Wanneer is een onderwerp geschikt voor een camjo, en wanneer kan je beter een volledige cameraploeg inzetten? En is er überhaupt een strakke scheidslijn tussen nieuwsonderwerpen voor camjo of een traditionele cameraploeg? Veel journalisten zijn het erover eens: een camjo kan je het beste inzetten voor leuke en luchtige onderwerpen. ‘Zacht nieuws’. Lammetjes op de eerste lentedag, bomvolle terassen op een hete zomerdag. ‘Typisch camjo’, wordt er dan gezegd. Maar zijn dat nu bij uitstek de camjoverhalen?

De afweging om een camerajournalist te sturen wordt deels bepaald door de nieuwswaarde. Zoals gezegd: luchtige onderwerpen of reportages met een grappige insteek worden vaak bij een camjo neergelegd. Soms speelt snelheid en flexibiliteit ook een rol bij de afweging. Een camjo is wendbaarder dan een cameraploeg, en dus gebeurt het nogal eens dat een eenmansunit juist op de verhalen met een strakke deadline belandt.

Dat is de praktijk. Maar in hoeverre passen degelijke nieuwsverhalen in het straatje van een camjo? Daarover heb ik de afgelopen tijd met verschillende mensen gesproken. Kijk daarvoor deze reportage over de afwegingen om iemand een onderwerp camjo te laten draaien.

Ik sprak bijvoorbeeld met mijn hoofdredacteur bij Omroep Gelderland, Mark Snijders. Hij zegt: “Als camjo kun je items maken die je met een traditionele cameraman nooit voor elkaar zou krijgen. Je komt veel dichter bij je onderwerp. En op die manier is het ook begonnen: we zetten een camjo alleen in als het meerwaarde heeft. Misschien gebeurde dat ook wel om te voorkomen dat de complete nieuwsredactie ging steigeren, want het inzetten van camjo`s zorgde voor veel discussie.”

“Ik denk inmiddels dat we ingehaald zijn door de tijd. Je moet eerlijk zijn: sommige nieuwsverhalen lenen zich prima voor camjo. Een ervaren camerajournalist kan ook een prima nieuwsverslag leveren. Neem bijvoorbeeld een eenvoudige rechtszaak. Daar kun je prima twee quotes halen bij een persofficier en een advocaat.”

Een echt camjo-verhaal
Voor mijn onderzoek kijk ik natuurlijk niet alleen naar mijn eigen omroep, ik heb ook gesproken met Tim Overdiek, toen hij nog adjunct-hoofdredacteur van de NOS was. Voor hem is er wel een heel duidelijke grens tussen onderwerpen voor camjo en een traditionele cameraploeg, de zogenoemde ENG-ploeg. “Het uitgangspunt was altijd dat het een echt camjo-verhaal moest zijn. Dus niet een dagelijks verslag zoals we dat altijd doen, maar er moet een extra laag zijn. Een portret in de zijlijn van het nieuws of een speciaal verhaal waar je een paar dagen mee bezig bent. Je moet daar alleen verslaggevers op zetten die er echt geschikt voor zijn. Die het zelf filmen en monteren. Die de tijd hebben om zich onder te dompelen in het verhaal.”

Maar volgens Geert Verdickt, camjo-trainer in onder meer Belgie en Nederland, is de lijn tussen camjo en de traditionele ploeg vervaagd. “Er zijn goede items en er zijn slechte items. Een reportage bestaat uit een onderwerp en een verhaal dat je daar omheen bouwt. Het is de kunst om je verhaal zodanig op te bouwen dat het verhaal begint te spreken. En of je dat nu met een cameraploeg doet of als camjo, dat maakt eigenlijk niets uit. Maar als je het als camjo doet, dan moet je de troeven van camjo aanspreken. Het unieke van camjo is het persoonlijke, het intieme, het flexibele, het kort op de bal zitten. Dus er is wel degelijk een verschil in de uitwerking, maar niet in onderwerpen die zich voor een bepaalde vorm lenen.”

Een afweging op maat
Terug naar de vraag: is er een strakke scheidslijn? De meningen zijn verdeeld. Al lijkt het er vooral op dat het telkens een afweging op maat is. Zelf denk ik dat het onzin is om te denken dat nieuwsverhalen niet goed door een camjo gedraaid kunnen worden. Het is niet zo dat een verhaal met een ENG-ploeg per definitie altijd beter wordt. Een camjo kan het verhaal op dezelfde manier in beeld brengen als een ENG-ploeg. Als camjo kun je zelfs een ENG-stijl heel makkelijk kopieren. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van de oude TV-wetten die voorschrijven dat verschillende sprekers links en rechts in beeld tegen elkaar weggesneden moeten worden. Maar de camjo kan er ook voor kiezen om het verhaal op een andere manier in beeld te brengen, bijvoorbeeld door het verhaal heel anders op te bouwen.

De ene verslaggever is de andere niet. Een eindredacteur die zijn mensen kent, weet ook in te schatten welke verslaggever op welk verhaal kan worden gezet. Of die verslaggever nu met een ENG-cameramens op pad gaat of met een camjocamera maakt dan feitelijk niet uit. De vorm, stijl en insteek kan wel anders zijn. Maar dat ligt meer aan de stijl van de verslaggever, dan aan het feit of het item met ENG of met camjo is gedraaid.

Vervagende scheidslijn
Ik denk dat die scheidslijn bijna is vervaagd. Ook de opener van een nieuwsprogramma is te maken met een camjo-item. Natuurlijk zijn er ook gevallen waarin het verstandiger is om een ENG-ploeg te sturen. Bijvoorbeeld ingewikkelde rechtszaken of persconferenties waar het extra moeilijk is om je te concentreren op zowel de inhoud als de techniek. Of wanneer er ver ingezoomd moet worden, bijvoorbeeld als er iets gedraaid moet worden op een afgezet terrein. Of een kunstlichtexpositie in het donker; daar kan een cameraman zich helemaal op uitleven. Een camjo heeft sneller moeite om mooie beelden te maken in het donker.

Maar welke criteria worden er nu op een redactie gehanteerd, bijvoorbeeld bij Omroep Gelderland? Mark Snijders: ,,Een belangrijk criterium vind ik de inhoud die je als journalist moet verwerken. Een journalist is niet opgeleid om allerlei techniek te bedienen, hij moet simpelweg informatie overbrengen. Hoe ingewikkelder die inhoud is, hoe moeilijker het is om als camjo op pad te gaan. Stel dat je als camjo ook nog de radio-uitzendingen moet bedienen, en dat moet bij Omroep Gelderland, dan wordt het nog ingewikkelder. Wij kijken dus sterk naar de eindproducten: wat verlangen we van een journalist die op pad is? En uiteindelijk geldt: Wat wordt van die camjo verlangd voor radio, televisie en voor internet?”

Wat denkt u? Moet er bij het verdelen van nieuwsverhalen worden gekeken naar ideale ‘camjoverhalen’? En lenen belangrijke nieuwsverhalen zich ook voor een camjo? Reageren kan hier of via Twitter: @Hoefakker.

Meer meningen en informatie over Arjan Hoefakkers onderzoek naar camjo’s vindt u op zijn onderzoekssite.

Nog geen reactie — begin de discussie!