Deed het wereldnieuws er vroeger soms weken over om de andere kant van de wereld te bereiken, tegenwoordig wordt al het kleine en grote nieuws binnen enkele tellen de aardbol rondgetwitterd. Welke gevolgen heeft dit voor de buitenlandcorrespondent? DNR wijdt een serie aan deze vraag. In de zesde aflevering een interview met Wies Ubags, die  als bedrijfsjournalist in conflict kwam met haar werkgever en haar vertrekpremie besloot te besteden aan een nieuwe carrière: correspondent in Colombia.

Toen Wies Ubags (49) in oktober 2002 richting Colombia vloog om een bestaan als freelancer op te bouwen, bevond zich geen computer in haar bagage. De voormalige bedrijfsjournaliste vond dat ook niet zo belangrijk: “Ik ging op reportage met pen en papier en schreef mijn artikelen in internetcafé’s.” In een aantal jaar tijd is Ubags echter geëvolueerd van laptoploze veldwerker tot fanatieke nieuwe media-adept. “Als ik niet online ben voel ik me gehandicapt.”

Zekerheid
Toen Ubags in de jaren tachtig ging studeren had ze niet direct de intentie journaliste te worden. Ze begon haar studie Nederlands vooral vanwege haar voorliefde voor literatuur. “Maar daar kwam ik er achter dat ik zelf schrijven toch een stuk leuker vond. Vanaf toen ben ik me op een baan in de journalistiek gaan focussen.” Na haar studie rolt Ubags in een job als bedrijfsjournaliste, werkt lange tijd voor regionale kranten en wordt uiteindelijk hoofdredacteur van onderwijsblad Traffic. “Helaas raakte ik daar in conflict met mijn werkgever, het Nuffic. Dat heeft me wel tot nieuwe inzichten gebracht. Ik heb een som geld meegekregen en daarvan heb ik gedaan wat ik altijd al wilde, maar nooit durfde: buitenlandcorrespondent worden.”

De keuze voor Colombia is gauw gemaakt. Tijdens eerdere reizen wordt Ubags verliefd op het ‘bruisende, energieke en vrolijke’ land. Als journaliste die altijd een vast contract heeft gehad stort ze zich in een onzeker avontuur. “Ik ben echt from scratch begonnen. Ik heb allerlei media aangeschreven of ik voor hen artikelen kon leveren en kreeg een stuk of acht belangstellende reacties. Dat was alles wat ik nodig had.”

Spruitjeslucht

Een aantal initiële contacten groeit uit tot vaste opdrachtgevers en levert Ubags al snel iets meer zekerheid op. Inmiddels mag ze het ANP en De Pers tot haar vaste broodheren rekenen. Daarnaast werkt ze voor verschillende ‘losse’ media, zoals ze de wisselende opdrachtgevers zelf noemt. “Het ANP is eigenlijk mijn basis. Voor hen schrijf ik voornamelijk korte berichten, nieuwsberichten die het liefst een Nederlandse link hebben. Dat blijft toch wel erg belangrijk. Af en toe word je wel eens moe van die spruitjeslucht die de berichtgeving omgeeft, maar ik begrijp dat het ANP nieuws moet brengen dat een breed Nederlands publiek aanspreekt. Het beperkt je wel in je mogelijkheden. De Pers, maar ook tijdschriften als Internationale Samenwerking en Onze Wereld hebben meer ruimte voor grote, alternatieve verhalen, zonder specifieke Nederlandse invalshoek. Dat is fijn voor de afwisseling. Dan schrijf je eens niet over Tanja Nijmijer, de FARC of drugs.”

Ubags bespeurt bij Nederlandse media de tendens dat er steeds minder ruimte is voor lange verhalen. In haar beginjaren verkocht ze nog wel eens stukken van 1500 tot 2000 woorden, nu is een ’groot’ artikel meestal niet veel langer dan 1000 woorden. Dat maakt het soms lastig om als correspondent te laten zien wat je in huis hebt. “Ik zou graag meer grote achtergrondartikelen willen maken, maar als ik bijvoorbeeld naar Brazilië wil voor een reportage, moet ik wel drie of vier omvangrijke verhalen verkopen voordat ik uit de kosten ben. In het begin ben ik soms wel eens verhalen gaan maken zonder vooraf een verkooptoezegging te hebben. Puur omdat ik het belangrijk vond dat dat nieuws werd gebracht. Maar dat is eigenlijk een te groot risico als je per stuk betaald krijgt. Als je je verhaal niet kunt verkopen draai je verlies. Uiteindelijk sta je er hier toch alleen voor.”

Vertrouwen
Het kan dus lastig zijn verhalen te slijten, maar soms val je als correspondent met je neus in de boter. Toen Joran een jaar geleden in Peru werd gearresteerd kwam Ubags ineens om in het werk. “Bij een spraakmakend iets weten ze je ineens allemaal te vinden. Dan komt het initiatief vooral van de kant van de opdrachtgevers, en dat is dan wel een verademing. Bij de dagelijkse routine moet je bijna altijd zelf het initiatief nemen.”

Wies Ubags wordt geïnterviewd door een collega over de arrestatie van Joran van der Sloot (foto: Marcel Antonisse)

Ubags vindt het overigens niet raar dat je als correspondent ook ondernemer bent en jezelf moet verkopen. Volgens haar is dit de standaard voor de toekomstige buitenlandverslaggever. “De vaste correspondent lijkt een beetje op sterven na dood, omdat veel media het geld er niet meer voor over hebben. Het is ook niet meer zo nodig want er zijn behoorlijk veel mensen die op eigen initiatief naar het buitenland gaan.” Het enige probleem kan volgens Ubags de vertrouwenstrelatie met het medium zijn. Bij een vaste werknemer in Verweggistan weet een opdrachtgever waar hij mee in zee gaat, terwijl het bij een freelancer afwachten is hoe de samenwerking bevalt.

Ubags pleit voor meer vertrouwen en lef. “De Nederlandse media moeten meer gebruik van ons freelancers maken. We zijn hier, je hoeft niemand te laten overvliegen. We kennen de landen. We kennen de situatie. We weten hoe we met de mensen om moeten gaan. Eigenlijk zijn we gewoon de krenten in de pap, haha.”

Laptoploos

Om genoeg inkomsten te genereren maakt Ubags gretig gebruik van de mogelijkheden van nieuwe media om zich in de kijker te spelen bij potentiële opdrachtgevers. Ze is fanatiek twitteraar en blogger, en scoorde via deze online personal branding al diverse opdrachten. En dat terwijl ze voor ze naar haar standplaats Bogotá (inmiddels kustplaats Barranquila) afreisde nauwelijks open stond voor deze nieuwe communicatievormen. “ Ik was wat je zegt nogal een conservatieve journalist. Toen ik hier aankwam had ik niet eens een computer, haalde ik mijn nieuws uit de lokale kranten en tikte ik mijn stukjes in internetcafés.”

Door contact met jongere collega journalisten, zoals Jan-Albert Hootsen (Mexico correspondent voor o.a. De Pers, ANP en Trouw) en Adriaan Alsema (Colombia Reports), is Ubags de ‘enorme kracht’ van bloggen en twitter gaan onderkennen. “Ik heb pas sinds drie jaar een laptop, en nog veel korter een smartphone, maar kan me nu echt niet meer voorstellen dat ik zonder op pad ga. Online zijn is ontzettend belangrijk, zonder internet voel ik me gehandicapt. Ik mis nieuws en kan het zelf ook niet urgent brengen. De snelheid van informatieoverdracht is steeds belangrijker dus moet je er bovenop zitten.”

Vernieuwen

Ondanks de ontwikkeling die ze heeft doorgemaakt heeft Ubags nog een beetje drempelvrees als het om multimediaal werken gaat. Ze onderkent dat het aanbieden van audio, video en fotografie haar afzetmarkt zou kunnen vergroten, maar schaart zich in dezen toch achter het credum ‘schoenmaker blijf bij je leest’. “Soms moet ik op reportages mijn eigen foto’s maken. Dan ben ik daar tijdens het interviewen mee bezig en kan ik me niet volledig focussen. Dat is nogal een verschil met jonge collega’s, die veel breder geschoold zijn. Ik zou wel iets met radio willen doen, maar ben daar simpelweg niet voor opgeleid. Eigenlijk zou het gewoon moeten proberen. Je moet als correspondent jezelf blijven vernieuwen.”

Portretfoto bovenaan: Julian Lineros

Lees ook
Eerdere afleveringen van deze serie over buitenlandcorrespondenten

Al één reactie — discussieer mee!