Serie: Hoe verder met de publieke omroep? (1)

De publieke omroep staat voor grootscheepse bezuinigingen en hervormingen. Komende zomer zal de regering haar plannen bekendmaken. Daarom wijdt De Nieuwe Reporter in samenwerking met 609, het kwartaalblad van het Mediafonds, een serie aan de vraag hoe het verder moet met de publieke omroep. We trappen af met een stuk van Hans Maarten van den Brink, directeur van het Mediafonds, die de laatste ontwikkelingen op een rij zet. Met als toetje het opmerkelijke nieuws dat er een onderzoek komt naar een mogelijke fusie tussen het Mediafonds, het Stimuleringsfonds voor de Pers en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Koortsachtig beraad en geslepen messen kenmerken de sfeer rond de bezuinigingen in omroepland en in de kunstwereld. Protestschreeuwen helpen niet, niet op het schouwburgplein en niet op de televisie, nu de regering haar poot lijkt stijf te houden als het gaat om linkse media en elitaire kunst.

Tweehonderd miljoen bezuinigen
In Hilversum, om met de belangrijkste stad van het land te beginnen, heeft de Publieke Omroep te verstaan gekregen dat de bezuinigingen écht zijn en gehaald moeten worden. Het ronde bedrag van tweehonderd miljoen is in het regeerakkoord voor de landelijke Publieke Omroep ingeboekt. Inmiddels gaat de minister ervan uit dat dit bedrag geldt voor de hele mediabegroting van de overheid, maar daarin vormen de landelijke publieke omroeporganisaties veruit de grootste post.

Vijftig miljoen zou er volgens de omroepen en de raad van bestuur nog wel gevonden kunnen worden, door de organisatie nog efficiënter in te richten. Meer korten kan alleen door programma’s goedkoper te maken of te schrappen. Het bod van 50 miljoen is voor de minister echter te laag. Na een uitgebreide aanbestedingsprocedure is daarom onlangs de Boston Consulting Group, een organisatieadviesbureau, aan de slag gegaan om toch minstens 100 miljoen aan te wijzen die op de totale begroting van de landelijke Publieke Omroep (zo’n 750 miljoen) gevonden moet worden.

Het overhevelen van de Wereldomroep vanuit de mediabegroting naar die van Buitenlandse Zaken zou vervolgens nog eens 41 miljoen opleveren. Het Muziekcentrum van de Omroep staat nog maar voor 13 miljoen op de begroting en levert 17 miljoen in. Hoe het resterende bedrag gevonden wordt is een probleem dat de minister zelf moet oplossen, waarschijnlijk deels door middel van nog een forse bezuiniging op het media-aanbod van de publieke omroep.

Fusies van omroepen
Eén van de belangrijkste maatregelen die volgens de minister in ieder geval genomen dient te worden is een radicale vermindering van het aantal omroeporganisaties in Hilversum. Van eenentwintig nu, moeten het er acht worden. Twee daarvan staan vast: de NOS, die zorgt voor nieuws en sport, blijft bestaan, evenals de NTR, onlangs voortgekomen uit een fusie van de NPS, de RVU en de educatieve omroep TELEAC. Hoe zien die andere zes eruit? En zijn ze alle zes even groot, met evenveel recht op zendtijd?

Voor de EO staat vast dat men liever genoegen neemt met een minder aantal uren, wanneer daardoor de onafhankelijke positie gehandhaafd kan blijven. De VPRO is nog aan het onderzoeken wat men het liefste heeft: die onafhankelijkheid met minder zendtijd of een grotere organisatie die gevormd zou kunnen worden samen met de AVRO, een omroep met nu al een sterk accent op kunst en cultuur. Wil de VPRO niet, dan zou de AVRO kunnen kiezen voor samenwerking met de TROS, maar ook een samengaan van TROS en MAX ligt voor de hand. Complicatie: MAX groeit liever nog even sterk door en blijft daarbij voorlopig onafhankelijk. VARA en BNN zijn er inmiddels uit: zij gaan fuseren. Tot voor kort leek dat ook het geval met KRO en NCRV, maar KRO-directeur (en VVD-lid) Koen Becking liet onlangs weten dat hij misschien toch een zelfstandig voortbestaan ambieert.

Van de kleinere omroepen, waaronder die op levensbeschouwelijke grondslag, en de nieuwkomers wordt min of meer gedwongen aansluiting bij een van de grotere partners verwacht. HUMAN heeft al gekozen voor de VPRO, waar wellicht ook de Boeddhisten terecht-komen. WNL en PowNed kijken naar TROS en MAX. De complete puzzel is voorlopig echter nog niet gelegd. Zelfs als dat lukt is de vraag welke invloed dat gaat hebben op de programma’s en de programmaschema’s.

Achter de acht omroepbedrijven houdt zich dan nog altijd een groter aantal verenigingen schuil met de daarbij behorende raden en besturen. Aan de voorkant zullen veel meer dan acht merknamen gehandhaafd blijven, zodat er in de linker bovenhoek van het televisiescherm nauwelijks een besparing op het aantal logo’s plaats zal vinden. Die merktekens zullen allemaal weer via een systeem dat door iedereen als eerlijk wordt bevonden met elkaar in evenwicht moeten worden gebracht. Voor de straks geclusterde omroepen staat daarbij vast dat de centrale regie, in ruil voor hun bereidwilligheid, kleiner zou moeten worden. Minder invloed voor de centrale raad van bestuur en de zendermanagers dus.

Zenderprofielen
Maar wat gebeurt er dan met de profielen van de drie televisiekanalen en de zes radiozenders? Verwateren die weer, worden die weer onduidelijker, zodat Nederland 2 niet meer de zender is voor serieuze informatie, kunst en diepgravende documentaires? En komt die centrale kunstredactie er nog, waar AVRO, VPRO en NTR al een tijd over praten? Ook daar is men nog niet uit. Toch wil de minister aan het begin van de zomer een brief aan de Tweede Kamer sturen waarin de hoofdlijnen worden uiteengezet voor een nieuwe Mediawet waarin dit alles geregeld wordt.

Internet
Regeringspartner VVD vindt het intussen nog niet snel genoeg gaan. Tijdens een bijeenkomst in Hoogeveen eiste mediawoordvoerder Anouchka van Miltenburg onlangs dat nu al besloten zou worden om het derde televisienet af te schaffen. Zij vindt dat de eenvoudigste manier om te bezuinigen. Op het vrijgekomen kanaal zouden dan de regionale omroepen gezamenlijk de programmering moeten verzorgen, zoals dat ook in een aantal andere Europese landen het geval is en zoals ook in het regeerakkoord als mogelijkheid staat vermeld. De financiering van de regionale omroep zou bovendien terug moeten worden gehaald naar de rijksoverheid. Hoe zich dat verhoudt met de afgesproken bezuiniging, is niet duidelijk.

Al eerder liet Van Miltenburg weten dat de publieke media zich verre zouden moeten houden van activiteiten op internet, met uitzondering wellicht van ‘Uitzending gemist’. De omroepen moeten zich beperken tot de klassieke audiovisuele diensten: radio en tv. De nieuwssites zouden dan verdwijnen, net als alle andere toegevoegde informatie naar aanleiding van programma’s.

Themakanalen zouden alleen nog uit eigen (verenigings)middelen mogen worden gefinancierd. Daarmee doet men immers naar het idee van de VVD de kranten oneigenlijke concurrentie aan. Dit standpunt staat lijnrecht tegenover de strekking van de pas in 2009 in werking getreden Mediawet, waarin de publieke ‘mediadiensten’ nu juist de opdracht kregen om met hun inhoud op alle platforms aanwezig te zijn.

Dat ook internet een audiovisueel medium is, dat televisie en radio ook via de computer bekeken en beluisterd kunnen worden en dat programmamakers steeds meer cross- en transmediaal werken is Van Miltenburg overigens wel degelijk bekend. Ook zij gaat ervan uit dat over twintig jaar de distributie van beeld en geluid volledig anders zal zijn georganiseerd dan op dit moment. Creëert ze dus met deze voorstellen welbewust een sterfhuisconstructie voor de Publieke Omroepen ten gunste van de commercielen en van uitgevers die hun belangstelling steeds meer verleggen van papier naar beeldscherm?

Fusie van mediafondsen?
De minister heeft verder aangekondigd een bureau een onderzoek te willen laten doen naar een mogelijke fusie van de drie publieke fondsen die zich op dit moment met de media bezig houden: het Stimuleringsfonds voor de Pers, het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en het Mediafonds. Op het eerste gezicht liggen de terreinen die deze drie bestrijken vrij ver uit elkaar, maar in de praktijk van toekenningen convergeren ze steeds meer en heeft enige afstemming misschien toch wel zin.

Al het overleg en alle studies moeten reeds deze zomer hun vruchten afwerpen. Dan zenden de minister en de staatssecretaris brieven aan de Tweede Kamer waarin ze uiteenzetten hoe ze door nieuwe wetten en besluiten vorm geven aan het cultuur- en het medialandschap.

Dit stuk is een verkorte weergave van het artikel dat Hans Maarten van den Brink schreef voor 609, het kwartaalblad van het Mediafonds. In het uitgebreide artikel bespreekt hij ook de bezuinigingen waarmee de cultuursector wordt geconfronteerd. Hieronder is de pdf van het betreffende artikel te vinden.

609#7 5 VandenBrink

Al één reactie — discussieer mee!