Guikje Roethof vertrok na een jaar als ombudsman van de NOS

Burgerjournalistiek, reaguurders, bloggers: is de lezer de baas geworden? Misschien – maar niet bij de ‘oude’ media. Dat bewijst de problematische status van de ombudsman, de ‘publieksredacteur’ die de kritiek van lezers, luisteraars en kijkers een stem geeft in een eigen column. Alleen de Volkskrant en NRC Handelsblad hebben nog een ombudsman. De NOS, de grootste nieuwsorganisatie van Nederland, versleet er twee en zag toen maar af van een derde. “Het blijft absurd dat er zo weinig kritisch wordt gekeken naar journalistieke producten,” schrijft Hugo Arlman in onderstaande bijdrage.

 

‘Verschillen van inzicht’

Populair is het instituut van ombudsman of publieksredacteur bij Nederlandse media nooit geworden. De NOS leek het een mooi uithangbord om aan de, vooral Haagse, buitenwereld te laten zien hoe ‘transparant’ ze inhoudelijk wel waren. De eerste functionaris was een wegggepromoveerde NOS-directeur, Ton van Brussel, die het nauwelijks langer volhield dan de pilot-periode van 2007 tot eind 2008, mede omdat hij de euvele moed had ook NOS Sport onder zijn toezicht te willen brengen. (NOS Sport is entertainment, geen journalistiek, toch?) De tweede, Guikje Roethof, een voormalige HP-redactrice en D66-Kamerlid, sneuvelde na een jaar. Als officiële reden golden de gebruikelijke ‘verschillen van inzicht’; de ombudsman wilde bijvoorbeeld ook op de televisie kunnen in plaats van alleen op internet.

Verborgen in het jaarverslag

Een ombudsman is er niet meer bij de NOS, met honderden journalisten in dienst een van de grootste nieuwsorganisaties in Nederland. De functie is gedelegeerd naar een Commissie van Deskundigen, onder voorzitterschap van Harry Kramer, voormalig OC&W-topambtenaar Media. “Dat [NOS-directeur] Jan de Jong ‘geen zin heeft in een ombudsman’ is onjuist,” zo laat de afdeling Voorlichting desgevraagd weten. “De NOS-directie hecht juist veel waarde aan de publieksverantwoording.” Na het vertrek van Roethof “is ervoor gekozen de ombudsman niet als persoon te vervangen en de ombudsfunctie – via de commissie – te handhaven”. Wie naar deze publieksverantwoording zoekt op de NOS-website moet volharding en geduld hebben, want het bestaan van de Commissie staat ergens verborgen in een jaarverslag.

Gesneuveld na een troonswisseling: Thom Meens

Bij de Volkskrant is sinds mei de vijfde ombudsman van de krant aangetreden, Margreet Vermeulen. Haar voorganger, Thom Meens, vervulde de functie zeven jaar maar overleefde de troonswisseling niet waarbij Philippe Remarque aantrad als opvolger van hoofdredacteur Pieter Broertjes. Meens kreeg in de NRC van 24 september 2012 ruimte daar nog even over na te praten (het interview is onderaan dit artikel ingesloten). “Ik mis echt diepgang. Vijf keer per week een column van Aaf of Witteman is te veel. (…) Daar kreeg ik als ombudsman ook brieven over.”

ED en BD zitten weer zonder

Eindhovens Dagblad en Brabants Dagblad beschikten tot voor kort elk over een eigen ombudsman. Bij een recente reorganisatie bleek dat de zin van beide functies beperkt was. De ombudsman van het Brabants Dagblad werkt inmiddels weer als redacteur, de ombudsman van het Eindhovens Dagblad is vertrokken. Algemeen directeur en uitgever Annemiek Besseling laat weten “dat ik [het] in de basis een mooie functie vind. Als intermediair tussen lezer en redactie. Maar de praktijk bleek minder mooi/goed functioneel uit te pakken.” NRC Handelsblad heeft sinds vorig jaar zijn eerste ombudsman, Sjoerd de Jong, voormalig adjunct-hoofdredacteur, nadat eerdere hoofdredacties zich beperkten tot het eigenhandig en wekelijks in de krant beantwoorden van door lezers opgeroepen vragen van wat algemenere aard.

De rol van de ombudsman

Met alle onderlinge verschillen in binnen- en buitenland kan de rol van de ombudsman of Public Editor in een paar elementen worden samengevat:
• Het behandelen van klachten en opmerkingen van lezers en kijkers over de redactionele inhoud.
• Het nagaan of de redacties zich houden aan de overeengekomen journalistieke normen. Die normen zijn over het algemeen vastgelegd in codes, Stijlboeken, Blauwe Boekjes en wat dies meer zij.
• Het regelmatig op de hoogte houden van lezers en kijkers van de bevindingen.
‘Onafhankelijk’ is de term die in elke functie-omschrijving of statuut van de vigerende ombudsmannen voorkomt. Onafhankelijk van de te adviseren redacties, vanzelfsprekend.

Onafhankelijk, maar niet onaantastbaar

De ombudsman moet de vrijheid hebben om zonder belemmeringen klachten te behandelen, journalistieke werkwijzes te onderzoeken en daarover, zonder inmenging van de redactie, aan lezers en kijkers te rapporteren. In de Statuten van de NRC Ombudsman staat dan ook onder meer: “De column [van de ombudsman] wordt vooraf ter inzage gegeven aan de hoofdredacteur, maar kan niet door hem (…) worden gewijzigd. Een column kan alleen worden geweigerd indien de ombudsman treedt in de zakelijke bedrijfsvoering of het personeelsbeleid.” In het Statuut bij De Volkskrant stond tot voor kort: “De column wordt vóór publicatie uitsluitend ter kennisneming voorgelegd aan de hoofdredacteur en aan redacteuren die erin worden genoemd.” Bij de NOS ontbrak de onaantastbaarheid van de column: “De Ombudsman publiceert wekelijks een column via internet over zijn bevindingen.” Geen rapportage dus op radio of televisie, de belangrijkste platforms van de omroep.

Benoeming en ontslag

Onafhankelijkheid wordt vanzelfsprekend ook beïnvloed door wie aanstelt en ontslaat. Uit wiens potje het geld komt staat daar min of meer los van. Rechters worden door het ministerie van Justitie betaald, maar zolang de minister niet gaat over aanstelling of vooral ontslag, zal de rechter dat een zorg zijn. Bij de bovengenoemde kranten rapporteert de ombudsman over het algemeen aan de hoofdredacteur. De ombudsman bij de Volkskrant wordt door de hoofdredacteur benoemd, en, zo blijkt uit het voorbeeld van Thom Meens, ook door hem ontslagen. De NOS-ombudsman werd aangesteld en dus ontslagen door de algemeen directeur. Bij NRC Handelsblad lijkt de ‘publieksredacteur’ aangesteld te worden door de hoofdredacteur, hij kan hem echter alleen ontslaan als hij “structureel in gebreke blijft”. In Brabant werden de ombudslieden uiteindelijk door de algemeen directeur ontslagen.

Daniel Okrent, de eerste "public editor" van The New York Times

Contracten voor bepaalde tijd …

Alle publieksredacteuren of ombudsmannen kregen een contract voor bepaalde tijd; meestal twee à drie jaar, met soms de expliciet genoemde mogelijkheid tot verlenging. Het contract van Thom Meens van de Volkskrant werd min of meer stilzwijgend elke twee jaar weer met eenzelfde periode verlengd. Bij de NOS werd met Ton van Brussel een periode van ruim een jaar overeengekomen. NRC’s Sjoerd de Jong werkt op een aanstelling als ombudsman voor drie jaar.

… maar wel verlengbaar

Opvallend is dat nergens, zo te zien, werd afgesproken dat de ombudsman voor een vaste, niet te verlengen periode wordt aangesteld, zoals de eerste ombudsman van de New York Times, Daniel Okrent, op zijn eigen verzoek had gedaan. Het ultimum van onafhankelijkheid, want zo bleef hij op afstand van redacties en redacteuren; ook in de toekomst hoefde hij niets van hen. Thom Meens, op de vraag waarom hij zo lang is blijven zitten: “Ik had niet het idee dat ik al klaar was.”

Ook in een ander opzicht wijkt het voorbeeld Okrent af: hij kwam, zoals ook zijn opvolgers, van buiten. Hij had professioneel nooit wat met de Times te maken gehad. Bij de genoemde kranten in Nederland komen alle ombudsmannen uit de kranten zelf. En gaan daar in principe ook weer naar terug. Alleen de NOS benoemde respectievelijk een eigen directeur en een buitenstaander.

Buitenstaander of one of us?

Maakt dat wat uit, om buitenstaander te zijn of one of us? “Het is een enorm voordeel,” zegt de nieuwe Volkskrant-ombudsman Margreet Vermeulen over het feit dat ze lang redacteur was. “Omdat ik weet hoe het organisatorisch werkt. Ik doe het nog maar kort, maar ik heb nog niet het gevoel gehad dat ik ‘te close met de redactie ben’ om mijn werk goed te doen. Ik zit op de redactie omringd door collega’s. Ik vind het ook prettig om met hen in gesprek te blijven en hen in de ogen te blijven kijken als ik hun werk tegen het licht hou en tot een kritische conclusie kom. De meeste collega’s die in mijn column kritiek krijgen, gaan daar heel professioneel mee om. Ik schrijf die column niet zozeer om hen te kritiseren, maar om de discussie op de redactie gaande te houden over wat we doen, hoe we het doen, waarom we het doen.”

“Je moet niet bang zijn om op tenen te gaan staan”

Sjoerd de Jong zegt: “Of van binnen komen een voordeel danwel een nadeel is, hangt van een paar dingen af. Allereerst van je taakomschrijving: ombudsmannen zijn geen eindredacteur en moeten dat ook niet worden. Ze oordelen achteraf. (…) Je kunt natuurlijk best in algemene zin adviseren over zaken als wederhoor of brongebruik, en verbeteringen aandragen voor het Stijlboek van de krant. Maar niet: stukken redigeren of helpen nadenken hoe een onderwerp moet worden aangepakt.” Daarnaast pleit hij, haaks op de stelling van Margreet Vermeulen, juist voor distantie. “Fysieke afstand bewaren tot de redactie. Ik hou twee, soms drie dagen per week ‘kantoor’ op de redactie in Rotterdam (in een eigen kamer, niet op de redactievloer), maar werk verder elders.” Tenslotte: “Het belangrijkste: een ombudsman moet niet bang zijn om op tenen te gaan staan – anders moet je er niet aan beginnen. Dat geldt trouwens voor tenen van buiten (die op hun manier natuurlijk ook een band hebben met hun instituut) evenzeer als voor tenen van binnen.”

Kleine en grote daden van sabotage: Daniel Okrent bij The New York Times

Hoe cruciaal het is de rug recht te kunnen houden, wordt door Okrent scherp uit de doeken gedaan in Public Editor #1, het boek dat hij schreef na drie jaar public editoren bij de New York Times te zijn geweest. Hij kwam van buiten, had de steun voor zijn positie – niet noodzakelijkerwijs voor zijn opvattingen – van hoofdredacteur Bill Keller en mede-eigenaar en uitgever Arthur O. Sultzberger Jr., en een contract voor drie jaar waarna hij in ieder geval weg zou gaan. Verder zat alles tegen: een enorme redactie die hem met groot wantrouwen bejegende, zichzelf de beste van de wereld vond, kleine en grote daden van sabotage en tegenwerking. Gezellig was het zeker niet, maar hij slaagde erin ook grote, heikele onderwerpen ter discussie te krijgen: Hoe liberal is de Times? Hoe schreef de Times over de zogenoemde weapons of mass destruction? En, zeker in New York uiterst ontvlambaar: “The Hottest Button: How the Times covers Israel and Palestine.”

“Journalisten kunnen absoluut niet tegen kritiek,” zegt Meens en hij voegt er troostend aan toe dat dat in het buitenland meestal niet veel beter is. Ombudsman Meens werkte bij de Volkskrant toen Jan Hoedeman zijn ‘grote onthulling’ over martelingen in Irak bracht; Martijn Koolhoven had zijn bij elkaar verzonnen en gelogen artikelen ook in de Telegraaf kunnen schrijven als daar wél een ombudsman had gezeten. In die zin is een ombudsman geen panacee.

De zwarte doos van de Telegraaf

Maar het blijft absurd dat er zo weinig kritisch wordt gekeken naar journalistieke producten. In kranten, tijdschriften, op internet, radio en televisie. Meens: “Als een journalist iedereen de maat neemt, dan moet de journalist ook de maat worden genomen.” De grootste krant van Nederland beantwoordt nooit vragen van andere journalisten, boycot de Raad voor de Journalistiek en zou het liefst ook rechterlijke uitspraken – net als Peter R. de Vries – aan zijn laars lappen. De NOS, de grootste publieke nieuwsorganisatie, slaagt er niet eens in een ombudsman in dienst te nemen en te houden en – arrogantie van de macht – wil dat ook helemaal niet. Publieksredacteuren, ombudsmannen, een Raad voor de Journalistiek: ze laten zien dat de journalistiek zelf geen ivoren toren hoeft te zijn. Maar ze geven geen garantie dat er geen journalistieke uitglijers meer worden gemaakt.

Lees ook
Interview in NRC Handelsblad met de voormalige ombudsman van de Volkskrant, Thom Meens
Interview op Apache.be met de ombudsman van de Vlaamse krant De Standaard, Tom Naegels

Al 8 reacties — discussieer mee!