De publieksradar

Of het nu gaat om de uitzetting van illegalen of de uitzetting van werkloze Poolse arbeidskrachten: buitenlanders krijgen in april ruim aandacht in onze media. Dat is op zich geen nieuws. Zo stonden in 2009 en 2010 de kosten en baten van immigratie centraal. Maar wat is de kwaliteit van die aandacht? Beperkt de berichtgeving zich tot een verslag van een potje pingpongen tussen meningen, uitspraken en losse gebeurtenissen? Een inventarisatie van de berichtgeving uit 2009 en 2010 leert dat er op het vlak van betrouwbare feiten en zinvolle context ruimte is voor verbetering.

Het raamwerk: de publieksradar

Uitgaande van Leon de Wolffs concept van publieksgerichte journalistiek toont de publieksradar – zie de afbeelding bovenaan dit artikel – een visualisatie van enkele functies die een journalistiek product kan vervullen. Dit spinnenweb leent zich goed voor het analyseren van internationaal-economische berichtgeving over stromen van producten, geld en mensen. De buitenste ring van ‘de wereld’ bevat journalistieke producties over internationale onderwerpen zonder een link te leggen met de wereld van het publiek. In de binnenste ring horen producties waarin wél een relatie is met de wereld van de kijker, lezer en luisteraar. Het is al langer bekend dat behoorlijk wat mensen buitenlands nieuws interessanter vinden als het raakt aan hun eigen leefwereld of belevingswereld. Met de publieksradar is de berichtgeving over de kosten en baten van migratie geïnventariseerd. Dit alles zonder naar volledigheid te streven. Welk beeld verschijnt er op het radarscherm?

Verwarring over de feiten

Het is zomer 2009 als Sietse Fritsma, lid van de Tweede Kamer voor de PVV, bijna alle ministeries vraagt: “Welk deel van uw kosten is toe te rekenen aan (niet-westerse) allochtonen? En hoe verhouden zich deze kosten tot de opbrengsten van bedoelde groep?” Politiek Den Haag staat op zijn kop. Zo vindt GroenLinks het een ridicule vraagstelling die alleen probeert mensen te vernederen. Dat is het politieke nieuws, maar wat doen de media op economisch gebied met de feiten?

Het belang van betrouwbare feiten staat buiten kijf. In de economische journalistiek is dat belang zo mogelijk nog groter omdat een groot deel van het Nederlandse publiek weinig feitenkennis heeft. Ruim eenderde durft in 2008 geen schatting te geven van de werkloosheid of van de economische groei. Meer dan de helft weet in 2008 niet dat de Europese Centrale Bank expliciete doelstellingen heeft. Op het gebied van migratie is de feitenkennis niet onderzocht, maar het beeld zal beslist niet beter zijn. Je kunt met recht spreken van een ‘economische ongeletterdheid’, analoog aan ‘financiële ongeletterdheid‘.

Het publiek blijft in 2009 in verwarring over de feiten rondom immigratie. In de Kamervragen van Fritsma begint de verwarring al bij de begrippen: waarom staat ‘niet-westerse’ tussen haakjes? De media laten de verwarring bestaan. De Volkskrant heeft het over allochtonen; bij Pauw & Witteman gaat het over immigratie(beleid). Terwijl allochtonen en immigranten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) toch een behoorlijk verschillende definitie krijgen. Toegegeven: definities mogen makkelijk te vinden zijn, maar actuele en betrouwbare gegevens over buitenlanders zijn erg lastig boven water te krijgen. Theo Deutinger had drie maanden onderzoek nodig voordat hij een infographic kon maken met alle migratieprocedures rond ‘vesting Nederland’.

Kamerlid Fritsma vraagt naar een kosten-batenanalyse. Maar wat is dat eigenlijk? En hoe bepaal je welke kosten en baten je meetelt? En gaat het om kosten en baten voor de overheid of voor de hele samenleving? Ook op dit gebied onthouden veel media hun publiek van feiten. In de landelijke dagbladen staat welgeteld één ingezonden stuk in Trouw over het (on)nut van kosten-batenanalyses, maar dat verschijnt pas op 7 oktober.

Overzicht: waar ook? Wanneer ook?

Radio 1 (31 juli 2009) geeft overzicht door te melden dat al in 2003 is onderzocht wat de uitkomst is van de kosten en baten. Per saldo en gemiddeld kosten niet-westerse allochtonen de rijksoverheid geld, aldus de auteur van het bewuste rapport van het Centraal Planbureau (CBP) . In het item geeft hij overzicht met de opmerking dat ook in het buitenland dit soort analyses is gedaan.

Het is de vraag of de luisteraar het allemaal meekrijgt. Hoewel de deskundige inhoudelijk de beste keus is, vormt de stroefheid van het gesprek een beletsel. Ook bij Pauw & Witteman (10 september) verwijzen de gasten geregeld naar hoe het gaat in het buitenland. Maar zij zijn mediagenieker, waardoor hun boodschap waarschijnlijk beter overkomt. De Groene Amsterdammer komt op 7 oktober met een special: ‘Hoe duur is een Chinees?’ Daarin overzicht op twee manieren: Nederland wordt vergeleken met het buitenland en er is een historische vergelijking. Zo beloofde het toenmalige kabinet in 1969 een kosten-batenanalyse van het aantrekken van gastarbeiders. Het kwam er niet van.

Ondermaats inzicht en veel oordeel

Fritsma’s vragen leiden in eerste instantie niet tot een kosten-batenanalyse. Elsevier vindt dat geen goede zaak en maakt er zelf een. Hun schatting van de kosten van immigratie in 2009: 12,7 miljard euro. De lezer krijgt in een kader dat bijna de hele spread vult, de totstandkoming van het bedrag te zien. Voor wie wil, is elke stap in de berekening en elke veronderstelling te volgen. Dat biedt voldoende mogelijkheden voor een inhoudelijk debat. Bijvoorbeeld over de aannames die gedaan zijn, of over de vergelijking met andere analyses zoals die van het CPB uit 2003 (de ‘hoe ook?’-vraag). Maar dat debat komt nog steeds niet op gang. Enkele media melden de resultaten van het sommetje van Elsevier, maar gaan er niet inhoudelijk op in.

De PVV geeft daarnaast zelf opdracht tot een kosten-batenanalyse. Er is veel media-aandacht voor Wilders’ schot voor de boeg: nog vóór de onderzoekers klaar zijn, noemt hij nettokosten van minstens zes miljard euro per jaar. Nova (8 april 2010) kijkt terug en noemt de Elsevier-berekening. Intussen heeft onderzoeksinstituut Forum een eigen kosten-batenanalyse gemaakt. De onderzoeker van Forum is studiogast en uit zijn onderzoek blijkt dat migranten per saldo gunstige effecten hebben op de totale economie. Het publiek kan zijn onderzoek bekijken op de Nova-site. De interviewster wil boven tafel krijgen of Nederland wel vergelijkbaar is met het buitenland en vraagt dóór als de expert het heeft over de OESO. Ze vraagt hem ook naar een vergelijking met het resultaat van Elsevier, maar daar gaat hij niet op in.

De officiële uitkomst van het PVV-onderzoek komt in mei 2010: immigratie van niet-westerse migranten kost volgens het rapport de rijksoverheid jaarlijks 7,2 miljard euro. De media brengen dit nieuws, maar wat doen ze er verder mee? RTL Nieuws geeft inzicht: het laat naast Wilders ook de onderzoeker aan het woord en toont twee grafieken. De eerste laat zien dat allochtonen (of migranten?) vaker een uitkering krijgen dan autochtonen. De tweede laat zien dat allochtonen minder belasting betalen. De bronvermelding staat netjes onder de grafiek en het rapport staat in pdf op de RTL-website. De politiek redacteur zegt dat kosten van andere groepen in de samenleving, zoals studenten en bejaarden, ook wel eens zijn uitgerekend (de ‘wie ook?’-vraag).

Een goed punt, want er is immers veel ophef over de Kamervragen van Fritsma. Alleen in De Volkskrant wordt op de opiniepagina ook twee keer ingegaan op de ‘wie ook?’-vraag. Zowel het dagblad als RTL verwijzen niet naar concrete voorbeelden, maar die zijn er wel. Zo kosten depressieve klachten de samenleving jaarlijks 1,3 miljard euro. Wie interpreteert dit als de kosten van een depressieve patiënt? Ook bij de kosten-batenanalyse die de HBO-raad in april 2010 laat uitvoeren is er geen protest. Een mogelijke interpretatie als de kosten en opbrengsten van een student veroorzaakt geen onrust.

De meeste printmedia besteden maximaal twee berichten aan het PVV-onderzoek. De Telegraaf doet meer en is expliciet in zijn oordeelsfunctie. Volgens de krant is het een feit dat massa-immigratie rampzalig is en daarom zijn maatregelen als een immigratiestop noodzakelijk.
De andere landelijke dagbladen geven op hun opiniepagina’s ruimte aan deskundigen van onderzoeksbureaus en universiteiten. Die gaan inhoudelijk in op het rapport. Verder publiceert nrc.next (21 mei 2010) een voor deze krant opvallend groot verhaal met als insteek ‘Is die 7,2 miljard (te) veel?’

Ruimte voor verbetering

Al met al blijken de kosten en baten van migratie in onze media veelal geleid te hebben tot pingpongjournalistiek: een weergave van over de tafel heen vliegende meningen. Als we de uitkomsten van de inventarisatie plaatsen in de publieksradar, dan zitten de meeste berichten in de ‘emotie-oordeel’ hoek. De Nieuwe Reporter liet eerder al zien dat dit vaker gebeurt bij complexe economische onderwerpen.

Het verschilt natuurlijk per medium, maar in de regel blijven feiten en inzicht onderbelicht op het radarscherm. Betrouwbare feiten en cijfers over buitenlanders zijn inderdaad moeilijk te vinden, maar dat mag niet betekenen dat media stoppen met zoeken. Soms kan het publiek geholpen zijn met de mededeling dat bronnen elkaar tegenspreken over de cijfers. Sterker nog: dat is misschien een nieuwsfeit op zich. Neem als voorbeeld buitenlandse studenten. In de jaarlijkse Internationaliseringsmonitor van het onderwijs in Nederland aanvaardt de Nuffic ‘ter zake geen aansprakelijkheid. U wordt geadviseerd om in voorkomende gevallen de juistheid van de informatie zelf te verifiëren’. En dit betreft nota bene een officieel Kamerstuk.

Begripsverwarring in combinatie met een gebrek aan betrouwbare cijfers betekent bovendien een risico van kwaliteitsverlies bij de andere functies. Er valt weinig te duiden als niet duidelijk is waarover het gaat. Bij dagbladen valt in dit kader het grote aandeel van ingezonden stukken op: ze lijken de duiding over te laten aan externe deskundigen. Maar zorgt dat bij het publiek niet voor verwarring met de oordeelsfunctie? Wie is de gids van het publiek in dit woud van meningen?

Recent onderzoek laat zien dat het journalistieke werkveld naast betrouwbaarheid veel belang hecht aan het analytisch vermogen van (aankomende) journalisten. Hopelijk zal dat zich de komende maanden uiten in betrouwbare feiten en zinvolle context als we gaan lezen over Schengen, Bulgaarse arbeidskrachten of uitkeringen aan Poolse werknemers.

Paul van der Cingel (1968) is econoom. Hij is verbonden aan de School of Media van de Hogeschool Windesheim in Zwolle en is lid van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten. In 2010 verscheen van hem bij Boom/Lemma Economie in het nieuws. Dit artikel is een bewerking van een hoofdstuk uit Internationale economie in het nieuws, dat in augustus 2011 verschijnt bij Boom/Lemma. Zijn emailadres is p.van.der.cingel@windesheim.nl.

Nog geen reactie — begin de discussie!