Het lijkt te horen bij de huidige tijd: elke volksopstand wordt toegeschreven aan sociale media. Zo waren er ‘Twitterrevoluties’ in Moldavië en Iran (beide in 2009), en dit jaar hebben we er ook al twee, in Tunesië en Egypte. Wellicht kunnen we Syrië, Jordanië en Jemen binnenkort nog toevoegen aan dit rijtje. Zo lijkt Twitter een keten aan revoluties te ontketenen.

Geert-Jan Bogaerts schreef vorige week juichend op Vk.nl: “De kracht van sociale media, op mobieltjes, laptops en desktop-computers, kan niet beter worden aangetoond dan door de gebeurtenissen van deze week in Egypte.” De vraag is natuurlijk hoe groot die kracht van sociale media dan wel is. Wat is de rol van sociale media in het ontstaan van grootschalige volksopstanden? Her en der zijn inmiddels artikelen verschenen over deze vraag. De Nieuwe Reporter zet de daarin geventileerde opvattingen op een rij.

Het is ontegenzeggelijk waar dat sociale media een rol spelen in de nieuwsvoorziening over de opstand in Egypte. Via onder meer Twitter, Facebook en YouTube verspreidt allerlei materiaal (nieuws, foto’s, video’s) zich over de wereld. En die sociale media spannen zich in om dat – ondanks alle belemmeringen – mogelijk te blijven maken. Twitter en Google boden mensen in Egypte, nadat het regime de toegang tot internet had geblokkeerd, de mogelijkheid om via voicemail hun tweets de wereld in te sturen. En YouTube meldt in een blogpost aandacht aan de ontwikkelingen in Egypte te besteden door alle video’s uit Egypte op CitizenTube te bundelen en een stream aan te bieden van de live verslaggeving van Al Jazeera. Legio nieuwsmedia maken dankbaar gebruik van al dat materiaal.

Kortom, de sociale media zijn prominent aanwezig in de informatiestromen vanuit Egypte. Maar welke rol spelen ze in Egypte zelf? In hoeverre droegen ze bij aan het ontstaan van de volksopstand? En is het terecht om te spreken van een ‘Twitterrevolutie’?

Weinig Twitter in de straten van Caïro

Op het nrcnext-blog buigt freelance journalist Dirk Wanrooij zich vanuit Egypte over deze vraag. Hij begaf zich in de straten van Caïro en constateerde daar ontnuchterend: “De meerderheid van de mensen op straat gebruikt geen Twitter of Facebook en heeft waarschijnlijk ook geen flauw idee wat het inhoudt. Ze worden gedreven door een gebrek aan vrijheid en worden geïnspireerd door buren, vrienden en collega’s.” Zijn analyse luidt dan ook: “Twitter, Facebook, Youtube en Al-Jazeera zijn niet de oorzaak van de opstand. Ze hebben slechts een katalyserend effect gehad.”

Een Vandaag-verslaggever Marijn Duintjer Tebbens komt vanuit Egypte tot dezelfde constatering. In een reportage vertelt hij: “De gemiddelde Egyptenaar, de arme Egyptenaar, merkt er niet zoveel van, de invloed van sociale media is voor hen heel beperkt.” Wel signaleert hij dat Facebook en Twitter een belangrijke rol spelen voor de hoger opgeleide jongeren: “Zij gebruiken deze media constant, de hele dag. Zo zijn ze in staat om heel snel informatie uit te wisselen, betogers op de been te krijgen en zo het momentum gaande te houden.”

sitestat

Sociale media veroorzaken niet, maar versterken wel

Ook het Reformatorisch Dagblad buigt zich over de vraag hoe terecht het is om sociale media een doorslaggevende rol toe te kennen in de volksopstanden. In het betreffende artikel passeren een hele trits deskundigen de revue. De teneur van hun visie: sociale media ontketenen geen revoluties, maar spelen wel een evidente rol. Maar op wat voor manier dan wel?

Joss Hands van de Anglia Ruskin University in Cambridge en schrijver van het boek @ is for Activism legt in het artikel uit dat sociale media revoluties iets gemakkelijker maken: “Sociale media scheppen nieuwe mogelijkheden voor actie. Dissidenten vinden elkaar sneller en effectiever dan ooit, waardoor in korte tijd een collectieve actie mogelijk is. Op die manier was dat niet mogelijk via de traditionele media zoals radio, televisie en kranten.” Daarom vindt hij de term ‘Twitterrevolutie’ ook niet fout: “De term hoeft niet letterlijk genomen te worden, maar wijst op een nieuw element in revoluties. Het is een manier om de veranderde dynamiek en nieuwe mogelijkheden te verwoorden.”

De sociologe Zeynep Tufekci van de Amerikaanse universiteit van Maryland zegt in hetzelfde artikel dat sociale media mogelijkheden bieden om democratie te promoten in dictatoriale regimes. “Sociale media verlagen de drempel naar collectieve acties, ze creëren een publieke ruimte, geven informatie door en fungeren bovendien als verbindende schakel tussen landgenoten in het buitenland en in het thuisland.” Ook zij ziet sociale media niet als doorslaggevende factor voor het ontstaan van opstanden:  „Sociale media creëren niet zozeer dissidente geluiden, maar versterken de oppositiebewegingen op plaatsen waar er onrust en verzet is.” In vergelijking met massamedia als televisie en radio zijn sociale media volgens haar bovendien moeilijker te censureren.

Sociale media voor repressie

De buitenlandredactie van de Volkskrant plaatst enkele flinke kanttekeningen bij de optimistische geluiden over de democratiserende kracht van sociale media. Onder de kop Twitter stopt geen kogels (niet online) komen de ideeën van internetonderzoeker Evgeny Mozorov aan de orde. Hij schreef het boek The net delusion: The dark side of internet freedom, en waarschuwt ervoor dat dictators met sociale media juist handige middelen in handen hebben om de bevolking onder de knoet te houden. “Activisten laten digitale sporen na, en sommige regimes zoeken hulp bij gespecialiseerde bedrijven die de online gegevens van hun burgers analsyeren.”

In het Volkskrantartikel komt ook Amira Hosseini van Global Voices Online aan het woord. Zij wil van geen ‘Twitterrevolutie’ weten, met het overtuigende argument: “Het is slechts een middel. Met die naam doe je alle demonstranten onrecht die met gevaar voor eigen leven de straat op zijn gegaan.”

Update woensdag 2 februari 2011, 20.10 uur
In een artikel voor De Groene Amsterdammer geeft Dirk Wanrooij nog een interessante aanvulling. Hij schrijft over journalisten en activisten die in Caïro een provisorisch perscentrum runnen: ze filteren geruchten, controleren feiten en versturen het nieuws naar de buitenwereld. Daarmee voeren ze een achterhoedegevecht, zo vinden ze zelf, want “de echte helden staan op straat”. Dat sociale media de motor achter de opstand zijn, wordt tegengesproken: “Al jaren wordt er via sociale media opgeroepen tot demonstraties en activisme. Maar áls er al iemand kwam opdagen, dan was het slechts een kleine groep, ondanks duizenden online aanmeldingen.”

Update maandag 7 februari 2011, 12.40 uur
Op Mediashift verschenen afgelopen week ook twee interessant stukken over dit onderwerp:
Social media help people stand up in Tunisia, Egypt
Social media alone do not instigate revolutions

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Al 6 reacties — discussieer mee!