen deze visie.

In zijn visie op historisch drama noemt Chris Vos het ‘wassenbeelden-effect’ als een belangrijke verklaring voor de groeiende fascinatie voor dit genre. Historisch drama zou de werkelijkheid zoals die al bestaat in de hoofden van het publiek volgen. De personages en het verhaal zijn immers al bekend. Succes van een dergelijke productie hangt dan vooral af van de gelijkenis op de historische figuur en de mate van vakmanschap waarmee een acteur historische personages weet neer te zetten.

Giet daar nog een scheut extra drama voor een meeslepend en fijn verhaal bij, en succes is gegarandeerd. Ed van Thijns opgetekende ervaring van het kijken naar zichzelf in Retour Den Haag, zo briljant vertolkt door Huub Stapel dat hij niet zijn alter ego, maar zijn ego terug zag op het scherm (al was het in heel wat compromitterendere en extremere situaties dan hij ooit heeft meegemaakt) toont aan dat Vos gedeeltelijk gelijk heeft bij het karakteriseren van historisch drama als artificiële maar net echte kopie van de werkelijkheid. Net als wassenbeelden voegt dit type drama zo bezien niets toe aan de historische werkelijkheid.

Scherpe tegenstelling
Daar tegenover staan volgens Vos documentaire producties die, eventueel aangevuld met op historisch onderzoek beruste dramatisering, wel de potentie hebben het verleden te ontsluiten. Hij erkent weliswaar dat historisch drama niet helemaal kan worden weggezet als ‘triviale rimram’ omdat via dit genre zaken op de agenda van het publieke discours kunnen worden gezet, maar de tegenstelling tussen historisch drama en historische documentaire blijft opvallend scherp gehandhaafd. Drama is geen goed instrument het verleden te onderzoeken. Er zijn echter een aantal aspecten in Vos’ betoog en kenmerken van historisch drama die deze tegenstelling onhoudbaar maken.

Marie-Antoinette en punkmuziek
Ten eerste doet de wassenbeelden-metafoor geen recht aan de dynamiek van de herinnering die de dramatisering van de geschiedenis die zich in het hedendaagse medialandschap onophoudelijk voltrekt. Kijken we bijvoorbeeld naar de filmgeschiedenis, dan zien we dat het genre van de historische film (vaak epische verhalen over grote namen en grote gebeurtenissen in de geschiedenis, in decors en kostuums die het verleden oproepen, vaak als een wassenbeelden-versie van het verleden inderdaad) niet meer bestaat. Het is vervangen door een veel grotere categorie aan films die het heden overal in het verleden laten doorklinken (Sofie Coppola’s Marie-Antoinette die het Rococo-tijdperk combineert met punkmuziek en andere anachronismen is een mooi voorbeeld).

Ofwel door drama dat ons heden een verleden geeft. Mad Men geeft op die manier gehistoriseerd commentaar op vele zaken die ons nu bezighouden (variërend van het probleem van zwerfafval tot verhoudingen tussen de seksen en de machtstructuren achter kapitalistische media). En zo verandert onze visie op het verleden, ook door middel van drama, voortdurend.

Andere perspectieven op het verleden
Op de tweede plaats is de erkenning dat historisch drama agenda-bepalend kan zijn in tegenspraak met de opvatting dat dit genre geen goed instrument is het verleden te onderzoeken. Drama is bij uitstek geschikt om andere perspectieven op het verleden toe te laten, bijvoorbeeld persoonlijke ervaringen die het verleden begrijpelijker en humaner maken. Of verhalen die verborgen zijn in de officiële geschiedschrijving, minderheidsperspectieven, die op deze manier aan de collectieve herinnering worden toegevoegd. De geschiedenis wordt zo bekritiseerd en wordt een levende herinnering waar steeds meer groepen van deel uitmaken.

Zo maakt de ‘beur-cinema’ in Frankrijk (films gemaakt door tweede en derde generatie Noord-Afrikaanse migranten) herhaaldelijk het koloniale verleden bespreekbaar vanuit een ander perspectief dan de officiële Franse geschiedenis. In de meest extreme vorm, bijvoorbeeld in het geval van de Armeense genocide waar nauwelijks beelden of enig archief van rest, zijn fictiefilms (zoals de films van Atom Egoyan) het enige wat er nog overblijft om de geschiedenis te blijven ondervragen.

Script voor de werkelijkheid
Tenslotte zijn er ook voorbeelden te noemen waarbij historisch drama direct in de werkelijkheid ingrijpt. Bekend is dat de film Indigènes van Rachid Bouchareb heeft geleid tot het ontdooien van de pensioenen van Noord Afrikaanse soldaten die in de Tweede Wereldoorlog voor Frankrijk vochten. En de klassieke fictiefilm over de Frans-Algerijnse oorlog The Battle of Alger (Pontecorvo, 1965) is in 2004 in het Pentagon vertoond om als lesmateriaal voor de Irak-oorlog te dienen.

Dit toont aan dat historisch drama zelfs als een (al dan niet problematisch) script kan dienen voor de werkelijkheid, en in die zin niet meer (alleen) over het verleden gaat, maar over de toekomst. In het hedendaagse medialandschap zijn geschiedenis en herinnering onlosmakelijk met elkaar verbonden, met alle mogelijkheden en gevaren die dat met zich meebrengt.

Filmmakers en historici blijven inderdaad ieder hun eigen taak houden, maar hebben meer met elkaar te maken dan de scherpe tegenstelling tussen feit en fictie laat zien.

Nog geen reactie — begin de discussie!