Deed het wereldnieuws er vroeger soms weken over om de andere kant van de wereld te bereiken, tegenwoordig wordt al het kleine en grote nieuws binnen enkele tellen de aardbol rondgetwitterd. Welke gevolgen heeft dit voor de buitenlandcorrespondent? DNR wijdt een serie aan deze vraag. In de vierde aflevering een interview met René Roodheuvel, correspondent op de Nederlandse Antillen: “Je moet wel oppassen dat het geen dorpsjournalistiek wordt.”

Antillen-correspondent René Roodheuvel (57) bevindt zich in meerdere opzichten in een unieke positie. Hij is ‘buitenlandverslaggever’ binnen het Koninkrijk, bedient via de Wereldomroep zowel een Antilliaanse als Nederlandse doelgroep, en beschikt als één van de weinige correspondenten nog over een vast dienstverband. Vanaf juli legt hij echter zijn taken volledig neer en worden zijn werkzaamheden overgenomen door een lokale redactie, die is opgericht in oktober 2010. Roodheuvel:“Zij gaan een belangrijke brugfunctie vervullen.”

Lokale redactie neemt het over
Toen Roodheuvel in augustus 2006 namens Radio Nederland Wereldomroep (RNW) werd gestationeerd als eerste vaste correspondent op de Antillen, was dat niet de eerste keer dat hij voet zette op het Nederlands-Caribische zand. “In mijn jeugd heb ik drie jaar op Curaçao gewoond, en dat heeft me eigenlijk nooit meer helemaal los gelaten. Toen ik na een periode als buitenlandredacteur bij het ANP in dienst kwam bij de Wereldomroep, ben ik me vanaf 1997 dan ook bezig gaan houden met de Caribische redactie. Toen ik uiteindelijk de kans kreeg zelf het correspondentschap te vervullen hoefde ik niet lang na te denken. Dan ga je.”

Inmiddels levert Roodheuvel al ruim vier en half jaar bijdragen aan een dagelijkse Caribische radio-uitzending, die via mediapartners op de hele eilandengroep te volgen is. Daarnaast produceert hij online artikelen voor RNW en is hij, in het kader van een samenwerking tussen RNW en NOS, ook correspondent voor het Radio 1 Journaal en NOS TV. Tot eind vorig jaar deed hij het correspondentschap alleen, maar sinds oktober 2010 is er een lokale redactie actief. Bij de realisatie daarvan speelde Roodheuvel een belangrijke rol.

Inmiddels verzorgen vier lokale redacteuren, allen met journalistieke achtergrond en in dienst van RNW, in samenwerking met de Caribische redactie in Hilversum, dagelijks tweetalige audio, video en tekst voor de website aworaki.nl, wat vrij vertaald ‘hier en nu’ betekent. De in het Papiaments geschreven website, die onder de url caribiana.nl ook in het Nederlands te lezen is, is onderdeel van de Wereldomroep en heeft zowel de lokale, als de in Nederland woonachtige Antillianen als doelgroep. De site moet via nieuws, achtergronden, video en audio de geïnteresseerde lezer voorzien van een afgewogen nieuwsvoorziening. Vanaf juli keert Roodheuvel terug naar Nederland en zullen zijn taken volledig overgenomen worden door de redactie in Willemstad.

Brugfunctie
In een medialandschap waar flink op buitenlandverslaggeving gekort wordt is het een bijzondere situatie dat er een complete redactie wordt aangesteld. Roodheuvel legt de beweegredenen van RNW nader uit: “De missie van de Wereldomroep is het informeren van Nederlandstaligen in het buitenland, landen met een informatieachterstand voorzien van onafhankelijke informatie in en het verspreiden van een realistisch beeld van Nederland in het buitenland. Voor de Antillen is dit extra belangrijk, omdat zij deel uitmaken van het Koninkrijk en er een grote achterban in Holland is. Zowel voor de eilandbewoners zelf, als geïnteresseerden in Nederland is het nodig dat zij een afgewogen nieuwsvoorziening krijgen.”

Door een lokale redactie aan te stellen, denkt hij dat deze functie beter vervuld kan worden. “We zijn in staat méér Caribisch nieuws te brengen, en dat ook nog eens in de lokale taal. Op die manier komen we dichter bij de doelgroep. Daarnaast wordt door een groter aantal redacteuren de pluriformiteit in de berichtgeving hoger.”

Roodheuvel benadrukt dat de Wereldomroep de bestaande Antilliaanse media niet wil beconcurreren maar wil verstevigen. Al vele jaren werkt men samen met lokale mediapartners op alle eilanden. Nu wil men een online nieuwsportal van de grond te krijgen. “Er zijn hier relatief veel media. Alleen Curaçao telt al dertig mediastations en acht kranten. Maar er is hier geen publieke omroep. Iedereen is afhankelijk van adverteerders of sponsors. De middelen zijn beperkt. Een reportage op een ver gelegen eiland is voor zo’n partij niet altijd te betalen. RNW heeft wat dat betreft een brugfunctie. Wij willen media bij elkaar brengen en waar nodig aanvullen.”

Internet is daarvoor het medium, aldus Roodheuvel. “Er is een kanteling van het nieuws gaande. Op de Antillen halen ook steeds meer mensen hun nieuws van het web. Dat is maar goed ook, want dat komt de actualiteit ten goede. Maar een goede centrale plek was hier nog niet echt voor. Dat gat willen wij graag helpen dichten.”

Nog steeds nodig
Ondanks zijn eigen vertrek juicht Roodheuvel de beslissing van RNW om te investeren in de Antilliaanse nieuwsvoorziening toe. Meer algemeen gesproken vindt Roodheuvel correspondenten nog steeds hard nodig om de lokale context van gebeurtenissen te duiden. Hij betreurt in dat opzicht de ontwikkeling dat steeds meer media er voor kiezen hun vaste correspondenten te laten afvloeien.“Dat kan er namelijk toe leiden dat de buitenlandverslaggeving oppervlakkiger wordt. Het scala van meningen en opinies neemt af als je voor tien media dezelfde correspondent gebruikt. Dat vind ik jammer.”

Ook bij het ad hoc uitzenden van Nederlandse verslaggevers heeft Roodheuvel zijn twijfels. “Als je als Nederlands medium iemand naar de Antillen vliegt omdat er een vliegtuig bij Bonaire is neergestort, moet je toch eerst je draai zoeken voor je bij de juiste mensen terecht komt. Als je er woont en werkt heb je een netwerk paraat en kun je heel doelgericht op zoek naar de juiste personen voor je verhaal. Al zou je natuurlijk ook kunnen redeneren dat het voor een Nederlands publiek juist wat algemener moet blijven. Het ligt er een beetje aan welke doelgroep je bedient. Voor RTL en NOS is dat de massa, maar voor onze Caribische uitzendingen maken we specialistische content. Dan moet je er veel dichter op zitten. Daarom denk ik dat een lokale redactie daar uitstekend geschikt voor is.”

Je zou kunnen zeggen dat Roodheuvel makkelijk praten heeft als hij pleit voor een groter aantal correspondenten. Als buitenlandjournalist met een vast contract en salaris is hij van een uitstervend ras. De ‘nieuwe’ correspondent is veelal freelancer die zich op eigen houtje in het buitenland vestigt en via verschillende opdrachtgevers probeert zijn geld te verdienen. Roodheuvel erkent dat hij met een gegarandeerd inkomen in een luxepositie zit: “Het is voor freelancers denk ik best wel lastig. Je moet veel meer opdrachtgevers zoeken om een fatsoenlijk bestaan te kunnen opbouwen in het buitenland. Dat zou ten koste kunnen gaan van de kwaliteit van de verslaggeving. Want waar zij tijd moeten besteden aan het vinden van opdrachtgevers, kan ik me volledig focussen op het journalistieke product. Idealiter zou ik als medium dus voor een vaste correspondent kiezen. Maar dan moet je daar wel geld in kunnen en willen steken.”

Filterfunctie
Richard Sambrook, voormalig hoofd van de BBC World Service, betoogde onlangs dat de toekomstige correspondent vooral webbronnen als blogs en sociale media dienen te duiden, in plaats van zelf op pad te gaan om verhalen te gaan maken. Als ervaren journalist heeft Roodheuvel de opkomst van de nieuwe media haar weerslag zien hebben op het nieuws.

“Er is een soort democratisering van het nieuws gaande. Het is niet meer alleen iets van de journalist, die iets meldt en men leest het in de krant. Nieuwtjes, maar ook echte nieuwsfeiten worden nu veel sneller via sociale media uitgewisseld tussen mensen. Zeker op de Antillen, waar lokale nieuwssites nog amper bestaan. Daar komt vaak geen journalist meer aan te pas. Dit maakt het moeilijker voor een individuele gebruiker om het nieuws op de juiste waarde te schatten. Ik denk dat de taak van de correspondent is om daarin een balans aan te brengen. Niet alles wat op Facebook staat is waar. Door vanuit een medium als de Wereldomroep of de NOS te berichten breng je voor nieuwsconsumenten een soort kwaliteitskeurmerk aan.”

Hoewel Roodheuvel als startpunt voor zijn artikelen nog vaak eigen bronnen, de radio en de krant gebruikt vindt hij wel dat nieuwe media zijn werk als correspondent makkelijker hebben gemaakt. “De kwaliteit van mijn berichten is toegenomen, omdat ik meer bronnen tot mijn beschikking heb. Nogmaals, mijn filter- en verificatiefunctie als journalist is daardoor wel veel belangrijker geworden dan daarvoor. Ik moet het kaf van het koren scheiden, maar ik heb in ieder geval wel een groter palet aan smaken. Dat is wel prettig en scheelt vaak een hoop tijd.”

Oppassen voor ‘dorpsjournalistiek’
Alleen maar binnen zitten om via internetbronnen het nieuws te construeren is echter niets voor Roodheuvel. “Ik denk dat ik veertig procent van mijn tijd met het echte veldwerk bezig ben. Dat is binnen een betrekkelijk klein gebied natuurlijk ook wel logisch. Hoewel dat op Curaçao, waar ik woon, natuurlijk weer makkelijker gaat dan op de andere vijf eilanden. Als je de keuze hebt iemand telefonisch te interviewen of er naar toe te gaan en hem face to face te spreken kies je vaak voor het laatste. Dat is de toegevoegde waarde van het correspondentschap: dat je fysiek aanwezig kunt zijn. Als je een enorm gebied moet bestrijken is het soms simpelweg niet haalbaar iedereen op die manier te spreken. Dan ben je dus aangewezen op het internet en de telefoon.”

In dat opzicht is het fijn werken, al moet Roodheuvel naar eigen zeggen oppassen dat het geen ‘dorpsjournalistiek’ wordt. “Professionele afstand is erg belangrijk. Het wordt snel amicaal en dat heeft als voordeel dat bijna iedereen bereid is om direct te communiceren. Maar je moet daar wel op een goede manier mee omgaan. Je moet dus wel aangeven dat je een rol hebt als journalist. Als je maar op een integere manier met mensen omgaat en professioneel blijft.”

Lees ook
Andere afleveringen in deze serie over buitenlandcorrespondenten

Al één reactie — discussieer mee!