Wat zijn de vereiste competenties voor een hedendaagse journalist en verschillen die naargelang het medium waarvoor de journalist werkt? Onderzoekers van Lessius Antwerpen en de K.U.Leuven hebben het Vlaamse werkveld bevraagd en op basis van hun resultaten hebben ze een crossmediale competentiematrix samengesteld. Deze matrix vormt een handige tool voor opleidingsverantwoordelijken in het journalistiek onderwijs. De resultaten zijn gebundeld in het boek Nieuwsvaardig en worden samen met ander onderzoek op 25 oktober in Leuven gepresenteerd op de Tweede Lezing- en Debatavond over de Competenties van Journalisten.

We schrijven 1999. Surfen doe je via de telefoonlijn, MSN Messenger is hip en de dotcom-bubble is nog net niet gebarsten (waarom zou ze). De digitale revolutie is al enkele jaren aan de gang, maar het einde van de 20e eeuw baadt onvermijdelijk in een ambiance van verandering. Na Nieuwjaar wordt alles anders, zo lijkt het en zo lijkt het ook in de journalistiek. Onderzoekers spuien hun prognoses over de rol en competenties van de journalist in de 21e eeuw. We vatten kort samen: de journalist blijft geen gatekeeper, maar wordt een informatiemanager, is bovendien een multimediale duizendpoot, een techneut en ook een community/conversation manager. Dat alles moet een competente 21eeeuwse journalist zijn… in 1999.

A brave new world

We schrijven 2011. Surfen doe je overal, Foursquare is hip en de 2.0-bubble is nog net niet gebarsten (waarom zou ze). Het eerste decennium van het nieuwe millennium heeft de journalistieke praktijk op zijn grondvesten doen daveren. Burgers vinden wel nog hun weg naar de traditionele nieuwsmerken, maar het commerciële internet zet het business model van menig nieuwsorganisatie danig onder druk. Met bezuinigingen in het achterhoofd hebben vele redacties een bij wijlen verregaande mediaconvergentie doorgevoerd om deze enkele jaren later weer terug te schroeven.

Ook het verhaal van de multimediale journalist is verre van een onverdeeld succes. Het aantal technische snufjes is exponentieel gegroeid, maar dankzij de vergrote gebruiksvriendelijkheid hoeft de journalist geen techneut te zijn om deze zinvol in te zetten. Het sociale web levert zowel extra concurrentie (in de blogosfeer waant iedereen zich journalist) als extra mogelijkheden (sociale media in de nieuwsgaring). De wereld is dus wel degelijk veranderd, maar niet helemaal zoals verwacht. Vraag is wat precies in deze nieuwe wereld een competente journalist maakt.

Kwaliteit

De vraag naar journalistieke competenties is relevant om minstens twee redenen. In het ‘nieuws over nieuws’ lezen we naast de verbeten zoektocht naar een werkend business model steeds vaker een pleidooi voor geloofwaardigheid als unique selling proposition. Als een beroepsjournalist zich wil onderscheiden van burgerjournalisten, bloggers en dergelijke, moet hij kwaliteitsvolle journalistiek leveren. Daarvoor zijn nodig: tijd, middelen en competenties. Zowel amateur- als beroepsjournalisten kunnen beschikken over die drie eigenschappen, maar in het kader van een professie moet de beroepsjournalist (in theorie) hier het verschil kunnen maken.

Een tweede reden ligt bij de vele journalistenopleidingen dat het kleine Vlaanderen rijk is. Vlaanderen en Brussel tellen samen een tiental Nederlandstalige hogeschoolopleidingen die de studenten trachten voor te bereiden op de journalistieke praktijk. Het is noodzakelijk om te weten welke competenties in welke beroepscontext belangrijk zijn. Gezien de wervelstorm die het laatste decennium door de journalistieke wereld heeft geraasd, bestaat de kans dat de opleidingen niet meer volledig aansluiten bij het werkveld. Daarom is de vraag naar de vereiste competenties voor een hedendaagse journalist meer prangend dan ooit.

Onderzoek

In het boek ‘Nieuwsvaardig’ wordt deze vraag gesteld aan 500 Vlaamse beroepsjournalisten. Na een voorbereidende interviewronde met 24 experts uit het werk- en onderzoeksveld hebben de 500 beroepsjournalisten het belang aangegeven van een zestigtal competenties. Zowel mediumspecifieke vaardigheden (bijvoorbeeld monteren, schrijfvaardigheid) als skills in nieuwsgaring (bijvoorbeeld netwerken, online zoekstrategieën) als eerder abstracte competenties (bijvoorbeeld algemene kennis, assertief zijn) komen aan bod. Op basis van deze gegevens is een competentiematrix opgesteld, waarin af te lezen staat hoe belangrijk elke competentie is afhankelijk van de werkcontext. Zo kan een competentie (bijvoorbeeld interviewtechnieken) belangrijker worden ingeschat door een printjournalist dan door een webjournalist.

De onderzoekers trekken een tiental conclusies. Eén daarvan ligt in de lijn van de resultaten uit dit recente Britse onderzoek en stelt dat bijna alle journalisten de meer traditionele vormen van nieuwsgaring (zeg maar real-life contacten leggen, de telefoon opnemen, etc.) nog belangrijker achten dan online tools. ‘Bijna’ alle journalisten, want webjournalisten vinden die online instrumenten (andere nieuwssites, sociale media, etc.) onontbeerlijk tijdens de nieuwsgaring. Van offline nieuwsgaring lopen de webredacteuren minder warm.

Nog een glasheldere conclusie: Vlaamse journalisten werken quasi allemaal monomediaal. Drie op de vier Vlaamse journalisten zegt voor slechts één mediaplatform content te produceren. Tellen we daar de printjournalisten bij die af en toe teksten doorsluizen naar een online publicatie, dan wordt dat negen op tien journalisten. Multimediale flexibiliteit blijft desalniettemin belangrijk, bijvoorbeeld om samen te werken met journalisten ‘van andere komaf’ en om tijdens de loopbaan te ‘jobhoppen’ tussen verschillende mediaplatformen. Kortweg: de Vlaamse journalist werkt monomediaal, maar moet multimediaal kunnen denken.

Nut

Deze crossmediale competentiematrix vormt in de eerste plaats een handige tool voor opleidingshoofden, niet om de wensen van het werkveld blindelings te volgen, maar om er akte van te nemen en het curriculum eraan te toetsen. Elke opleiding heeft een eigen visie over de beroepspraktijk en ziet zichzelf mogelijk meer als een innoverende dan een conformerende kracht. Net daarom steunt deze visie best op een correct, empirisch gestaafd beeld over de wensen van het werkveld. Het zou op zijn minst ironisch zijn om een opleidingsprogramma samen te stellen zonder dubbel te checken wat er leeft in de journalistieke sector.

Al 3 reacties — discussieer mee!