Denk even de fraude in de affaire-Stapel weg en je ziet universiteiten en hoogleraren wetenschap mishandelen als oppervlakkige inspiratiebron voor spectaculaire mediaoptredens. Zo kan het gebeuren dat professoren met een geleerd gezicht flauwekul verkopen en de media het gezagsgetrouw doorvertellen.

Vijfentwintig augustus wisten de vaderlandse media even heel zeker dat vleeseters onzekere, egoïstische mensen zijn. Twee weken later meldden dezelfde kranten en sites dat het allemaal onzin is, want het hele onderzoek is gebaseerd op verzonnen data.

Maar zelfs als er geen fraude was geweest, dan zou de wetenschap grof geweld zijn aangedaan. De drie betrokken hoogleraren en Nijmeegse universiteit wisten een beperkt wetenschappelijk onderzoek op te rekken tot een hilarische karikatuur, The Onion waardig.

Het experiment

Ter illustratie het belangrijkste experiment: je laat twee groepen van 24 proefpersonen naar een foto van een biefstuk of een boom kijken en vervolgens een verdeelspel doen. Na het denken aan vlees reageren mensen in dat spel minder sociaal. En op een ‘eenzaamheidsschaal’ van een tot zeven scoren ze een punt hoger dan de boomkijkers.

De Radboud Universiteit Nijmegen vatte het resultaat samen in een persbericht – ‘Vleeseters zijn egoïstischer en minder sociaal’ – smeuïg gelardeerd met citaten. Hoogleraar Roos Vonk: “Het maakt ook dat mensen hufteriger worden als ze aan vlees denken en zich eenzamer voelen.” En: “Het lijkt erop dat vegetariërs en flexitariërs beter in hun vel zitten, en ze zijn ook nog socialer en minder eenzaam”, aldus hoogleraar Diederik Stapel.

Misleidende wetenschappers

Het hele persbericht getuigt van onthutsende zelfoverschatting. Een onderzoeker meet in een laboratoriumspelletje de reactie bij een groep proefpersonen. Om vervolgens met een breed gebaar uitspraken te doen over de gehele mensheid. Er wordt gewoon voorspeld hoe vleeseters en vegetariërs in real life reageren. Sterker: er wordt beweerd hoe ze zijn. Dat is weliswaar geen wetenschapsfraude, maar wel misleiding. Voor een buitenstaander is het onderscheid tussen onderzoeksresultaten en particulier wensdenken volstrekt onduidelijk.

De onderzoekers doen hier categorische uitspraken over zaken waarvan ze vanuit hun onderzoek domweg geen kennis hebben. De conclusies die Stapel en collega’s aan hun data verbinden, zijn in megalomanie vergelijkbaar met een opiniepeiler die na een enquête onder honderd passanten de komende verkiezingsuitslag beweert te voorspellen – en die over vier jaar. Het lijkt op een arts die na een behandeling bij een dozijn dementen ziet dat ze weer een puzzeltje leggen, om vervolgens te twitteren dat Alzheimer tot het verleden behoort.

Ik hoor wel eens: onderzoek is moeilijk, dat moet je opleuken en versimpelen. Zeker als het over psychologie gaat worden dan even een paar bochten afgesneden. Dat is een rare opvatting van wetenschap en journalistiek. Bovendien wordt vergeten dat Stapels onderzoek morele munitie levert in een van de meest gepolitiseerde maatschappelijke discussies van dit moment: het vleesdebat.

Journalisten moeten argwanender zijn

Het persbericht werd een succes mede doordat het alle ingrediënten voor een compleet journalistiek verhaal heeft. Het werd door de Nederlandse media in negen van de tien gevallen ingekort, geredigeerd en als eigen journalistieke productie online gezet.

Die werkwijze toont een raar mechanisme: nieuws van betrouwbaar geachte nieuwsbronnen, zoals universiteiten, wordt door online nieuwsredacties toegeëigend en doorgezonden. Veel media laten wat dat betreft hun professionele verantwoordelijkheid liggen.

De wetenschap verdient iets meer argwaan. Universiteiten leveren geen categorische zekerheden en niet alles wat de hoogleraren beweren is wetenschap.

Medialogica in de wetenschap

Deze affaire laat ook zien dat hoogleraren en universiteiten tegenwoordig veel bewuster bezig zijn met hun ‘media presence’. Persoonlijke blogs, televisie-optredens, columns en lucratieve lezingen stimuleren blijkbaar tot bravoure. Maar de basis blijft onveranderd: wetenschap doet conditionele uitspraken, gebaseerd op observaties binnen een experiment, uitgaande van een specifieke hypothese. Dat taaie gegeven verhoudt zich moeizaam met de wetten van de media, snappy quotes en twitterbare koppen.

De manier waarop er over dit onderzoek is gecommuniceerd is niet exemplarisch. Misschien is de neiging om conclusies zo bruut op te rekken wel kenmerkend voor de sociale psychologie. Toch is het geen totale uitzondering. De communicatiestrategie van universiteiten en hoogleraren is aan het veranderen. Maatschappelijke relevantie en afhankelijkheid van externe financiering vragen om zichtbaarheid in de media met een bondige boodschap.

Maar tegen welke prijs? Ook daar past enig academisch zelfonderzoek. Noblesse oblige: je kunt je niet als nieuwsbron beroepen op een speciale status en autoriteit en tegelijkertijd op het publieke podium de grondslagen van je vak verloochenen.

Lees ook

Arno van 't Hoog

Redacteur

Arno van ’t Hoog is freelance wetenschapsjournalist.
Profiel-pagina
Al 8 reacties — discussieer mee!