De dood is op de weg terug. Als het tenminste gaat om het ‘publieke karakter’. Langzaam wordt sterven en rouwen weer een openbare aangelegenheid, waar dat bijvoorbeeld in de Middeleeuwen ook al het geval was. In de vorige eeuw verkeerde de dood nog in het privédomein van de burger: ziekenhuizen en slaapkamers. Maar er is een kentering: de dood wordt weer een publieke zaak en de pers speelt daarbij een wezenlijke rol. Dat betoogt de Australische hoogleraar Folker Hanusch. Hij vergeleek alle studies over de relatie tussen de journalistiek en de dood en schreef vervolgens het boek ‘Representing death in the news – Journalism, media and mortality’.

Wie het nieuws volgt via radio- tv, dagblad, tijdschrift of internet, bekruipt het gevoel dat het wel heel erg vaak gaat over dood, geweld, oorlog, sterven of vernietiging. Wie de top-10 van nieuwsverhalen van 2010 van Time bekijkt, stelt vast dat meer dan de helft van de onderwerpen een relatie hebben met de dood. Zo staat op nummer 1 de aardbeving in Haïti. Overstromingen in Pakistan prijken op de lijst, naast de drugsoorlog in Mexico en de strijd tegen het terrorisme in Jemen.

‘When it bleeds, it leads’
Krantenkolommen zijn bezaaid met moord, doodslag, ongelukken, oorlogen, of natuurrampen. Het adagium ‘When it bleeds, it leads’ lijkt meer waar dan ooit. Maar is dat wel zo? Nee dus, beweert Folker Hanusch. Al in de eerste drukwerken doken gruwelijke verhalen over moord en doodslag op. Zo beschreef Abraham Casteleyn in het rampjaar 1672 in de Oprechte Haerlemse Courant – een van de eerste couranten – al de moord op de gebroeders De Witt (originele pagina maakt deel uit van de vaste expositie van het Persmuseum in Amsterdam). En dat is op zich niet vreemd. De dood voldoet immers aan een aantal nieuwscriteria. Vooral wanneer het om een onnatuurlijke dood gaat. Dan wijkt het af, emotioneert, identificeert het. Daarmee is de dood een constant dominant nieuwsitem in de geschiedenis van de pers.

En als dat zo is, is het de moeite waard om de relatie tussen de pers en de dood aan een nadere studie te onderwerpen, bedacht Volker Hanusch, ‘lecturer in journalism, University of the Sunshine Coast’ in Australie. Hij verzamelde studies uit verschillende disciplines – massacommunicatie, sociologie, culturele studies, literatuurstudies, antropologie, psychiatrie – en inventariseerde de uitkomsten van al die onderzoeken.

Waxinelichtjesland
Hanusch laat zien hoe in de Middeleeuwen de dood een bijna dagelijkse realiteit was. Burgers leefden dicht op elkaar in grote gezinnen waar de meesten niet oud werden. Een overlijden werd gedeeld met de omringende gemeenschap. In sommige culturen met gelijke omstandigheden is het verwerken van een dode tot op de dag van vandaag een groepsgebeurtenis.

In de westerse samenleving trok de dood zich echter langzaam terug in het privédomein. Zieken gingen naar ziekenhuizen en bejaarden naar bejaardenhuizen. Burgers kwamen steeds minder in aanraking met het eindige. Over de dood werd vaak slechts fluisterend gesproken en dan nog in bedekte termen. Tot – ruwweg – de tweede helft van de vorige eeuw. Toen nam de journalistiek de rol op zich om burgers te helpen bij het verwerken van de dood. Uitvaarten en verdriet werden publieke gebeurtenissen. In Nederland denken we dan al snel aan de stadiondienst voor de overleden André Hazes. In het buitenland aan de emotionele taferelen na de dood van Lady Di. Nederland werd een waxinelichtjesland.

De vraag is of media dat publieke rouwbeklag nu juist aanwakkerden of dat zij slechts een rol speelden in een culturele ontwikkeling. De pers is immers de spiegel van de samenleving. Hanusch geeft er geen antwoord op, want onderzoek naar die vraag is er (nog) niet. Wel stelt hij vast dat de pers soms een belangrijke rol kan spelen bij het verwerken van verdriet. Zo zou volgens hem de Nederlandse omroep er na de moord op Pim Fortuyn voor hebben gezorgd dat de emotie gekanaliseerd werd. Het gezamenlijk rouwen zou er volgens hem voor hebben gezorgd dat een aanvankelijk explosieve situatie van de angel werd ontdaan.

‘Compassion fatigue’
De comeback van de dood heeft ook negatieve kanten, stelt Hanusch. Het beeld van de dood (foto’s, films) is explicieter, harder geworden. Dat leidt tot wat hij ‘compassion fatigue’ noemt. Steeds meer mensen halen de schouders op bij weer nieuwe beelden van slachtoffers van natuurrampen of oorlogen. Onverschilligheid neemt de plaats in van mededogen. Door ‘te veel’ oorlogsgeweld.

Dat zelfde mededogen blijkt echter torenhoog aanwezig wanneer een celebrity het loodje legt. Hanusch hoefde niet ver te zoeken om in de dood van dierenfilmer en landgenoot Steve Irwin een perfect voorbeeld te zien voor die stelling. Stonden in Europa de media al dagenlang bol van het overlijden van de flamboyante tv-maker, in Australië gingen alle remmen los. Maandenlang verschenen artikelen en programma’s, waarin van Irwin binnen de kortste keren een mythische ‘hero’ was. De gestorvene werd geportretteerd als ‘een van ons’, waarin bovendien alle Australische deugden samenkwamen. De pers, betoogt Hanusch, speelde een rol in het verzorgen van de publieke wonden.

Dat in dergelijke omstandigheden een beetje nuance al snel verkeerd kan vallen, bleek toen de Australische Germaine Greer in de Britse krant The Guardian een kritisch artikel over Irwin schreef:

“The animal world has finally taken its revenge on Irwin, but probably not before a whole generation of kids in shorts seven sizes too small has learned to shout in the ears of animals with hearing ten times more acurate than theirs, determined to become millionaire animal-loving zoo-owners in their turn …

Zo’n kritische toon werd niet geaccepteerd door het Australische publiek en door de media in dat land. Over de doden immers niets dan goeds. En zo werd Greer in de Australische pers al snel afgeschilderd als een representant van de elite waar Irwin zich altijd zo tegen verzette. Bovendien was Greer een verraadster die haar eigen land had verlaten en nota bene een Britse krant had uitgekozen om haar gif te spuien.

De een zijn dood ….
De dood blijft dus een gevoelig onderwerp. Waarbij media rekening moeten houden met een veranderde sensibiliteit bij het publiek. Waar het het ‘grote geweld’ aangaat, lijkt er sprake van een toenemende onverschilligheid, waar het celebrity’s betreft worden zelfs paljassen als Michael Jackson tot iconen gebombardeerd. Wordt media-rouw zelfs commercieel interessant (kranten waarin de dood van bijvoorbeeld Fortuyn, Van Gogh en Wacko Jacko werden gemeld, werden hoogstwaarschijnlijk zeer goed verkocht). Zo is de een zijn dood de ander (media) z’n brood. Of anders gezegd: een ramp voor het land is goed voor de krant.

Het boek van Hanusch biedt weinig directe toepassingen voor de journalistiek en daar is zijn inventarisatie ook niet voor bedoeld. Wie echter bereid is enige afstand te nemen van de dagelijkse berichtgeving in media, ziet een boeiende ontwikkeling die iedere journalist tot enig nadenken zou mogen stemmen. Neem alleen al de invloed die het internet had en heeft op berichtgeving. Gruwelijke beelden die door traditionele media nog altijd geweerd worden, zijn via het web makkelijk te zien.

Los daarvan valt er nog wel wat in te brengen tegen de observaties van Hanusch. Zo zijn bijvoorbeeld uitvaarten van bekende personen altijd al publieke gebeurtenissen geweest. (Terzijde: het genre ‘uitvaartverslag’ is – op een enkele uitzondering na – geheel uit onze media verdwenen, waar het begin vorige eeuw nog hoogtij vierde in met name de dagbladen. Dat lijkt tegen de trend van Hanusch in te gaan.).

Het wachten lijkt op een studie naar de vraag of ook in Nederland de berichtgeving over de dood in de loop der jaren en eeuwen is verschoven. Omgang met de dood is immers, zo kan iedere uitvaartverzorger vertellen, zeer cultureel bepaald.

‘Representing death in the news – Journalism, media and mortality’ door Folker Hanusch. Uitg: Palgrave Macmillan (www.palgrave.com). ISBN-13: 978-0-230-23046-0. Prijs: £50.

Theo Dersjant

Theo Dersjant is een Nederlandse journalist en docent aan de Fontys Hogeschool Journalistiek.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!