Deed het wereldnieuws er vroeger soms weken over om de andere kant van de wereld te bereiken, tegenwoordig wordt al het kleine en grote nieuws binnen enkele tellen de aardbol rondgetwitterd. Welke gevolgen heeft dit voor de buitenlandcorrespondent? DNR wijdt een serie aan deze vraag. In de tweede aflevering een interview met Koert Lindijer, de correspondent die zijn werk in Afrika voor NRC en NOS verricht zonder Facebook en Twitter.

Vanuit zijn standplaats Nairobi, Kenia, vervult Koert Lindijer al bijna dertig jaar zijn correspondentschap. Anders dan veel van zijn collega-correspondenten, was hij in zijn beginjaren aangewezen op de typemachine en een stewardess om zijn verhaal aan mee te geven. “Ik kom bijna uit het postduiftijdperk”, omschrijft hij het zelf gekscherend.

Toen Lindijer in 1983 zich na een reeks omzwervingen op het Afrikaanse continent vestigde om voor NRC Handelsblad de verslaggeving te verzorgen, was hij verstoken van de technologische luxe die we vandaag de dag hebben. Dat dat soms tot ongemakkelijke situaties kon leiden, zullen veel van zijn generatiegenoten erkennen. Toen Libië in de jaren tachtig bijvoorbeeld buurland Tsjaad binnenviel, moest hij soms wel zeven uur in de rij wachten om zijn verhaal door te geven, omdat er maar twee telefoonlijnen naar het buitenland beschikbaar waren: een voor de president en de andere voor de hele natie. “Maar als dat dan lukte”, vertelt Lindijer, “was dat de grootste seksuele bevrediging die je kon krijgen. Tegenwoordig ga je er bijna automatisch van uit dat je verhaal met één druk op de knop in Rotterdam is. Of dat het drie keer terug kan komen om de puntjes op de i te zetten.”

Zeldzame positie
Ondanks de voordelen die het internet de hedendaagse buitenlandcorrespondent te bieden heeft, benut Lindijer het medium niet ten volle. Bij het uitvoeren van zijn werk vertrouwt hij vooral op de hulpmiddelen die voorhanden waren voordat de digitalisering zijn intrede deed. Zijn internetgebruik blijft daardoor beperkt tot e-mailen met de redactie en met bronnen, en het dagelijks bijhouden van de news wires, waar hij via NRC toegang tot heeft.

“Het is een beetje waarmee je bent opgegroeid”, geeft Lindijer in alle eerlijkheid toe. Achtergrondinformatie voor verhalen zoekt hij niet via Google, maar laat hij zich bij voorkeur verstrekken door het NRC-archief. En ook bloggen, Facebook en Twitter zitten niet in zijn systeem en naar alle waarschijnlijkheid zal hij er zich nooit aan wagen. Lindijer is een van de zeldzame correspondenten die zich een leven zonder moderne foefjes kan permitteren, omdat hij garant staat voor kwaliteit. Zijn eigen aanpak, hoe twintigste-eeuws ook, werkt voor hem simpelweg het best.

Koert Lindijer op zijn werkterrein (foto: Arne Doornebal)

Veranderende rol
De komst van internet heeft niet alleen de routines van de moderne buitenlandcorrespondent veranderd, ook de correspondent zelf kwam ter discussie te staan. Volgens Lindijer levert de moderne buitenlandcorrespondent steeds minder hard nieuws, omdat het publiek voor de laatste ontwikkelingen uit een keur van weblogs, nieuwssites en sociale media kan kiezen. Alleen radio en televisie fungeren in zijn ogen nog als echte nieuwsfabrieken. “Maar als je het nieuwsgedeelte, het brengen van staatsgrepen, bommetjes die ontploffen niet zonnodig meer hoeft te schrijven in de krant”, vraagt Lindijer zich hardop af “wat is dán je rol als correspondent?”

Met die vraag slaat Lindijer de spijker op zijn kop. Want wat voegt de buitenlandcorrespondent toe als het nieuws door allerlei instanties veel sneller gebracht kan worden? Lindijer is er, net als velen met hem, van overtuigd dat het alternatief, de diepgang is: “Iedereen bij een serieuze krant zal zeggen: Features schrijven, ga op stap met militieleiders, guerrillaleiders, laat het de mensen voelen.” En dat is wat Lindijer graag doet.

Meer analyses
Maar ondanks die verschuiving is er volgens Lindijer een vervlakking in de buitenlandverslaggeving ontstaan. De snelle en continue nieuwsstromen die het digitale tijdperk kenmerken, hebben ertoe geleid dat de correspondent aan de lopende band features en achtergrondverhalen schrijft. Lindijer pleit daarom een ander journalistiek genre, dat in de afgelopen jaren uit de mode raakte en volgens hem alleen nog wordt gebruikt door denktanks als Human Rights Watch en Economic Crisis Group, weer uit de kast te halen: de analyse.

“Ongetwijfeld saaie verhalen”, zegt Lindijer, “Maar als er in bijvoorbeeld Nigeria een nieuwe regering aan de macht komt of als de president op sterven ligt, moet je dan niet een analyse hebben over wat dat betekent voor de machtsverhoudingen? Des te meer wanneer je realiseert dat Nederland met Shell en Heineken een van de grootste investeerders in Nigeria is.” Om die diepgang uiteindelijk te kunnen leveren, is volgens Lindijer een correspondent nodig die op de hoogte is van wat er op het continent gebeurt, die de geschiedenis kent en de cultuur begrijpt. In die context zegt hij schertsend: “Je moet er een keertje hebben geneukt, wil je er echt iets van begrijpen.”

En dat bedoelt de Afrika-correspondent letterlijk. Voor Lindijer is het belangrijkste dat de correspondent emotioneel in contact staat met wat er gebeurt. “Op het moment dat je dat hebt gedaan, moet je direct afstand nemen omdat je als journalist dingen van een afstand moet bekijken.” Lindijer benadrukt dat Afrika een continent is dat honderd jaar lang is “uitgezogen, gekoloniseerd en met slavenhandel bewerkt is geweest.” En om daar allemaal doorheen te prikken, is een goede correspondent nodig. Lindijer: “Dat kan je nooit vanuit Nederland, daarvoor moet je met je voeten in de blubber staan, kunnen overleven. Niet alleen maar kennis en feiten, maar ook emotie en de dynamiek van de samenleving begrijpen.”

Lees ook:

Andere afleveringen in deze serie over de toekomst van buitenlandcorrespondenten

Al 2 reacties — discussieer mee!