Deed het wereldnieuws er vroeger soms weken over om de andere kant van de wereld te bereiken, tegenwoordig wordt al het kleine en grote nieuws binnen enkele tellen de aardbol rondgetwitterd. Welke gevolgen heeft dit voor de buitenlandcorrespondent? DNR wijdt een serie aan deze vraag en trapt af met een onderzoek van het Reuters Institute naar de veranderende rol van de correspondent.

In een medialandschap waar flink wordt bezuinigd op eigen nieuwsproducties, staat de rol van de buitenlandcorrespondent ter discussie. In hoeverre is hij overbodig in de huidige global village, waar de informatie voor het oprapen ligt? Richard Sambrook denkt het antwoord te hebben: “We used to need hunter-gatherers, now we need farmers.”

Zijn buitenlandse correspondenten overbodig? Het is nogal een vraag, die Richard Sambrook de lezer voor zijn voeten gooit in een ruim honderd pagina’s tellend rapport, dat hij schreef in opdracht van het Reuters Institute. Het voormalige hoofd van de BBC World Service werpt aan de hand van kwalitatief en kwantitatief onderzoek zijn blik op het veranderende internationale medialandschap. Hij gaat tijdens zijn analyse met name in op de veranderende technologie en hoe deze de rol van de correspondent in het nieuwsproces verandert. Een nuttig palet van constateringen en aanbevelingen is het resultaat, al worden er onderweg wel de nodige open deuren ingetrapt.

Van Lincoln tot Libië

Uiteraard wordt het rapport ingeleid met een stukje journalistenromantiek; Sambrook blijft een BBC’er. Met weemoed wordt er terug gekeken naar de tijd dat het nieuws over de moord op Lincoln er liefst twee weken over deed om vanuit Amerika, per boot, de Europese kranten te halen. Ja, dan is er sinds Twitter en CoverItLive inderdaad een hoop veranderd. Nieuws is sneller, toegankelijker en internationaler geworden. Drie factoren hebben bij deze veranderingen een belangrijke rol gespeeld, te weten financiën, technologie en globalisering.

Omdat dit riedeltje bij de meeste lezers bekend zal zijn, een samenvatting in een notendop: Traditionele nieuwsmedia hebben het door de concurrentie met nieuwe technologieën financieel lastig en zijn op zoek naar nieuwe verdienmodellen, of een goedkopere wijze van nieuwsproductie. Voor buitenlands nieuws geldt dit laatste nog eens extra, omdat het relatief duur is om te maken. Het is dan ook niet meer dan logisch dat er bij (gedwongen) bezuinigen al snel wordt gekeken naar de eigen productie van buitenlands nieuws. De internationale persbureaus overnemen is immers stukken voordeliger dan een eigen correspondent de nieuwsvoorziening over, bijvoorbeeld, Libië te laten verzorgen.

Nieuwsmedia zijn angstig

Dat mediabedrijven zo moeten snijden ligt volgens Sambrook vooral ook aan henzelf. Hij vindt dat de ‘conservatieve’ nieuwsmedia angstig omgaan met de omschakeling van een analoog verleden naar een digitale toekomst. Nieuwsorganisaties zijn bang dat ze de schifting niet zullen overleven, maar doen er ondertussen te weinig aan om mee te gaan in de nieuwe technologieën die het hen zo moeilijk maken.

Innovatie komt daarom op dit moment van buiten de nieuwsindustrie. Echt concreet wordt Sambrook helaas niet als hij het over deze ‘innovatie’ heeft, maar hij lijkt met name te doelen op social media. Daar komt nu waardevolle input vandaan, die door de nieuwsindustrie nog te veel genegeerd wordt.

En zo komen we bij de hoofdvraag van dit rapport: Heeft het nog wel zin om als Westers medium iemand in het buitenland te stationeren, als er via wereldwijde netwerken al zoveel informatie met elkaar gedeeld wordt? Jazeker, is Sambrook stellig. Maar de correspondent zoals we die nu kennen zal over een aantal jaren niet meer bestaan. Er zullen onder invloed van de technologie grote veranderingen plaats gaan vinden in het takenpakket van de buitenlandverslaggever.

Oude en nieuwe correspondenten

De ‘traditionele’ correspondenten worden als volgt omschreven: Ze hebben één of twee deadlines per dag, werken voor een specifiek mediumtype, krijgen salaris en onkosten van één vaste opdrachtgever, hebben een relatief klein netwerk van betrouwbare mensen en hadden oorspronkelijk weinig voorkennis van het land waar ze gestationeerd werden, maar hebben via veldwerk een regionaal specialisme afgedwongen. Deze groep is volgens Sambrook een uitstervend ras. Hij verwacht weliswaar niet dat nieuwsmedia hun hele correspondentenbestand zullen oprollen, maar wel dat er flink gesneden gaat worden in de doorbetaalde afgezanten.

Door het afvloeien van de traditionele correspondenten zullen freelancers en lokale mensen, die aanzienlijk goedkoper zijn, meer kansen krijgen. Dit zijn de ‘nieuwe’ correspondenten: Zij hebben meerdere deadlines per dag voor meerdere mediumtypen, werken vooral vanaf huis en voor verschillende werkgevers, hebben een enorm online netwerk en hadden al specifieke kennis van een regio of een onderwerp dat belangrijk is voor die regio voordat ze correspondent werden.

Drie functies voor de moderne correspondent

Zoals de profielschets al aangeeft zal de werkwijze en het takenpakket van correspondenten dus aardig op de schop gaan. In de toekomst zullen zijn nog drie belangrijke functies blijven vervullen:

  1. Het produceren van specialistische content,
  2. Het vergaren en verifiëren van andere bronnen,
  3. Het coveren van brekend nieuws en live evenementen.

In de ontwikkeling van specialistische niche content ziet Sambrook vooral een lucratieve inkomstenbron voor buitenlandverslaggevers. Als er een publiek gevonden kan worden dat geïnteresseerd is in specifieke kwaliteitscontent kan er door diepte en expertise te bieden binnen deze groep een marktaandeel worden afgedwongen. Als voorbeeld draagt Sambrook The Financial Times aan, dat er door een goede balans in de productie van ‘low-value, high-reach’ en ‘high-value, low-reach’ artikelen in is geslaagd een lucratieve nichegroep aan zich te binden die bereid is te betalen voor kwaliteitsproducties.

Verifiëren…

De tweede nieuwe correspondententaak, het vergaren en verifiëren van andere bronnen, is volgens Sambrook een business waar veel nieuwsorganisaties nu nog overheen kijken. Via blogs, Twitter en sociale media wordt nu al een stortvloed aan bruikbare informatie de wereld in geholpen.

Door technologische innovatie zal er in de toekomst nog een grotere explosie aan nieuwswaardige informatie beschikbaar komen. Kritische consumenten zullen uit deze beschikbare informatie hun eigen interpretatie van het nieuws ontlenen. Voor de massa is het echter noodzakelijk dat de enorme hoeveelheid ooggetuigemeldingen, meningen en analyses tot een hapklare brok nieuws worden gekneed.In deze kritische interpretatie en duiding, en met name ook de controle van informatie, ziet Sambrook één van de belangrijkste taken van de ‘nieuwe’correspondent.

In dat proces zijn ook partnerships erg belangrijk. Dit betekent dat buitenlandverslaggevers veel meer gebruik moeten gaan maken van lokale blogs, social media en andere webbronnen. Dit vraagt om een networked approach van de correspondent. Hij moet zorgen dat hij via verschillende bronnen en kanalen snelle expertise over bepaalde issues kan verkrijgen. Het onderhouden van dit grote netwerk wordt zeer belangrijk. Of zoals een Reuters-redacteur het mooi weet te zeggen: “We hadden altijd jagers nodig, maar nu zoeken we vooral naar hoeders.”

…maar blijven observeren

Deze stellingname lijkt extreem. Ziet de man die zelf voor de BBC de hele wereld over reisde ‘zijn’ toekomstige correspondent als een aan zijn beeldscherm gekluisterde aggegrator die de herkomst van tweets aan het achterhalen is? Nee, doceert Sambrook, “want social media input mag nooit een substituut worden voor een ooggetuige verslag.” En wie de woorden van BBC correspondent Alan Little er bij haalt, weet dat hij gelijk heeft:

“Eye witness journalism is in one sense the purest and most decent work we do. It has the power to settle part of the argument, to close down propaganda, to challenge myth making. It is the first draft in the writing of history and, in itself, a primary source for future historians.”

Concluderend kunnen we stellen dat de uitdagende openingsvraag van Sambrook verworpen kan worden. Er is wel degelijk een toekomst voor correspondenten, ondanks dat media steeds meer snijden in hun buitenlandverslaggeving. Ze moeten dan wel hun verandere rol in de nieuwsvoorziening accepteren en bereid zijn zichzelf nieuwe vaardigheden aan te meten. Doen ze dat niet, dan zullen weinig jagers overleven.

Lees ook:

Andere afleveringen in deze serie over de toekomst van buitenlandcorrespondenten

Steeds minder buitenlands nieuws in de Britse pers
Buitenlandcorrespondent: no love no glory?
De correspondent 2.0
Correspondent kan politieke actualiteit trefzekerder duiden dan bureauredacteur

Al 3 reacties — discussieer mee!