Serie: Hoe verder met de publieke omroep? (7)

De publieke omroep staat voor grootscheepse bezuinigingen en hervormingen. Komende zomer zal de regering haar plannen bekendmaken. Daarom wijdt De Nieuwe Reporter in samenwerking met 609, het kwartaalblad van het Mediafonds, een serie aan de vraag hoe het verder moet met de publieke omroep. In de zevende aflevering gaan zeven tv-coryfeeën samen op onderzoek in de uitgestrekte woestenij van de Nederlandse televisie.

Oh oh, wat gek

‘Bagger’ versus ‘kwaliteits-tv’: de discussie over het Nederlandse televisie-aanbod verloopt al vijftig jaar lang even onverzoenlijk als de talloze schismata in onze protestantse kerkgemeenschap. In die traditie paste ook Oh Oh TV!, een debat in De Balie in Amsterdam op maandag 9 mei met zes tv-coryfeeën. Het thema was, voor de zoveelste keer, de ‘verplatting’ van het aanbod, tegen een decor van geluidloze fragmenten uit programma’s als Oh Oh Cherso en Wegpiraten Betrapt!

Moderator Rick Nieman, anchorman van RTL Nieuws, probeerde de verplatting manhaftig bevestigd te krijgen. Maar oh oh, wat gek: de meeste van zijn zes gesprekspartners wilden niet happen. Zij leken haast immuun voor Niemans morele verontwaardiging, net als het medium dat hen groot heeft gemaakt. Dat stond een onderhoudende avond overigens geenszins in de weg. De zes trakteerden hun publiek op tal van aardige weetjes en anekdotes uit hun rijke loopbaan.

DWDD en P&W als marketing tools

“Er is zeker veel meer bagger te zien dan vroeger,” zei Ruud Hendriks, oud-directeur van Endemol waar hij de geboorte van Big Brother meemaakte. “Maar ook veel meer kwaliteit. Het aanbod is gewoon enorm gegroeid.” Wie bepaalt wat bagger is, vroeg Paul Römer, ooit producent van Jongbloed & Joosten maar ook van Big Brother: “Ik zie alleen goed gemaakte en slecht gemaakte programma’s.” Zelfs de enige domineeszoon in het gezelschap beet niet in de appel die Nieman hem voorhield. Het verschil tussen goede en slechte programma’s, stelde maker en presentator Arie Boomsma, schuilt meestal in de marketing, niet in de creativiteit. “Ik zie veel programma’s met mooie thema’s mislukken omdat de makers de aansluiting niet kunnen maken bij de tijdgeest en een bepaalde doelgroep.” Boomsma gebruikt zijn frequente gastoptredens in De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman als lanceerplatform voor eigen werk, zoals Uit de Kast (KRO) en 40 Dagen Zonder Seks (EO). “Als ik het heel goed doe, halen mijn programma’s zo’n 600.000 kijkers. Via DWDD en P&W kan ik twee keer een miljoen geesten extra rijp maken.”

Arie Boomsma

Beroemde citaten

Aan het begin probeerde Nieman de toon te zetten met een paar beroemde citaten uit de begintijd van de televisie. Van de Amerikaanse pionier Edward Murrow, geportretteerd in de film Good Night, and Good Luck, die alleen spraakmakende onthullings-tv mocht maken als hij ook onbenullige quizzes deed en interviews met sterretjes, en daarover altijd met zijn bazen overhoop lag. En van Newton Minow, de toezichthouder op de Amerikaanse televisie die in 1961 een gehoor van omroepbazen maande een dag lang naar hun eigen programma’s te kijken. “I can assure you that what you will observe is a vast wasteland.”

Comazuipen, neuken en spijt krijgen

Steeds weer trachtte Nieman de zes, die hij in drie koppels ondervroeg, terug te leiden naar die uitgestrekte woestenij. “In Oh oh Cherso zie je pubers comazuipen, neuken, kotsen en vervolgens spijt krijgen van hun wangedrag. Toch doen ze de volgende dag weer precies hetzelfde. Mijn kinderen kijken daar graag naar, en die van jullie ongetwijfeld ook. Welk voorbeeld wordt hun hier gesteld?” Römer: “Nou, mijn kinderen kotsen de hele dag, haha!” Cherso’s opvolger Oh Oh Tirol moet stoppen, vindt hij. Maar niet omdat het een verwerpelijk programma zou zijn: “Er zit geen ontwikkeling meer in het verhaal en in de karakters.”

John de Mols eigen moral high ground

Eerst veinsde Römer Minow’s woestijn niet te zien, en meteen daarna claimde hij daar een eigen moral high ground. Niet alleen de Murrows van deze wereld zijn idealisten, benadrukte hij. “De productie van Big Brother kostte in 1999 vijftien miljoen gulden, en er was geen zender te vinden die dat kon betalen. Uiteindelijk heeft John de Mol de helft uit eigen zak geïnvesteerd, omdat hij dit programma per se wilde brengen.” De Mols bevlogenheid ging hand in hand met de geniale marketing uit het tv-evangelie van Arie Boomsma. “Wij hadden de helft van de productiekosten betaald, maar wel bedongen dat we dan ook de helft van de reclame-inkomsten zouden krijgen. Zo’n deal was nog nooit vertoond.”

Ruud Hendriks

Een moraliteit voor bagger

Toch ging het bijna mis. De lancering van Big Brother in september 1999 lekte al in maart uit. “Media en opinieleiders spraken er meteen schande van,” riep Römer in herinnering. “Een camera op de wc: dat kon toch niet! We zouden op tv mensen zien schijten! En in Noorwegen had een deelnemer aan een vergelijkbaar programma zelfmoord gepleegd. Dat zou hier dus ook gebeuren.” De makers meenden zeker te weten van niet. “We hadden alle mogelijke consequenties van al die mensen langdurig boven op elkaars lip in dat huis van tevoren grondig doordacht en vaak zelfs getest. Bij de start lagen er heel precieze afspraken over wat we niet en wat we nog net wel konden laten gebeuren.” Een nieuwe moraliteit voor bagger: de makers van Big Brother pionierden in meer dan één opzicht.

Booster rocket

Intussen had de publieke verontwaardiging zijn werk gedaan. De eerste vier weken durfden adverteerders geen Big Brother-spotjes te kopen, en vielen ook de kijkcijfers vies tegen. Er dreigde een debacle voor prestige en bankrekening. Gelukkig ontvlamde net op tijd de booster rocket van alle reality-programma’s, vertelde Hendriks: “Twee van de deelnemers werden verliefd, en hadden algauw ook seks met elkaar.” Op slag zette de ganse natie haar ethische bezwaren overboord. “De kijkcijfers gingen door het dak, en daarmee ook de reclame-inkomsten.” Behalve op tv werd Big Brother ook een goudmijn op internet, dankzij een tweede “werelddeal”: met WorldOnline van Nina Brink.

“Wanneer pak je haar nou eens een keer?”

Mooi verhaal, vond ook Nieman. Maar hij riposteerde met een anekdote over John de Mol. Die zou ooit hebben geprobeerd een ontkiemende liefde in De Gouden Kooi te forceren, door de aarzelende man van het koppel aan te sporen: “Wanneer pak je haar nou eens een keer?” Ageren op en vanuit de onderbuik, en zo reclame- en kijkcijferrecords breken – dat leek Nieman de dominante drijfveer van de moderne tv-maker. Enige maatschappelijke relevantie kon hij in hun programma’s niet ontwaren. “Wat is dat dan, maatschappelijk relevant?,” zo kaatste Paul Römer de bal terug. “Dat bepalen wij niet, dat bepaalt de kijker. Wij hebben Big Brother niet bedacht. Dat heeft Jennifer Ringley gedaan, een Amerikaanse huisvrouw die haar hele woning volhing met webcams.” Haar website JenniCam trok een miljoenenpubliek op het vroege internet.

Maria Goos

“Gebruik je wel een all white cast?”

Slechts twee van de zes gasten hapten in Niemans appel: schrijver Maria Goos en Ton F. Van Dijk, oud-netcoördinator van Nederland 1 en 2 en tegenwoordig directeur en hoofdredacteur van de Amsterdamse stadszender AT5. Goos vertelde waarom haar dramaseries Pleidooi (1993-1995) en Oud Geld (1998), twee iconen van de publieke kwaliteitstelevisie, uitgezonden door de Avro, nooit een vervolg kregen. “Iedereen is altijd dolblij met zulke series – nadat ze gemaakt zijn! Maar de vragen die je daarvóór als maker te verduren krijgt … ‘Gebruik je wel een all white cast?,’ willen ze dan weten.”

Zeven minuten op zondagochtend

En het ging over geld. Het gaat altijd over geld. “Een aflevering Oud Geld kostte 650.000 gulden en trok gemiddeld 800.000 kijkers. Dat was niet de verhouding die de Avro zocht.” Beide series wonnen prijzen: Gouden Kalveren en een Nipkow-schijf. Maar de pogingen dat succes te verduurzamen werden een lijdensweg voor Goos. “Ik schreef een twintigdelige serie over zwervers. Niemand wilde hem hebben. Uiteindelijk kwam hij uit bij de VPRO. Op zondagochtend, in afleveringen die waren teruggesneden tot zeven minuten. Niemand heeft hem gezien. Ik ben een jaar lang héél boos geweest.”

“Een heel sexy iemand” met een darmziekte

Nee, dan regisseur Johan Nijenhuis. Hij werkte vijf jaar bij Goede Tijden Slechte Tijden. “Toen ik kwam, was GTST net een paar populaire sterren kwijtgeraakt en daalden de kijkcijfers.” Nijenhuis bracht nieuw bloed als Katja Schuurman en Angela Schijf, en hup, de teller schoot weer naar 2,5 miljoen kijkers per aflevering. De Maag Lever Darm Stichting meldde zich als sponsor: of de regisseur niet “een heel sexy iemand” met een lever- of darmziekte in de serie kon introduceren. “Daar wilden ze veel geld voor betalen.” Het ging niet door, omdat deze interessante propositie geen geloofwaardig personage bleek te kunnen dragen. Maar het gezeur dat Goos aan haar kop kreeg, bleef Nijenhuis bespaard. “Het management van RTL legde nooit enige belangstelling aan de dag voor wat wij aan het doen waren. We scoorden, dus was het goed.”

Ton F. van Dijk

De slag om Lingo

Ton F. van Dijk intervenieerde juist veel en graag als manager bij de publieke televisie, vooral om het meest begeerde stuk van de woestijn te heroveren, de hoogvlakte met jongeren. Zo wilde hij het populaire spelletje Lingo opheffen, waar veel ouderen naar kijken. “De Nederlandse publieke omroep trekt vooral 55-plussers. Dan verlies je je bestaansrecht, want de NPO wordt geacht de sociale cohesie te bevorderen door een zo breed mogelijk publiek te bereiken.” Van Dijk vond dat Lingo moest plaatsmaken voor iets anders. “Het was maar een idee van mij.” Weer sprak de ganse natie schande, dit keer om ‘bagger’ te beschermen. Zelfs premier Balkenende bemoeide zich ermee.

Innovatie als publieke kerntaak

Lingo bleef, maar Van Dijks overtuiging werd daar niet door geschokt. “Innovatie zou de kerntaak van de NPO moeten zijn. Voortdurend nieuwe, spraakmakende programma’s brengen, en die na een paar jaar afstoten aan de commerciële zenders, zodat er ruimte ontstaat voor weer iets nieuws.” Aan de makers zal het niet liggen, weet hij. “Die zijn zeer gedreven. Het probleem zit bij de managers daarboven. Zij gaan voor zekerheid door vast te houden aan beproefde, succesvolle formats.”

Het failliet van de publieke televisie

En aan de all white cast die van Goos werd gevraagd. “Kijkcijfers worden vooral gemeten onder witte, traditionele Nederlanders.” Een schande, vindt Van Dijk. “Nederland telt een miljoen moslims die door de NPO vrijwel worden genegeerd.” Hij zette zich enige tijd vergeefs in voor een moslimomroep. “Intussen worden wel twee Telegraaf-zenders tot het bestel toegelaten. Dat is het failliet van de publieke televisie.” Te meer daar die nieuwkomers zich niet houden aan de kernwaarden van de NPO. “PowNews heeft lak aan journalistieke beginselen als hoor en wederhoor. Ik vind het een werkelijk vernieuwend en heel goed gemaakt programma, maar als je zulke waarden niet deelt, hoor je niet thuis op de publieke zenders.”

Popularisering als nederlaagstrategie

Publieke televisie die waarden-loze ‘bagger’ toelaat tot zijn harde kern, nieuws en actualiteiten: dat mag toch wel een nieuw dieptepunt heten. En zo kreeg Nieman tegen het einde van Oh Oh TV! het bewijs voor de verplatting alsnog rond. Ruud Hendriks begreep niet waarom ook publieke televisie obsessief het laagste punt blijft opzoeken. “In de VS had je vroeger drie tamelijk serieuze ether-omroepen: CBS, ABC en NBC. Toen kwam er kabeltelevisie, en begonnen ze kijkers te verliezen aan plattere concurrenten. Als antwoord daarop verplatten de drie networks zichzelf ook. Gevolg: nóg meer verlies aan kijkers.”

De spijt over Het Gesprek

Zelf bewandelde hij samen met Frits Barend, Derk Sauer en later ook Harry de Winter de omgekeerde weg: kwaliteits-tv op commerciële basis. Dat werd een fiasco, en Hendriks heeft daar nog altijd spijt van als haren op zijn hoofd. “Wij hadden Het Gesprek moeten opbouwen rond een paar populaire series die pasten bij het concept, zoals The West Wing. Dan hadden we een doelgroep van formaat gecreëerd voor de interviews en andere eigen producties. We hebben grote fouten gemaakt, en daardoor het klimaat voor onszelf en voor anderen voor jaren verpest.”

Twee herexamens voor Maria Goos

Hoe desolaat de woestijn er ook bij ligt, een paar bloemen blijven er altijd wel opkomen. De opmars van tv-drama van Nederlandse bodem is er zo één, daar waren Nieman en zijn gasten het gloeiend over eens. Zelfs Maria Goos wordt binnenkort weer tot de uitzendschema’s toegelaten, met de sitcom with a twist Dokter Robert. “Acht afleveringen,” vertelde ze. “Het hadden er twaalf zullen worden.” Maar dat vindt ze een aanvaardbaar compromis. Zeker nadat het Mediafonds tot twee keer toe weigerde Dokter Robert te subsidiëren.

De weg naar de bloemetjes in de woestijn zal wel altijd een martelgang blijven.

Correctie: In de eerste versie van dit verhaal waren twee citaten over Big Brother – over “schijten op tv” en het feit dat John de Mol de helft van de productiekosten uit eigen zak betaalde – abusievelijk toegeschreven aan Ruud Hendriks. Dat moest Paul Römer zijn.

Lees ook
De andere afleveringen van deze serie over de toekomst van de publieke omroep

Al één reactie — discussieer mee!