De digitale en de papieren editie van een krant kunnen elk een eigen rol spelen in de verslaggeving, vindt Frank Westerman. Vanzelfsprekend moet de macht gecontroleerd worden en blijft onderzoeksjournalistiek onmisbaar. Maar van de papieren krant verwacht hij een andere, subjectieve kijk op de wereld.

Twintig jaar geleden bracht operatie Desert Storm ons de eerste live coverage van een oorlog. We kregen er Cable Network News bij, ofwel CNN, en natuurlijk de stem van Peter Arnett: The sky over Bagdad is illuminated. Het was een groteske vertekening van de oorlog, op het karikaturale af. Maar toch: we konden de tomahawks real time zien inslaan.

Nu in 2011 – tijdens de rampspoed in Japan en de strijd in Libië – is CNN slechts ‘een bron’. Voor een live-verslag moet je online zijn. Geen ander medium wint het van de automatisch verversende webpagina’s. Zodra het echt spannend wordt schakelen nieuwssites over op live stream-verslaggeving.

De sites verschieten van kleur. Bij de BBC verschijnt er een signaalrood vignet in beeld, terwijl de webredactie van NRC Handelsblad al het andere nieuws van de homepage laat wegdrukken door een spetterende foto en de melding ‘live’. Ik stel me een internetredactie voor op oorlogssterkte. Er is geen tijd meer voor een weging van alle binnenkomende claims, laat staan voor duiding. Dat hoort erbij: als nieuwsconsument weet je dat je rauwe ingrediënten krijgt opgedist. Tweets, blogs, quotes, links, feeds, pics. Je moet er zelf maar iets verteerbaars van bereiden. Je beseft bovendien dat de feiten in dit stadium nog als pelpinda’s verpakt zitten in geruchten, valse claims en propagandaleugens.

Onbedoeld voltrekt zich hierbij een wonder. Door elke paar minuten een ongecontroleerd nieuwtje te spuien uit alle bronnen die zich aandienen weet de journalistiek haar hoogste streefdoel – objectief zijn – dichter dan ooit te naderen. De ongecensureerde berichtenstroom in woord, geluid en beeld is een echo van het werkelijke rumoer waarmee de Maghrebijnse revoluties gepaard gaan. Nog steeds bereikt die weergalm ons enigszins vervormd, maar een klinische of cartooneske weergave is het niet. iReporting hapert nog. Lang niet alles komt door. In het nauw gedreven despoten proberen uit alle macht de communicatieplatforms plat te leggen, maar toch: met die grof-filterige totaalberichtgeving is een nieuwe mijlpaal bereikt.

Maar dan valt de krant in de bus. Au. De Standaard meldt vrijdagochtend: ‘De VN-Veiligheidsraad boog zich gisteravond over een resolutie die militaire actie tegen Libië mogelijk maakt.’ Dat was toen. Ik weet wel dat drukinkt moet drogen, en dat kranten in vrachtwagens en fietstassen worden verspreid. Maar wat moet ik met ‘nieuws’ dat licht aan het schimmelen is? Overal om me heen zie ik mensen met smartphones, laptops en iPads die al lang weten dat die resolutie is aangenomen.

Op een tweede scherm heb ik trouwens een live-Geigerteller in beeld, dus ga mij morgen niet jachtig van ’t papier toeroepen hoe het zit met de stralingsniveaus in Japan vandaag. Dagbladen die in hun gedrukte editie hijgend achter de feiten aanhollen worden sufferdjes – vol oudbakken nieuws. De vis kan er meteen al in. Er zijn dagen dat alleen je favoriete columnist of cartoonist je nog verrast, afgezien van een opmerkelijk bericht op de pagina wetenschap.

Krantenmakers kennen het probleem en doen er natuurlijk ook al wat aan. Maar beseffen zij wel dat steeds meer lezers het nieuws van de dag al kennen als de krant van de persen rolt? Het is de keerzijde van die razendsnelle live-verslaggeving op de webpagina’s. Nieuws is in potentie nog even brisant als voorheen, maar zijn halfwaardetijd is verkort. Als er iets compacter kan, dan zijn het de traditionele nieuwskaternen.

Gepeperde stukken

Dit schept ruimte. Als ik het voor het zeggen had, zou ik die vrijkomende kolommen graag gevuld zien met gekleurde berichten en reportages, maar dan: gekleurd door de persoonlijke visie, overtuiging, deskundigheid of smaak van de journalist in kwestie. Visionair voorbeeld uit de Nederlandse de Volkskrant van vrijdag 11 maart: Hans Aarsman die een persoonlijk commentaar geeft op een nieuwsfoto van een Libische opstandeling die stoer probeert te poseren, sigaretje tussen de vingers: ‘Als dit de rebellen zijn die Kadhafi tegenover zich heeft, wat is dan zijn probleem?’

Als tegenwicht voor de geboden bijna-objectiviteit in de online-nieuwsvoorziening verlang ik naar meer subjectiviteit op het trage, geduldige papier. Welke glans hebben de nieuwsfeiten in de ogen van de individuele redacteur? Kan hij of zij mij anders laten kijken dan ik uit automatisme of conformisme geneigd ben te doen?

Dit krijg je te weinig: gepeperde stukken die slechts indirect over een bepaald onderwerp gaan, omdat ze gebruik maken van ironie, suggestie, weglating. Of van een sterke metafoor. Wie herleest voor mij het boek Openbaringen en andere eindtijd-scenario’s tegen het decor van de Japanse catastrofes? Welke redacteur laat zijn licht schijnen over de garderobe van Kadhafi?

Ik pleit dus niet voor een sterkere nestgeur of een meer politieke signatuur. Ik zeg evenmin dat alle redacteuren en verslaggevers voortaan maar columnist moeten worden – onthullingsjournalistiek en deskundige duiding wil ik graag dagelijks uit de vertrouwde bakkerij betrekken. En voor de journalistieke rol van ‘het controleren van de macht’ zou ik geen kolom willen missen: zie het weergaloze belang van de onthullingenstroom over seksueel misbruik binnen de katholieke kerk.

Wel zou ik op de vrijgekomen ruimte door het opdoeken (okay: inkrimpen) van de oudnieuwspagina’s graag meer stukken lezen die vanuit een ongebruikelijke, betwistbare invalshoek zijn geschreven. Als nieuwsverzadigde lezer die de krant openslaat wil ik mijn eigen subjectieve versie van de gebeurtenissen het liefst toetsen aan onverwachte, tegendraadse – en dus: al even subjectieve – verhalen.

De krantenredactie die niet wil gaan lijken op de spreekwoordelijke stoker op de elektrische trein, zou mijns inziens in de digitale editie naar objectiviteit moeten blijven streven, en op papier naar subjectiviteit.

Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard en op Mediakritiek.be

Al 4 reacties — discussieer mee!