Op 29 en 30 september vond het congres ‘A question of Power’ plaats aan de Rijksuniversiteit Groningen. Wetenschappers uit binnen- en buitenland komen bij elkaar om te praten over onderzoek naar conflicten, overeenkomsten en onderhandelingen tussen journalisten en hun bronnen. “De interactie en machtsverhoudingen tussen beide partijen is het meest voor de hand liggende onderwerp binnen de journalistiek, maar desondanks wordt er weinig over gesproken”, aldus emeritus hoogleraar Kees Brants en tevens voorzitter van het tweedaags congres in Groningen.

De competitie tussen media wordt steeds sterker, juist daarom is het hard nodig om de huidige machtsverhoudingen tussen interviewer en geïnterviewde eens bloot te leggen. Dat vindt ook Piet Bakker (Hogeschool Utrecht, Universiteit van Amsterdam) die constateert dat er genoeg boeken te vinden zijn over het journalistieke interview, maar dat er nergens wordt gesproken over de onderhandelingen tussen de journalist en de bron die met grote regelmaat (achter de schermen) plaatsvinden. 

Het veelbesproken optreden van Pieter Storms in De Wereld Draait Door in september 2010 is daar een goed voorbeeld van. Hij raakte in een heftig debat over zijn vrouw Nina Brink met tafelheer Jort Kelder. Waarop Storms een dag na de uitzending openbaarde dat juist afgesproken was met de redactie dat zijn vrouw niet bij het gesprek zou worden betrokken, laat staan in beeld zou komen. Het gebeurde allemaal toch.

Laten we ook de gefrustreerde Peter R. de Vries niet vergeten die net voor het einde van – eveneens – een uitzending van DWDD aan Matthijs van Nieuwkerk vroeg of ze het nog over zijn boek gingen hebben, want dat was – in overleg met diezelfde redactie – toch de afspraak?

Backstage Business

Dit soort taferelen beperken zich uiteraard niet tot Nederland. Marlis Prinzing (Macro Media Universiteit voor Media en Communicatie in München) vertelt aan de hand van haar onderzoek ‘Backstage Business in Duitsland’ dat oud-tennisster Steffi Graf alleen interviews geeft wanneer haar sportschoolketen Mrs. Sporty kan worden genoemd en dat foto’s van de band Rammstein worden verboden voor publicatie wanneer deze niet ruig genoeg worden bevonden.

Dit soort onderhandelingen zijn aan de orde van de dag en het is afhankelijk van het medium of dergelijke verzoeken worden ingewilligd of niet. Journalisten zijn geneigd om dit soort praktijken te ontkennen, over onderhandelingen wordt in ieder geval zo min mogelijk gesproken. “We fight for our readers, but we do not fight in front of our readers”, aldus een van Prinzings respondenten van de Allgemeine Zeitung.

Mediagenieke ministers

Hoe spontaan interviews op televisie ook over kunnen komen, er wordt meestal weinig aan het toeval overgelaten. Dat de journalist daarin ook niet de minste macht heeft, laat Åsa Kroon-Lundell (Örebro University) zien aan de hand van een analyse van een nieuwsitem in het meest prestigieuze nieuwsprogramma van Zweden, Aktuellt 21. Ze keek mee op de redactie hoe een item met de Minister van Defensie tot stand kwam en maakte daaruit op dat de quote van de Minister volledig uit de context werd geknipt.

Volgens de journalist ‘terecht’ omdat de mediagetrainde minister na meerdere pogingen geen antwoord wilde geven op de vraag. Volgens de analyse van Kroon-Lundell lag dit vooral aan de vraag van de journalist die dusdanig geframed was dat de minister weinig anders kon dan doen dan ontkennend reageren. Het afsluitende politieke commentaar van een collega-verslaggever in het item, roept tevens de vraag op hoe groot de macht eigenlijk is van deze ‘eigen’ bron die door de presentator wordt ondervraagd. Deze kruisgesprekken zijn vaak tot in detail gescript en bieden vooral ruimte aan de interpretatie van de journalist zelf.

Ook Birte Schohaus (Rijksuniversiteit Groningen), die onderzoek deed naar de interactie tussen politici en journalisten in onder andere het NOS Journaal en het RTL Nieuws, merkt op dat de politiek commentatoren in beide nieuwsprogramma’s een belangrijke rol spelen. Deze bijdragen worden gepresenteerd als feitelijk, terwijl het hier gaat om een interpreterende en soms ook opiniërende bijdrage. Moet dit niet duidelijker gemaakt worden aan de kijkers, vraagt zij zich af.

Kritische ondervraging van presidenten

Steven Clayman (University of California) laat zien dat verslaggevers aan het eind van de jaren 1960 Amerikaanse presidenten opeens veel kritischer gingen bevragen. Hij verklaart het uit een ‘normative shift’ die optrad onder invloed van de onthullingsjournalistiek rond Watergate en de Pentagon Papers. Hij ontkracht de mythe dat presidenten tijdens het eerste jaar op het pluche voorzichtiger worden aangepakt dan wanneer de wittebroodsweken over zijn. Wel worden ze tijdens een tweede termijn veel agressiever ondervraagd. Obama moet zich dus nog maar eens achter zijn oren krabben, aldus de Amerikaanse hoogleraar.

Twitter als bron

Politici zijn in deze complexe strijd lang niet altijd slachtoffer van de journalistiek. Zo laat het onderzoek van Marcel Broersma en Todd Graham (Rijksuniversiteit Groningen) zien dat fanatiek Twitteraar Femke Halsema haar korte, maar kennelijk krachtige berichten tijdens de laatste landelijke verkiezingen met grote regelmaat letterlijk terug kon lezen in Nederlandse kranten. Tijdens deze verkiezingen maakte maar liefst 43% van de Nederlandse politici gebruik van Twitter. Het onderzoek laat daarnaast zien dat waar in Groot-Brittannië vooral opiniërende tweets van vox-pops worden gebruikt, journalisten in Nederland meer gebruik maken van feitelijke berichten van politici zelf. De onderzoekers concluderen dat Twitter inmiddels kan worden beschouwd als een reguliere bron in de papieren krant. Een bron die voor journalisten snel, goedkoop en handig is. Voor politici geldt daarentegen dat ze een machtig (communicatie)middel in handen hebben.

Volgens Valerie Belair-Gagnon (City University London), die onderzoek deed op de nieuwsredactie bij de BBC, zijn sociale media zoals Twitter ‘just another source’ binnen de journalistieke cultuur. De toepassing van deze nieuwe bron is binnen de journalistieke praktijk niet anders dan andere – meer traditionele – bronnen.

Kennelijk denkt het publiek daar hetzelfde over. Uit onderzoek van Tom Bakker en collega’s (Universiteit van Amsterdam, Leiden en Vienna) blijkt dat nieuwsconsumenten geen onderscheid maken wat betreft de geloofwaardigheid van informatie afkomstig van een ‘traditionele’ bron en een bron afkomstig van Twitter. Al zijn de onderzoekers zelf nogal verbaasd over deze uitkomst, volgens Alexander Pleijter (Rijksuniversiteit Groningen) bewijst dit simpelweg dat het mensen vooral gaat om de content zelf, maar dat het niet uitmaakt waar die informatie vandaan komt.

Network Journalism

Ansgard Heinrich (Rijksuniversiteit Groningen,) is van mening dat traditionele journalisten nog veel meer gebruik zouden moeten maken van wat zij ‘network journalism’ noemt. Journalisten garen nog steeds nieuws, terwijl alternatieve bronnen zoals bloggers, twitteraars en Facebook gebruikers veel meer bijdragen aan een zogenaamde informatie flow die tot stond komt in een nieuwe sfeer van globaliserende journalistiek ‘Er zou meer overlap moeten komen tussen de journalisten en deze nieuwe alternatieve bronnen’, aldus Heinrich.

Wetenschappers en de media

Wetenschappers zelf komen ook niet ongeschonden uit deze journalistieke machtsstrijd. Zo illustreerde Joachim Allgeier (Research Center Juelich) zijn onderzoek naar ‘de neuroloog als mediabron’ met het voorbeeld van een
wetenschapper die besloot om zijn studie naar fruitvliegjes te veranderen in een studie naar vlinders, simpelweg omdat dit visueel gezien beter zou scoren in de media. Genoeg actuele voorbeelden die hierbij aansluiten, zo wordt geconstateerd door de deelnemers.

Overigens waren de ondervraagde neurologen in dit onderzoek van mening dat hun impact vooral afhangt van publicaties in high ranking scientific journals en niet zozeer van de hoeveelheid aandacht in de media. Volgens de journalisten van het Zweedse programma Aktuellt-21 misschien maar beter ook. Zij
lieten aan Åsa Kroon-Lundell weten dat wetenschappers een dramatische bron zijn omdat zij zich alles behalve vlot zouden kunnen uitdrukken op televisie.

Herman Brood

Na twee dagen bleef het lastig om de vraag te beantwoorden wie er meer macht zou hebben: de bron of de journalist? Uit de gepresenteerde onderzoeken wordt duidelijk dat beide partijen het spel van de onderhandeling regelmatig meespelen en dat het een actueel onderwerp is dat vraagt om meer onderzoek en debat. Helemaal nieuw zijn dit soort issues en conflicten tussen journalisten en hun bronnen overigens niet. Dat bleek ook uit de anekdote van Piet Bakker, die in zijn jonge jaren als journalist een poging deed om Herman Brood te interviewen. Brood keek bij de aanblik van
Bakkers opnameapparaat argwanend op en zei vervolgens: “geef maar hier dat ding, ik lul dat ding vanavond mooi zelf wel vol.”

Al één reactie — discussieer mee!