Camerajournalist Arjan Hoefakker (Omroep Gelderland) introduceerde vorige week op De Nieuwe Reporter de term camvo, als afkorting voor cameravoorlichter. Dit naar analogie van de afkorting camjo voor camerajournalist. Een lezenswaardig stuk, dat terecht bepleit dat voorlichters geen journalisten zijn, en ook niet moeten willen zijn. Een camvo is wat anders dan een camjo. Ik neem de term camvo graag over, en voeg er een werkwoord aan toe: camvozen. Te definiëren als: voorlichting bedrijven met een camera.

Ik heb zelf als persvoorlichter bij het Wereld Natuur Fonds (WNF), rond 1995, heel wat af gecamvoosd. Eerst runde ik bij WNF projecten om bedreigde diersoorten te beschermen, later kreeg ik bij persvoorlichting een vrije rol om te experimenteren met persuitingen via internet, zoals een bedrijfsblog en videopersberichten. Ons uitgangspunt was destijds dat die producten geen journalistiek zijn, want het ging om ‘gestuurde’ informatie: gekleurd, bedacht en betaald door WNF.

Videopersberichten pakten we als volgt aan:

  1. Huur een filmmaker, die op locatie interviews en snijshots draait
  2. De filmer monteert een nieuwsitem, aangevuld met rechtenvrij beeld uit eigen WNF-koker
  3. De video met het persbericht wordt verspreid via ANP Pers Support, inclusief gegarandeerde plaatsing op een aantal nieuwssites
  4. Soms: een selectie van ruwe beelden en quotes (een zogeten broll ) erbij aanbieden aan de pers
  5. De video zelf publiceren in de nieuwsrubriek op wnf.nl.

Een recent voorbeeld van zo’n video van het WNF is een reportage over Earth Hour 2011.

Journalistiekerig
Het resultaat: een kwalitatief goed nieuwsfilmpje voor de eigen site, en omdat ANP Video indertijd als partners de sites van De Telegraaf en een aantal regionale kranten had, toch al gauw zo’n 10.000 hits in een uurtje. Dat is een zichtbaarheid die je met je eigen site nooit haalt. Journalistiek is het met nadruk niet, maar een quasi-journalistiek filmpje is een uitstekende, en volledig te verdedigen communicatie-uiting.

Zo uit mijn hoofd haalden we ook nog twee keer het Jeugdjournaal, dat zelf het ruwe materiaal bewerkte tot een item. Dan wordt het dus wél weer journalistiek.

Nog beter: durf zelf kritisch te zijn in je reportage. Interview je tegenstander, zonder meteen in de verdediging te gaan. Dat maakt het nog steeds geen journalistiek, maar zorgt wel voor een krachtig item.

Wakostda?
Aan de bovengenoemde vorm hangt wel een kostenplaatje, want je moet wel die camerajournalist een of anderhalve dag inhuren. Geen wonder dat overheden, zeker nu digitale camera’s heel betaalbaar worden, uitkijken naar de goedkopere vorm: de voorlichter die zelf met de camera op pad gaat.

Natuurlijk is het goedkoop voor voorlichters om zelf de camera te pakken. Het gevaar van camvozen is alleen dat de kwaliteit van videoproducties dramatisch keldert. Camerajournalistiek is namelijk niet alleen een apart vak, het is ook een vaardigheid die je niet leert met een cursus van twee dagen.

Sterker nog: binnen de journalistiek is camerajournalistiek een hondsmoeilijk specialisme. Omdat je heel veel moet kunnen: productie plannen, camera bedienen, interviewen, regisseren, monteren. Allemaal verworvenheden waar specialisten binnen het filmvak jarenlang op studeren. En ervaring in hebben opgedaan.

Valkuilen
Wat vaak wordt onderschat: de kracht van een reportage (of die nu journalistiek of quasi-journalistiek is) ligt in de vorm ten dienste van de inhoud. Het is een kwestie van jongleren met beelden, muziek en effecten om de kijker mee te nemen in je verhaal en te raken. Je kunt nog zulke prachtshots draaien en super quotes verzamelen, als je verhaal te lang, onbegrijpelijk of saai is, haakt de kijker voortijdig af.

Nog erger: communicatiemanagers die ervoor kiezen om stafmedewerkers een videocursus te geven om zo zelf video’s te kunnen maken. Bijna altijd worden deze producties te incrowderig: teveel zenden, teveel details. Als de eigen wethouder zegt dat A erin moet, en ook nog B en C, wie ben jij dan als ondergeschikte om te zeggen dat het korter moet?

Wat dan?
Communicatiemanagers moeten aansturen. De grote lijn bewaken, het doel en de doelgroepen bepalen, de strategie uitstippelen. Niet iedereen over je product laten plassen, alleen de belangrijke. Niet zelf gaan interviewen, draaien, verhalen in elkaar knutselen. Niet de medewerkers laten doen. TENZIJ je een persoonlijk verhaal vertelt. Dan kan het namelijk wel: die wiebelige draaistijl, een hapsnap-montage. De vorm versterkt dan de echtheid. Dus deel vooral flip-camera’s uit aan de hele werkvloer en laat ze ermee spelen. Dat vergroot de werkvreugde, want als je van je werk houdt, vertel je er graag over. Ga zelf vloggen (videobloggen), spreek je webcam toe, en gooi alles op het bedrijfs-YouTube-kanaal. En censureer niet.

Maar probeer geen camjo te zijn. Huur de camjo in en stuur aan. Ieder zijn vak.

Lees ook
Cameravoorlichters rukken op: camjo’s of camvo’s?
Wantrouw camjo-profeet Michael Rosenblum
Eenmanstelevisie heeft toekomst

Al 3 reacties — discussieer mee!