parool raadDe Raad voor de Journalistiek heeft onlangs de statuten aangepast om helemaal klaar te zijn voor het internettijdperk. Dat meldde Het Parool vandaag in een groot artikel (screenshot 1 en screenshot 2). Wat gaat er dan veranderen? Houd u vast, want de Raad voor de Journalistiek gaat volgens Het Parool “in de toekomst klachten ‘over internet’ in behandeling nemen”. Oei, dat is nogal wat. Maar voorzitter Victor Lebesque legt in het artikel uit dat de Raad wel moet, want “net doen of internet niet bestaat, is gek”. Deze opmerking is natuurlijk ook erg gek, want inmiddels is de Nederlandse journalistiek al een jaartje of vijftien actief op internet. Is de Raad echt zo gek om nu pas ‘het internet’ te ontdekken? Of is Het Parool zo gek om dat te denken?

Wie met enige kennis van zaken het Parool-artikel leest, krabt zich waarschijnlijk enkele keren flink achter de oren.

Zo schrijft de krant dat de Raad voor de Journalistiek beter dan voorheen klachten kan behandelen “over uitspraken die op internet staan en door de ontvangers als beledigend worden opgevat.” Dit klopt niet, want ‘de ontvangers’ kunnen niet zomaar een klacht indienen als ze een bericht beledigend vinden. Je moet volgens de regels van de Raad namelijk direct belanghebbende zijn. Een willekeurige moslim die een bericht over moslims beledigend vindt, kan niet terecht bij de Raad. Dat kan alleen als dat bericht over de klager zelf zou gaan. Foutje van Het Parool dus.

GeenStijl op het matje

Verder valt in het artikel te lezen dat de Raad in de toekomst klachten over internet in behandeling zal gaan nemen en dat zal volgens Het Parool ook een klacht tegen GeenStijl kunnen zijn. Maar wie in de zoekmachine op de website van de Raad zoekt naar uitspraken die gingen over GeenStijl, zal er drie vinden (twee gegrond en één ongegrond). De eerste uitspraak tegen GeenStijl dateert nota bene uit 2007.

En zelfs daarvoor hield de Raad zich al bezig met internet, want in 2006 werd NU.nl voor het eerst op het matje geroepen.

Bovendien, sinds 2001 staat expliciet in de statuten dat de Raad zich kan buigen over klachten die gaan over internetjournalistiek.

Kortom, de Raad heeft ‘het internet’ al veel langer ontdekt. Dat Het Parool anderszins beweert is dus nogal gek.

Dat roept wel de vraag op wat er dan wel veranderd is in de statuten.

Klachten over journalistieke producties

Het Parool-artikel vertelt dat de Raad voorheen alleen bevoegd was te oordelen over klachten over journalistieke activiteiten. In de nieuwe statuten wordt dat volgens Het Parool uitgebreid met klachten over journalistieke producties. En die worden omschreven als uitingen die beogen “actuele informatie van algemeen belang – zoals nieuws, reportages en beschouwingen – bekend te maken via een publiciteitsmedium dat zich richt op een breed publiek.”

Dat is weinig vernieuwend, want ook in het verleden sprak de Raad zich altijd al uit over journalistieke producties. Bijvoorbeeld omdat mensen klaagden dat berichtgeving in hun ogen feitelijk onjuist of eenzijdig was. Niks nieuws dus.

Blijft dus nog steeds de vraag: Wat behelzen die nieuwe statuten van de Raad voor de Journalistiek? Het Parool weet het niet duidelijk te maken. Maandag maar eens met de Raad bellen.

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 3 reacties — discussieer mee!