Social Media Starfish

Tegenwoordig doen alle politieke partijen wel iets met nieuwe media. Vooral als verkiezingen in het verschiet liggen. Politici twitteren zich suf, verkiezingsspotjes verschijnen op YouTube en natuurlijk presenteren partijen zich op Facebook en Hyves. Uiteraard allemaal met dat enige heilige doel voor ogen: het binnenhalen van zoveel mogelijk stemmen. En dan vooral die van de zwevende, jonge kiezers. Maar werkt dat eigenlijk wel? Hebben sociale en digitale media tijdens verkiezingen invloed op het stemgedrag van jonge mensen?

Nic Newman, journalist en adviseur bij onder andere de BBC (LinkedIn, Twitter, op bewegend beeld), denkt van wel. In opdracht van het gerenommeerde Reuters Institute for the Study of Journalism stelde hij een rapport op over de rol van sociale media bij de laatste verkiezingen in Engeland. Het rapport, dat zestig pagina’s telt, vormt een gedetailleerde beschrijving van ervaringen en observaties. Van hemzelf, van politici, van journalisten, van nieuwsorganisaties en van mediagebruikers. Na het lezen van het rapport heb je een goed beeld van de dynamiek van alle media-activiteiten tijdens zo’n grote publieke gebeurtenis. Maar zit er in deze zestig pagina’s ook bewijs dat zoden aan de dijk zet? Zorgden de tweets van politici voor meer stemmers? Lieten jongeren zich beïnvloeden door hun politiek betrokken Facebookvrienden?

Facebook als politiek strijdtoneel?

Newman zoomt in op de internetgeneratie, die hij omschrijft als de mensen die zijn opgegroeid met MySpace, YouTube en Facebook. Volgens Newman is dat de leeftijdscategorie van 18 tot en met 24 jaar.

Vlak voor de verkiezingsdag vulden ruim driehonderd mensen een online vragenlijst in over hun mediagebruik tijdens de verkiezingen. Ze werden benaderd voor deelname via email en Facebook. Newman erkent dat de mensen die meedoen aan het onderzoek geen goede afspiegeling vormen van de gehele (volwassen, Engelse) bevolking. Op welke kenmerken de deelnemers dan afwijken, blijft onduidelijk. Waarschijnlijk in de mate van online mediagebruik, de deelnemers zijn namelijk via internet benaderd.

Om iets te kunnen zeggen over de internetgeneratie splitst Newman de deelnemers in twee groepen: ruim tweehonderd deelnemers zijn 18 tot en met 24 jaar, ruim honderd deelnemers zijn ouder dan 25. Hoeveel ouder dan 25 blijft onduidelijk. Om de beschrijving van de resultaten iets gemakkelijker te maken, verwijs ik naar ‘jongeren’ (18 tot en met 24) en ‘ouderen’ (25+).

Jongeren en ouderen: de cijfers

  • Gebruik van sociale media: 97 procent van alle onderzoeksdeelnemers gebruikte Facebook tijdens de verkiezingen. 40 procent gebruikte YouTube en 18 procent gebruikte Twitter. Newman beschrijft niet of deelnemers deze sociale media actief gebruikten (bijdragen leveren) of passief (bijdragen lezen).
  • Belangrijkste informatiebron voor informatie over de verkiezingen: beide groepen beschouwen nieuwssites (jongeren 89 procent, ouderen 81 procent), televisie (jongeren 81 procent, ouderen 72 procent) en kranten (jongeren 59 procent, ouderen 61 procent) als belangrijkste informatiebronnen. De jongere groep vindt daarnaast sociale media een belangrijke bron (jongeren 57 procent versus ouderen 38 procent); de oudere groep beschouwt de radio als belangrijke bron (ouderen 81 procent versus jongeren 27 procent).
  • Meest bezochte nieuwssites door de jongere groep: websites van omroepen (89 procent), websites van kranten (62 procent), onafhankelijke sites (25 procent) en blogs (14 procent).
  • Populairste functies van sociale media tijdens verkiezingen: beide groepen gebruiken sociale media voor het bediscussiëren van de verkiezingen (jongeren 64 procent, ouderen 53 procent), en voor het bekijken van links die vrienden op bijvoorbeeld Facebook of Twitter plaatsen (jongeren 64 procent, ouderen 72 procent). Jongeren gebruiken sociale media bovendien voor het bediscussiëren van partijvoorkeuren (jongeren 54 procent versus ouderen 9 procent), en voor deelname aan online politieke netwerken (jongeren 64 procent versus ouderen 14 procent) of het bezoeken van politieke fanpagina’s (jongeren 46 procent versus ouderen 19 procent)
  • Belangrijkste factoren bij stemkeuze: bij jongeren zijn de televisiedebatten met politici een belangrijke factor (30 procent van de jongeren geeft aan dit als belangrijkste factor te beschouwen). Sociale media scoren laag: 5 procent van de jongeren en 0 procent van de ouderen beschouwt sociale media als belangrijkste factor bij hun stemkeuze.
  • Newman legt ten slotte opkomstcijfers van 2005 naast die van 2010. Gemiddeld hebben in 2010 meer mensen gestemd dan in 2005. Bij jongeren is de toename het grootst, namelijk zeven procent.

Gammel

Terug naar Newmans vraag: Hebben sociale en digitale media tijdens verkiezingen invloed op het stemgedrag van jonge mensen? Newman zegt volmondig ‘ja!’ door twee resultaten uit zijn eigen onderzoek met elkaar te verbinden. Jonge mensen gebruiken sociale media om deel te nemen aan politieke discussies, en er zijn meer jongeren naar de stembus gegaan. Newman concludeert dat het laatste uit het eerste voortvloeit, maar dat is wel heel gemakkelijk. Zijn conclusie is des te vreemder omdat volgens zijn eigen cijfers maar 5 procent van de jongeren zegt dat sociale media van invloed zijn op hun stemgedrag.

Newman’s onderzoek biedt geen basis voor harde conclusies, ook niet over de invloed op stemgedrag. Daarvoor is het onderzoeksontwerp te gammel. Bovendien stelt Newman de verkeerde vragen. Alles wijst er inderdaad op dat jongeren meer dan ouderen nieuwe media omarmen. Maar gebruik kan niet zomaar gelijkgesteld worden aan politieke betrokkenheid of daadwerkelijk stemgedrag.

De vraag die Newman nog had moeten stellen is: waarom? Jongeren gebruiken nieuwe media niet gewoon omdat ze er zijn. Ze moeten er iets aan hebben, iets mee kunnen; nieuwe media moeten een toegevoegde waarde hebben. Newman beschrijft gedetailleerd welke motieven politici en nieuwsmakers hebben voor het gebruik van sociale media, maar hij doet dit niet voor de nieuwsgebruikers. Terwijl dat de cruciale vraag is: hoe gaan jongeren in hun dagelijks leven om met sociale media en op wat voor manier speelt politieke informatie daarin een rol? Het zou een interessant vervolgonderzoek kunnen zijn.

Al 3 reacties — discussieer mee!