Er is me de afgelopen dagen nogal vaak gevraagd waarom ik niet als de wiedeweerga naar het aardbevingsgebied ben gereisd maar in Istanbul ben gebleven. Sommigen vroegen het kwaad, anderen met interesse, weer anderen verbaasd. Het leek me wel interessant die vraag in een blogje te beantwoorden, om zo eens wat inzicht te geven in de dagelijkse werkelijkheid van een freelance correspondent.

Het korte antwoord is: ik ben niet in het rampgebied omdat ik een freelancer ben die nauwelijks voor nieuwsmedia werkt.

Toen het onheil zondag toesloeg in Van, ging ik meteen aan de slag voor het ANP, in feite de enige constante afnemer van mijn werk. Ik leverde vooral korte nieuwtjes en achtergrondinformatie, en op maandag ging ik voor een artikel kijken bij een deelgemeente in Istanbul waar mensen hulpgoederen voor het getroffen gebied inzamelden.

Het ANP heeft me niet nodig voor het harde nieuws, bijvoorbeeld over hoe de hulp in de regio verloopt, hoeveel doden er zijn, hoeveel gewonden en vermisten, hoeveel gebouwen er zijn ingestort, wat de minister zegt, hoe de bevolking en de burgemeesters ter plekke reageren, enzovoort. Het ANP werkt nauw samen met de grote persbureaus, zoals Reuters en AP, van wie ze dat harde nieuws krijgen. Van mij willen ze achtergronden en de verhalen ‘bij het nieuws’.

Geen reis- en verblijfskosten

Op maandag dacht de nieuwsjager in mij er natuurlijk wel aan om te gaan. Ik deed een kort interview voor de VARA-radio, en zij zeiden: als je naar Van gaat, laat het ons dan even weten, dan willen we je nog wel een keer voor een interview. Ze betalen €125,- per update, maar ze hadden geen budget om ook bij te dragen aan reis- en verblijfkosten, en waarschijnlijk zouden ze maar één interview afnemen.

Goed, een kleine start, nietwaar? Dus ik mailde het ANP: “Willen jullie mij niet per plekke?” “Nee,” zeiden ze, “we krijgen genoeg binnen via Reuters en AP, je hoeft er voor ons niet naartoe.”

Toen mailde ik dagblad De Pers, waar ik ook wel eens voor schrijf: “Als ik naar het rampgebied ga, nemen jullie dan verhalen van me af en willen jullie dan bijdragen aan de kosten?” Het antwoord kwam snel: “Dank voor het aanbod, maar nee, we volgen het op de redactie.” Voor het harde nieuws, zoals deze aardbeving, gebruikt De Pers voornamelijk berichten van persbureaus (óók van het ANP, dus ook mijn stukken). Van hun correspondenten, waarvan ik er dus één ben, willen ze andersoortige verhalen, bij voorkeur een beetje sappige, zoals deze, of verhalen die een link hebben met Nederland, zoals deze.

En de andere nieuwsmedia waar ik de afgelopen dagen voor heb gewerkt? Dat waren de Amerikaanse radio ABC en de Canadese TV-show Canada AM. Zij willen alleen nieuws-updates op de eerste en tweede dag van de ramp. Daarna hollen ze weer door naar ander nieuws. Zo werkt dat, de wereld heeft nogal een hoge nieuwsdichtheid, zullen we maar zeggen. Nul kans dus dat ze me nog eens zouden gaan betalen voor een radio- of TV-interview. En dat was dat. Ik heb geen andere media waaraan ik aardbevingsverhalen kan verkopen.

Extra dagen

Ondertussen heb ik deze week een deadline voor een groot achtergrondverhaal over de toenemende macht van openbaar aanklagers en rechters in Turkije. En ik heb twee verhalen verkocht aan maandbladen, waarvoor ik druk interviewkandidaten aan het zoeken ben. Ik heb een deadline voor een eindredactieklusje (afgelopen maandag al eigenlijk, maar ik kreeg uitstel vanwege de aardbeving). En ik volg nog steeds het nieuws voor het ANP, waarvoor ik dinsdag vanachter mijn Istanbulse bureau dit verhaal schreef.

En de maand- en weekbladen waar ik voor schrijf? Vergeet het maar. Het verhaal over de juridische macht is voor een weekblad. Er zou best een achtergrondverhaal zitten in wat er allemaal gebeurt in en om Van, maar áls ze daar al over zouden willen publiceren, zou dat op z’n vroegst lukken over twee weken, en dan is de aardbeving al lang niet meer in het nieuws. Trouwens, ze breken hun planning toch niet open voor zo’n verhaal – zoals ik al zei, de wereld heeft nogal een grote nieuwsdichtheid en natuurrampen gebeuren voortdurend en overal. En eh, er staat dus al een ander Turkije-verhaal op de planning bij ze. Mijn verhaal. En als ik het na deadline lever omdat ik nu naar Van vertrek, heb ik een probleem.

Maandbladen dan? Weet je dat die maanden in het voren gemaakt worden? De meeste zijn nu met hun januarinummer bezig. Echt waar.

Peanuts

De grappigste suggestie die ik kreeg, was dat ik mijn verhalen vast wel kwijt zou kunnen aan Koerdische media. Ik werk niet voor Koerdische of Turkse media, maar voor Nederlandse. Ik publiceer óver dit land, niet ín dit land. Dat zou me te veel onderdeel maken van de gepolariseerde samenleving die Turkije is, en dat wil ik niet. Ik ga niet verder dan het publiceren van mijn blogs in het Turks op deze Turkse site.

Bovendien, wat denk je dat die betalen, Koerdische (of Turkse) (online) media? Niets, of hooguit peanuts. En omdat ik een professioneel journalist ben, werk ik niet voor niets of peanuts. Ik werk alleen voor geld. Ik run hier een bedrijf. Occupy me.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Fréderike Geerdink. Ook freelancen in het buitenland? Fréderike Geerdink geeft er workshops over.

Al 2 reacties — discussieer mee!