Na wekenlang talmen weigerde het ministerie van Justitie mee te werken aan een special over pedofilie van Crimelink. Archie Barneveld, oprichter en hoofdredacteur van dit tijdschrift en website, vindt dat publieke organen hun opstelling tegenover de media moeten afstemmen op hun staatsrechtelijke functie: het verzorgen van een publieke taak voor en namens de samenleving. Via De Nieuwe Reporter roept Barneveld collega-journalisten op hún ervaringen met Justitie-voorlichting te delen. Het verschil tussen TBS-beleid en koekjes bakken.

De praktijk van de ontucht

Een paar maanden geleden, nog vóór de uitbraak van de Amsterdamse ontuchtaffaire, besloot de redactie van tijdschrift en website Crimelink een themanummer te maken over pedofilie. Al enige tijd blogt een veroordeelde pedoseksueel op onze website over zijn leven als vrij man en in detentie. Zijn raadsman Job Knap kan het nodige over dit soort klanten vertellen, want diens ‘ontuchtpraktijk’ is al zo’n dertig jaar oud. Dit was het materiaal op basis waarvan wij een special wilden maken.

Een vraag aan het ministerie van Justitie

Een van de invalshoeken die wij hierbij wilden betrekken, was die van het ministerie van Justitie. Concreet stelden wij de centrale voorlichting van het ministerie de vraag: “Wat doet een TBS-kliniek om de risico’s te verminderen bij een geleidelijke terugkeer van een TBS’er naar de samenleving? Graag een gesprek daarover met iemand uit het veld.” Een antwoord op die vraag leek ons een goed tegenwicht te bieden tegen het gegriep van onze bloggende TBS’er over zijn behandelaars. Daarnaast wilden wij een persoonlijk gesprek met onze blogger over de inhoud en strekking van zijn blogreeks, waarover wij zeker niet zonder kritiek zijn. Dat verzoek richtten wij tot de directie van de betrokken TBS-kliniek.

Beide verzoeken afgewezen

Na ampel beraad (het duurde een paar weken) werden beide verzoeken afgewezen. Het eerste omdat “de invalshoek van pedofilie te smal was om het TBS-beleid in zijn volle breedte te kunnen toelichten”. Alsof wij daarom hadden gevraagd! Het tweede verzoek, aan de directie van de TBS-kliniek, werd afgewezen vanwege “de inhoud en strekking” van de blogs op de site van Crimelink. De betrokken TBS’er dacht evenwel dat de particuliere TBS-kliniek het ministerie niet voor het hoofd wilde stoten met een mogelijk kritisch verhaal. ‘Den Haag’ is een machtige factor in TBS-land.

“Justitie zit potdicht”

Waar draait het hier nu om? Onder collegae hoor ik vaker dat Justitie, en dan vooral het Haagse departement, “potdicht” zit. Men is daar weinig scheutig met gevraagde informatie, laat staan dat men meedenkt bij het tot stand komen van een journalistiek verhaal waarbij niet bij voorbaat vaststaat dat het tot voordeel van Justitie strekt.

Koekjes bakken

Stel nu dat ik iets wil weten over het maken van koekjes. Dan vraag ik aan een koekjesproducent hoe een en ander in zijn werk gaat. De koekjesman kan wel of niet meewerken, al naar gelang hij tijd heeft, het leuk vindt of er voordeel bij ziet. Wil hij niet meewerken, dan is er geen nood. De vrije wereld van de particuliere sector telt zoveel koekjesproducenten, dat ik er echt wel achter kom hoe dat nu zit met koekjes bakken.

Eén TBS-loket

Maar als ik wil weten hoe het TBS-beleid in elkaar steekt, kan ik uitsluitend en alleen terecht bij het ministerie van Justitie. Meer precies bij de centrale club van persvoorlichters van dat ministerie, want verder mag niemand inhoudelijk met journalisten praten. Bij die club werkt een tiental woordvoerders van wie ieder meerdere Justitie-accounts onder zijn hoede heeft. Toen deze mensen besloten niet mee te werken, kon ik met mijn TBS-vraag nergens anders terecht. Er is in Nederland nu eenmaal maar één instantie die daarover gaat; en dat is het ministerie van Justitie, nietwaar?

Publieke taken

In ons staatsrechtelijk bestel zijn een aantal taken in één hand gelegd, de hand van de overheid. Vanuit de gedachte dat bepaalde functies niet in private handen moeten zijn, maar toebehoren aan een zelfstandige, onafhankelijke instantie die de uitvoering voor en ten behoeve van ons allen doet; daarom spreken wij ook van ‘publieke taken’. Die instantie is de overheid, en de functies op het terrein van politie en justitie zijn misschien wel de meest ‘publieke’ taken die er zijn.

‘Professionals’ achter matglas

Private en publieke organisaties hebben zich dichtgetimmerd met zogenoemde communicatieprofessionals, deels ex-journalisten die een beter belegde boterham zochten, en met jonge, pas afgestudeerde ‘communicatiewetenschappers’ die soms in de waan verkeren dat zij daardoor ook inhoudelijk verstand van zaken hebben. Van dat soort ‘professionals’ zijn er inmiddels veel meer dan zelfstandige journalisten en die trend zet zich voort. Als je bedenkt dat een onafhankelijke journalistiek in belangrijke mate bijdraagt aan een transparante en afrekenbare samenleving, dan is die verhouding betreurenswaardig.

Het beeld dringt zich op van door bezuinigingen uitgedunde redacties van commerciële media, die het moeten opnemen tegen professionele voorlichtings- en communicatieafdelingen die overbevraagd zijn ten gevolge van hun beleid om alle communicatie centraal af te doen; en die overigens achter een soort matglas werken vanwege alle ondoorzichtige interne en externe overleggen die nodig zijn alvorens men iets kan beslissen.

Een morele antwoordplicht

Er is een wezenlijk verschil tussen communicatieprofessionals in de private sector en bij de overheid. De eerste hebben tot taak hun bedrijf zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen; of zij dat doen en hoe zij dat doen, is een eigen keus waarin particuliere bedrijven geheel vrij zijn.

De tweede categorie ‘communicanten’ werkt in dienst van een organisatie – bijvoorbeeld een ministerie – die niet voor zichzelf en eigen gewin werkt, maar ten dienste van de samenleving als geheel. Die organisatie kent geen tucht van de markt en heeft een grote vrijheid om haar begroting zelfstandig in te richten. Mijns inziens heeft zo’n organisatie een morele ‘antwoordplicht’ ten opzichte van de private vragensteller, in casu de journalist die dat doet namens de totale samenleving. Die mag erop rekenen dat hij – binnen redelijke grenzen – tijdig en adequaat wordt bediend.

Dienstbaar aan de journalistiek

Nog eens heel simpel gesteld: als het zo is dat het ministerie van Justitie een publieke taak uitoefent ten dienste van de samenleving, dan kan het niet anders zijn dan dat zijn voorlichtingsapparaat in beginsel dienstbaar is aan de journalistiek van die samenleving. Mijn suggestie aan die voorlichters: laat daar eens wat van zien.

Overigens: de Crimelink over pedofilie is inmiddels uit en onder meer verkrijgbaar via de gelijknamige website. Zonder inbreng van Justitie dus. Zeker een gemiste kans.

Al 6 reacties — discussieer mee!