emancipationDe rol van journalisten in de democratie lijkt aan erosie onderhevig. Om relevant te blijven moeten journalisten zich volgens Ides Debruyne emanciperen van de mediabedrijven waarvoor ze van oudsher werken. Ideaal is in zijn ogen de journalist die zich specialiseert en in alle vrijheid kan werken.

Tijdens verkiezingen gaan ontzuilde burgers meer en meer shoppen waardoor resultaten van de verkiezingen meer dan ooit verrassend zijn. Partijen scheuren uiteen en het politieke landschap raakt gefragmenteerd. Het wordt daardoor moeilijker om meerderheden te vormen of een duidelijk beleid te voeren. In veel West-Europese landen resulteren verkiezingen meer en meer in politieke aardverschuivingen.

Daartegenover staat dat die politieke partijen en organisaties als maar minder de burgers in hun greep hebben. Hun ledenaantal decimeert. Ook hun politiek gekleurde mainstream media verdwijnen en in de plaats komen onafhankelijke media in een vrije markt. Zo krijgt de geëmancipeerde burger zijn informatie niet meer via de partijkranten of partijbijeenkomsten. Hij haalt die nu uit de zogenaamde bevrijde media die in vele gevallen de link met de partij of beweging effectief hebben doorgeknipt.

Politieke partijen doen er alles aan om in de media te komen, hebben een batterij aan communicatieadviseurs. De slag om de kiezer wordt meer dan ooit in de media gevoerd. Televisie is voor heel veel mensen de enige bron van informatie. Nu kun je bezwaarlijk zeggen dat televisie de burger ten gronde informeert. Nieuwsuitzendingen moeten snel gaan en zijn meestal een verzameling van oneliners in plaats van politieke visies. Er wordt heel veel aandacht besteed aan onbelangrijke zaken. Een gevolg is dat burgers wel de namen en bijzondere gewoontes van de huisgenoten en huisdieren van politici tot in de details kennen. Maar vraag hen niet naar de maatschappijvisie van de politicus.

Vrijheid van informatie
In een democratie moet de informatie vrij zijn. Dit is fundamenteel. ‘Freedom of speech’ en ‘freedom of press’ staan niet voor niets in het 1st Amendement van de Amerikaanse grondwet.

Maar informatie in een vrije markt is niet gelijk aan vrijheid van informatie. De informatie in een vrije mediamarkt is om markteconomische redenen gefilterd. Eerst en vooral krijgen we vooral goedkoop nieuws op ons bord. Het duurdere en complexere nieuws, zoals onderzoeksjournalistiek, duiding en diepgravende informatie valt buiten de core business van massamedia. Daarnaast zijn er ook onderwerpen die commerciële media nauwelijks of niet lusten.

Onderzoeksjournalistieke reportages over de Europese Unie zijn een zeldzaamheid omdat ze volgens marketeers niet sexy zijn. Maar ook de lokale stedelijke en gemeentelijke besturen krijgen veel te weinig te maken met de pottenkijkers-journalisten.

Winstmaximalisatie
De gecommercialiseerde media voelen zich klaarblijkelijk minder maatschappelijk verantwoordelijk. Hun missie is verlegd naar winstmaximalisatie. Primair is niet meer de burger informeren en maatschappelijke fenomenen duiden, maar wel oplages, verkoop en zo winst doen stijgen. Op zich is daar niets mis mee en ben ik niet origineel. Maar het feit dat media zichzelf minder of niet meer als een belangrijke speler binnen een democratie zien, is vanuit democratisch perspectief alarmerend.

Wat zijn dan de indicaties van die verschuiving van de mindset van commerciële mediabedrijven?
Mediabedrijven investeren veel in technologie (drukkerijen, website, mobiele toepassingen) en in verhouding veel te weinig in journalistiek. Zo worden redacties stelselmatig krapper in personeelsbezetting. Het rendement van de journalisten moet hoger (drie stukken per dag aanleveren tegenover vroeger één). Er is geen ruimte voor bijscholing of specialisatie. De beloning van de freelancers is niet om over naar huis te schrijven. En veel van die zelfstandigen bevinden zich in nepstatuten (tijdelijke contracten, interimcontracten, dagcontracten) en schijnzelfstandigheid.

Bij ontslagrondes vallen meestal de oudere, ervaren journalisten uit de boot. Het geheugen van de redactie krijgt daardoor opmerkelijke gaten. Ook de begeleiding van jongeren wordt daardoor precair.

Het afslanken van de redacties staat in schril contrast tot steeds hogere communicatie en lobbying bestedingen vanuit de industrie.

Er dreigt een soort van de-professionalisering. Het verschil tussen een professionele journalist en een burger wordt kleiner. De kwaliteitscontrole wordt niet meer binnenshuis geregeld, maar ge-outsourced. Meer en meer websites ontstaan die zich bezighouden met het opsporen van fouten in de media.

Redacteuren kunnen op de werkvloer niet worden gemist. Deadlines zijn er continu door websites die 24 per dag nieuws moeten brengen. De hoofdredactie overtuigen van een eigen maar misschien minder evident onderwerp vraagt veel overtuigingskracht. Daardoor komen journalisten er niet meer toe om aan journalistiek te doen, maar enkel aan vluchtige verslaggeving die de waan van de dag opdringt. Dit is een algemene klacht bij journalisten.

“Als je geen journalistiek hebt, dan heb je geen democratie”, zei John Nichols (coauteur van The Death and Life of American Journalism) tijdens een lezing aan de Philip Merril College of Journalism. Ik vrees dat er inderdaad in de Westerse samenleving een fundamentele peiler van de democratie wat betonrot vertoont.

Er blijkt ontegensprekelijk een informatieongelijkheid te ontstaan. Een elite van 5% is nog nooit zo goed geïnformeerd als nu dankzij internationale fora en websites. Maar een steeds grotere groep (30%) van de populatie dreigt als maar minder geïnformeerd te zijn, dixit David Frum, in een vorig leven tekstschrijver van George W. Bush.

De toekomstige journalist is een geëmancipeerde journalist
Wil de vrije informatie gegarandeerd zijn en vrij kunnen stromen binnen een commerciële vrije markt, dan zou de journalist zich meer moeten emanciperen ten opzichte van de structuur (het mediabedrijf) waarin hij opereert, naar analogie van de burger. In die context is de freelance journalist misschien wel de journalist van de toekomst? Ideaal is immers een journalist die in alle vrijheid zijn onderwerp kan kiezen en de tijd en eventueel de middelen heeft om het onderwerp uit te diepen. Maar daarvoor moeten enkele fundamentele voorwaarden zijn vervuld.

Essentieel zijn er uiteraard enkele juridische voorwaarden noodzakelijk die de journalist voldoende juridisch en in de feiten beschermen. In de eerste plaats moet de grondwet uiteraard de vrije meningsuiting en persvrijheid garanderen. Tegelijk moet de overheid transparantie verzekeren en de openbaarheidwetgeving (WOB) ernstig nemen.

Wobbing.eu is een site die de krachten en kennis van Europese journalisten over WOBben bundelt, en geeft trainingen over WOBben. The Freedom of Information Act heeft de journalistiek in vele landen al veranderd. Het heeft een krachtig wapen aan het arsenaal van reporters toegevoegd. Datadriven journalism gebaseerd op publieke informatie via de openbaarheidswetgeving wordt een belangrijke fenomeen in de journalistiek van de toekomst.

Journalisten moeten specialiseren
De journalist moet de ruimte en de tijd krijgen om zich te verdiepen in een onderwerp. Hij moet zich kunnen specialiseren. De maatschappij heeft nood aan duiding van een journalist die het onderwerp volledig onder de knie heeft. Dit kan ondermeer door journalisten het recht te geven zich minstens één week per jaar bij te scholen. In veel gevallen is in huidige context zelfs dit niet mogelijk. Toch vreemd voor bedrijven die handelen in informatie. Coachingprogramma’s, uitwisselingen, congressen, seminaries zouden een normale zaak moeten zijn voor mensen die kennis als grondstof hebben.

Specialisatie is essentieel in een steeds complexer wordende samenleving. De burgers hebben nood aan duiding. Journalistiek is toch in de eerste plaats moeilijke zaken op een begrijpbare manier uitleggen. Hieraan is heel veel nood. Maar dit vraagt studie. Hier en daar zie je dit soort van geëmancipeerde journalisten opduiken. In Nederland heb je iemand als Geert Mak die besliste om de geschiedenis van Europa in boekvorm en later in een documentaire te gieten. Dit deed hij op eigen kracht en met een fenomenaal internationaal succes.

De Brit Robert Fisk is een ander mooi voorbeeld. Hij heeft zich sinds jaar en dag verdiept in het Midden-Oosten. Fisk is een merk op zich geworden. Personal branding kan nu dankzij nieuwe social media zoals Facebook, LinkedIn, Twitter, het opzetten van een eigen blog of website. Uiteraard staat de onafhankelijkheid van de journalist centraal. Ook al werkt Fisk voor The Independent (what’s in a name), hij wordt door iedereen (zelfs door Osama bin Laden) als onafhankelijk beschouwd.

In vele gevallen mist de journalist die eerste stap. Ondernemerschap zit niet in de genen van journalisten. Een geëmancipeerd journalist is een ondernemer die ook zoekt naar alternatieve manieren van financiering. Crowdfunding, non-profit funding (zoals Journalismfund.eu en het Fonds Pascal Decroos), sponsoring of micro-payment zijn elementen waarmee de journalist van de toekomst, wil die in alle onafhankelijkheid zijn ding doen, te maken zal hebben.

Maar vooral kan hij met dank aan de nieuwe technologie in rechtstreeks contact komen met het publiek. Meer dan ooit wordt journalistiek een dialoog met het publiek en is het mogelijk dankzij de nieuwe technologie. Maar daarvoor moet je uiteraard iets te vertellen hebben.

Dit artikel is eerder verschenen op Mediakritiek.be

Al 4 reacties — discussieer mee!