Het nieuwe politieke seizoen is weer begonnen en vandaag (6 september) staan er alweer 6 Kamervragen op de agenda, allemaal gebaseerd op mediaberichtgeving. Hoe groot is de invloed van nieuwsmedia op de politiek? Regeert de waan van de dag in politiek Den Haag? De Nederlandse Nieuwsmonitor deed samen met de VU onderzoek naar Kamervragen en op basis van welke media de vragen gesteld worden.

Driekwart van de Kamervragen is gebaseerd op mediaberichtgeving, De Telegraaf is de belangrijkste bron van informatie voor de politici. Vooral de regeringspartijen VVD en CDA en ook gedoogpartner PVV stellen vragen naar aanleiding van publicaties in de krant van Wakker Nederland, terwijl de Volkskrant hofleverancier is van de PvdA-, D66- en GroenLinks-fractie. De SP laat zich evenveel door de Volkskrant als De Telegraaf inspireren en de kleine christelijke partijen baseren hun vragen vooral op berichtgeving uit Trouw, het Reformatorisch Dagblad en Nederlands Dagblad.

De vraag is of we hiermee kunnen spreken van een waan van de dag. Is het erg dat er zoveel kamervragen worden gesteld op basis van berichtgeving?

Aan de ene kant laten politici, net als iedereen, zich informeren door nieuwsmedia. Als een journalist een misstand blootlegt is het goed dat een Kamerlid hiervan weet en daar een kritische vraag over stelt. Aan de andere kant maken politici door middel van media en Kamervragen gebruik van de waan van de dag. Onderwerpen die recent in het nieuws zijn verschenen hebben meer kans zich te nestelen in de publieke agenda.

Een-tweetjes tussen journalisten en politici

Als politicus kan het een voordeel opleveren door in te spelen op deze actuele onderwerpen. Sterker nog, de politici kunnen ook een zogenaamd een-tweetje opzetten met de media. Volgens Kamervragenkampioen Sharon Gesthuizen is dit de “mooiste manier” van vragen stellen. In NRC Next (6 september 2011) zegt zij hier zelf over: “Als ik ergens achter kom ga ik dan eerst naar een journalist, of komt een journalist naar mij. Die schrijft dan ergens over.” De journalist voert Gesthuizen in een artikel op, waarna zij er weer een vraag over stelt. “Want je hebt toch de pers nodig om onderwerpen op de agenda te krijgen. Daarin zit een deel van de legitimiteit van mij als Kamerlid.”

Dergelijke een-tweetjes tussen politiek en pers zijn nu nog niet veelvuldig aangetroffen in het onderzoek. In de dagbladen is 331 keer over Kamervragen bericht. In 45 van die artikelen ging het daarbij om Kamervragen die gesteld waren naar aanleiding van een mediabericht. In 8 gevallen ging het hierbij om een daadwerkelijk een-tweetje tussen politicus en krant.

Media zijn dus een belangrijke bron van Kamervragen, maar andersom valt dat erg tegen. Dat blijkt ook als je de top 10 Kamervragenstellers afzet tegen de top 10 Kamerleden in de dagbladen. Slechts een volksvertegenwoordiger komt in beide lijstjes voor: D66 fractievoorzitter Alexander Pechtold.

De meeste Kamervragen worden gesteld door Kamerleden van oppositiepartijen, met name de kleinere partijen. De regeerpartijen zijn logischerwijs minder kritisch op het regeringsbeleid en grotere oppositiepartijen verdelen het werk over een grotere fractie. Media-aandacht gaat vooral uit naar de partijleiders en Kamerleden die opvallende of controversiële stellingen innemen, liefst tegen de eigen partij, zoals Koppejan (CDA) en Brinkman (PVV). Kamerleden lijken dus sterk de nieuwsagenda te volgen, terwijl de journalistiek zich minder laat leiden door de vragen die in de Tweede Kamer gesteld worden.

De vraag is of Kamervragen niet naar inflatie gaan lijden als er zoveel gesteld worden en zo sterk de media volgen. Verwordt de “ bloem van onze democratie” (aldus Gesthuizen) zo tot onkruid waartegen geen kruid is gewassen? In die situatie moeten de politici wellicht op zoek naar andere informatiebronnen om hun Kamervragen op te baseren, bijvoorbeeld door eigen onderzoek.

Wellicht kunnen ze overwegen een aantal weken van de 9 weken zomerreces daadwerkelijk te gaan vullen met waar deze deels voor bedoeld is: het afleggen van werkbezoeken in het land. Op de eigen website van de Tweede Kamer staat over de invulling van het reces: “Natuurlijk is er tijd voor de broodnodige vakantie, maar het werk gaat ook gewoon door.” Werkbezoeken zijn daarvoor het aangewezen middel, zo kunnen Kamerleden “kennis en ervaring opdoen”, om die “te gebruiken in debatten of om nieuwe ideeën of wetsvoorstellen te ontwikkelen.” Gemiddeld komen de Kamerleden deze zomer niet verder dan 2,1 werkbezoeken die slechts een paar uurtjes duren (NRC Next, 22 juli 2011). Als Kamerleden daar werk van gaan maken zal de koningin van de Kamervragen wellicht worden verstoten door de koningin van de werkbezoeken Esmé Wiegman van de ChristenUnie. Zij ging afgelopen zomer in ieder geval twaalf keer het land in.

Het volledige rapport van dit onderzoek is te downloaden op de website van de Nieuwsmonitor

Al één reactie — discussieer mee!