kastanjeknopJe wilt dus niet altijd met je naam in de krant. Op 18 november jongstleden deed zich een mooi voorbeeld voor: op het internet gonste het verhaal rond dat wifi-straling slecht is voor bomen, volgens onderzoek van onder andere de TU Delft. Van dat verhaal bleek weinig te kloppen, maar het verspreidde zich razendsnel. Hoe komt dat? En vooral: hoe krijg je zo’n situatie onder controle als voorlichter? Dit stuk van TUDelft-voorlichter Michel van Baal is een relaas, een vraag, en een oproep. Helaas niet echt een antwoord.

Hoe het begon
Mijn collega Roy Meijer was op 16 november via Twitter de eerste die het verhaal detecteerde. Hij zag een tweet met een linkje naar de website van Tuin en Landschap. Het artikel was toen al 5 dagen oud. “Dit gaat vast komen”, mailde hij me op 16 november met vooruitziende blik. Het kwam.

NU.nl
Op 18 november bericht onder andere nieuwssites NU.nl: “De elektromagnetische straling van draadloos internet en mogelijk ook de straling van mobiele telefoons, hebben een negatief effect op planten en bomen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Wageningen, de TU Delft, TNO en de gemeente Alphen aan den Rijn waarover verschillende media berichten.”

Klopt dit?
Dan heb je als communicatieafdeling van de TU Delft een probleem. Het eerste probleem is uit te zoeken of het verhaal wel klopt. Dat is in een universiteit verrassend moeilijk. Er staan namelijk geen namen bij, dus waar moet je beginnen? Vaststellen dat je er WEL betrokken bij bent gaat nog wel, maar met 100% zekerheid vaststellen dat dat NIET zo is, dat is andere koek. Dan moet je zeker weten dat geen van je duizenden wetenschappers bij het onderzoek betrokken is.

We komen niet veel verder dan dat een medewerker van de TU Delft in de buurt van Alphen ooit iets met het effect van hoogspanningskabels op vegetatie gedaan had. Dat was een korte studie die niet veel duidelijks had opgeleverd en niet was voortgezet. De medewerker is niet meer voor ons werkzaam. Een directe link naar dit verhaal vinden we niet.

Niet betrokken
Uiteindelijk komen we er wel achter welke wetenschapper in Wageningen het onderzoek heeft uitgevoerd en hij bevestigt dat er niemand van de TU Delft betrokken is. De route buitenom is meestal het enige dat rest.

Maar dan is het al 19 november, en staan er tientallen nieuwsverhalen overal op het internet. Wat nu?

TNO neemt afstand
Intussen heeft TNO (18 november, eind van de middag) al expliciet afstand genomen van het verhaal, met een webartikeltje.

Die keuze leidt vervolgens weer tot nieuwe media aandacht: “TNO distantieert zich van onderzoek WiFi straling”.

Twitter
Wij kiezen ervoor via Twitter te laten weten dat we er niet bij betrokken zijn, en ik ga die vrijdagmiddag (19 november) eens aan het werk om te zien of je zo’n stroom kunt indammen. Ik neem contact op met Telegraaf, Volkskrant en diverse Vlaamse nieuwsportals waar het nieuws ook opduikt. Het blijkt verrassend eenvoudig om artikelen aangepast te krijgen: De Telegraaf voor, en De Telegraaf na.

Dweilen
Maar het is dweilen met de kraan open. Er komen er meer en nieuwe bij. Intussen heeft Wageningen een persbericht uitgebracht waar Delft en TNO niet meer in voorkomen. Daardoor komt onze naam niet meer in elk artikel voor, maar het blijft opduiken. Zit je naam er eenmaal in, dan krijg je die er dus niet meer uit.

Hoor-wederhoor
In een ideale wereld zou een journalist moeten checken of TNO, Wageningen en de TU Delft dat onderzoek ook echt gedaan hebben (nee, ja, nee) en of je die conclusies ook mag trekken (nee).

De realiteit is dat dat nauwelijks meer gebeurt. Ik ben zelf alleen gebeld door RTV West, en mijn collega kreeg een mail van Correio Braziliense(!).

Twee keer. Dat is niet veel, eufemistisch gezegd. En toch: ik vind dat we daar niet te veel over moeten zeuren. Dit is de werkelijkheid van 2.0: Deal with it. De vraag is hoe?

Mandaat
Hadden we ons net als TNO toch expliciet moeten distantiëren?
Dat is lastig: heeft een communicatieafdeling het mandaat om dat te doen?

In tegenstelling tot TNO hadden wij geen wetenschapper op wie we konden terugvallen voor een oordeel. En het achterliggende gevaar is dat je door afstand te nemen toch de collega’s van een andere (uitstekende) universiteit diskwalificeert. Het beeld ontstaat dat zij daar toch ‘iets’ niet goed doen, hoe zorgvuldig je ook formuleert. Kun je dat als communicatieafdeling voor je rekening nemen? Ik vind van niet.

Daarnaast roep je een nieuwe golf aandacht op, en in dit geval wordt je merk wel terecht met het verhaal verbonden. Dat er ergens ‘geen’ en ‘distantieert’ in staat is een pyrrusoverwinning.

Is het erg?
De kernvraag is natuurlijk: is dit erg? Volgens mij wel. Over het ontstaan van dit verhaal tasten we nog steeds in het duister, maar ik heb het idee dat we het domein van de wetenschapsvoorlichting hebben verlaten en op het grensgebied met activisme zijn beland. Vermoedelijk is iemand de resultaten van het Wageningse onderzoekje ergens tegengekomen (hier?) en heeft die bewust naar media ‘gelekt’, flink aangedikt met ‘zware merken’ zoals TNO en TU Delft om het punt extra gewicht te geven. Dat zou bijvoorbeeld een websites zoals Stopumts.nl geweest kunnen zijn, waar zeer veel over dit onderwerp te vinden is. Het doel van zo’n website is wel duidelijk.

Selectief winkelen
Er is een groeiende groep discussies die wordt aangezwengeld door mensen of groepen met een activistische houding. (Of hun zorg terecht is of niet, dat is hier even niet het onderwerp). Mijn zorg zit in de manier waarop ze van wetenschap gebruik maken: er wordt selectief gewinkeld in het aanwezige wetenschappelijke materiaal.

Zij zien wetenschap als een ‘keuzemenu’ waaruit je mag putten om een doel te bereiken. Wij zien wetenschap als een zoektocht naar kennis, met afslagen en doodlopende wegen. Als die twee partijen elkaar in de communicatie-arena ontmoeten, dan gaan wij vaak bloedend ten onder.

Nuance
Kijk naar discussies over baarmoederhalskanker, klimaatdebat of thuisbevallen. Je ziet daar activistische partijen met een bijna heilige overtuiging, soms gecombineerd met een achterdocht tegen de overheid en ‘gevestigde wetenschap’. Ze halen in hun argumentaties selectief de wetenschappelijke onderzoeken aan die hun doel onderbouwen en strijden daarmee tegen de genuanceerde blik van de wetenschapper.

Ongelijke strijd
Dat is een bijzonder ongelijke strijd. Elk vraagteken dat je als wetenschapper oproept wordt versterkt en overgenomen, elk bewijs dat niet in het straatje past genegeerd. Neem je als wetenschapper aan zo’n debat deel, dan wordt je al snel in een ongemakkelijk positie gezogen. Dus houden wetenschappers begrijpelijkerwijs de boot af, maar het gevolg daarvan is dan weer dat het maatschappelijke debat gevoerd wordt door mensen met weinig autoriteit of kunde. Ook niet goed.

Hoe komen we uit die spagaat?

In het concrete geval van de Wifi en de bomen kom ik niet veel verder dan dat we op 16 november, toen Roy het detecteerde maar het nog niet was losgebarsten, als communicatieafdelingen van TNO, TU Delft en Wageningen direct de koppen bij elkaar hadden moeten steken. We hadden gezamenlijk moeten gaan communiceren. Dat vereist een ander instinct. Nu dienen we nog te veel ons eigen belang, we moeten waarschijnlijk breder leren denken.

Zo makkelijk is dat niet gezien de verschillende rollen (en de ‘wet van het sterkste merk’). Dit is voor mij in ieder geval geen bevredigend antwoord.

Dus: Help? Wat hadden we hier beter en anders moeten doen?

PS: mocht je je afvragen of Wifi nu slecht is voor planten (daar gaat dit stuk niet over), lees de column van Arjan Dasselaar op NU.nl eens.

Michel van Baal schreef dit blog op persoonlijke titel.

Michel van Baal

Michel van Baal werkt voor de afdeling Externe Communicatie van de TU Delft en begeleidt (oa) de communicatie rondom de bekende …
Profiel-pagina
Al 8 reacties — discussieer mee!