IDFA 2011 (2)

Deze week begint de 24ste editie van het bekende documentairefestival IDFA. De komende tijd zal DNR, in samenwerking met het Mediafonds, daarom aandacht besteden aan de toekomst van de documentaire. In de nieuwste uitgave van 609, het blad van het Mediafonds, beschrijft Martijn de Waal de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van interactieve documentaires. Hier volgt een verkorte versie van zijn artikel.

Interactieve documentaire op internet heeft de laatste paar jaar een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. Niet zo lang geleden stond meestal de kijker centraal: die kon dan zijn eigen verhaal samenstellen. Maar wanneer we kijken naar de interactieve documentaires die dit jaar en vorig jaar zijn geselecteerd voor IDFA’s Doclab (de competitie voor interactieve documentaires) dan valt juist op dat het vrijwel allemaal ‘auteursprojecten’ zijn. De rol van de kijker is zeker niet uitgespeeld: hij kan hier en daar nog steeds keuzes maken, of mag bijdragen leveren, maar hij wordt wel veel dwingender dan voorheen rondgeleid in een online-wereld waarin de hand van de maker steeds duidelijk voelbaar is.

Een goed voorbeeld is Welcome to Pine Point, een interactieve documentaire over een Canadees mijnstadje dat letterlijk opgeheven werd, gemaakt door Michael Simons en Paul Shoebridge. Het ‘auteurschap’ komt daarin tot uiting in de vormgeving van de wereld die de makers hebben geconstrueerd en in de interface waarmee de kijker die wereld kan verkennen. Die is in dit geval gebaseerd op de metafoor van een plakboek van het verdwenen mijnstadje. Bij elkaar leiden wereld en interface tot het gevoel dat de maker de kijker op sleeptouw neemt in zijn wereld. Het enige dat de kijker (of beter: de ‘klikker’) daarin hoeft te doen, is zo nu en dan op ‘next’ te drukken. Welcome to Pine Point staat hierin niet alleen: ook bij projecten als Highrise, In Situ, Prison Valley, Soldier Brother of This Land zijn de interactieve mogelijkheden eerder subtiel dan overweldigend.

Vooral in Frankrijk en Canada maken deze online auteursdocumentaires een periode van bloei door, mede dankzij de financiële steun van organisaties als de National Film Board of Canada, omroepen als de Frans-Duitse cultuurzender ARTE en kranten als Le Monde. ‘In het verleden maakten we hele complexe projecten, met vijf verschillende tijdlijnen, en het idee dat de bezoeker dan wel zijn eigen verhaal zou maken’, zegt David Carzon, hoofd internet bij ARTE. De kijker kon dan zelf een route bepalen door het project, of een eigen montage maken van verschillende clips.

In theorie was dat een aardige gedachte, in de praktijk misten dergelijke projecten vaak een ‘aandrijvingsmechanisme’: een spanningsboog of spelelement dat de kijker verleidt na twee keer op een filmpje te hebben geklikt, ook nog het derde te bekijken. ‘Kijkers raakten al snel de draad kwijt’, zegt Carzon. Een online project heeft een drijvende kracht nodig, iets dat de kijker voortstuwt door het verhaal heen, dat hem nieuwsgierig maakt naar het volgende onderdeel. ‘Bij ons is dat vaak de visie van de maker’, zegt hij. ‘Zijn visie of idee moet zo prikkelend zijn dat je daar als kijker in mee wilt gaan.’

Ontboezemingen

De vormgeving van interactieve documentaire is over het algemeen veel filmischer geworden. Ze beginnen vaak met een filmclip of animatie die het thema op een aansprekende manier neerzet, een vraag oproept, of met een persoonlijke ontboezeming van de maker nieuwsgierig maakt naar de rest. ‘Je moet bezoekers niet overvallen met allerlei keuzes, nog voordat ze weten waar het project over gaat’, zegt Rob McLaughlin, tot begin dit jaar directeur digitale content en strategie bij de National Filmboard of Canada. ‘Je moet het publiek bij de lurven grijpen en ze onmiddellijk meevoeren naar de wereld van het verhaal dat je wilt vertellen.’

Tegelijkertijd is het bij deze categorie interactieve documentaires lastig te beschrijven waarnaar de kijker precies kijkt. Welcome to Pine Point voelt als een boek waarvan je de bladzijden omslaat, maar dan met geluid en bewegend beeld, en soms als een radio-documentaire met een diashow erbij. Het is een project dat enerzijds verschillende mediatypen in elkaar over laat vloeien, en tegelijkertijd geheel op zichzelf staat. Je bekijkt het project op één-en-hetzelfde platform.

Transmedia

De interactieve auteursdocumentaire lijkt zich zo in een andere richting te ontwikkelen dan het televisiedrama. Bij fictieprojecten is op dit moment een specifieke manier van ‘transmediaal’ produceren populair. Daarmee wordt bedoeld dat televisiemakers hun verhaal via verschillende media vertellen. ‘Documentaires lenen zich minder goed voor zo’n format’, zegt McLaughlin. Een dergelijke aanpak is vooral geschikt voor langlopende dramaseries, waaromheen echt een fancultuur ontstaat van fanatieke kijkers die alles over hun favoriete karakters willen weten.’

Natuurlijk betekent dat niet dat interactieve documentaires niet meer aanvullend of in samenhang met televisie-uitzendingen gemaakt worden. Maar wel is het opvallend dat vrijwel alle hier genoemde interactieve documentaires als stand-alone ervaring zijn vormgegeven: je bekijkt ze op één apparaat, en er wordt niet verwacht dat de kijker heen en weer zapt tussen verschillende media.

Distributie

Online auteursdocumentaires lijken zich vooralsnog in een experimentele fase te bevinden. Er begint langzaam aan een nieuwe vorm te ontstaan, maar het is nog niet helemaal duidelijk of, hoe en wanneer het grote publiek dat precies zal omarmen. Zijn tablets als de iPad de geëigende omgeving voor deze nieuwe documentairevorm? Of de ‘connected tv’, waarbij je een tablet als de iPad gebruikt om door programma’s op je televisie te navigeren – een ontwikkeling waar veel van wordt verwacht maar die vooralsnog niet heeft doorgezet. En wie gaat dergelijke projecten eigenlijk aanbieden? Moeten ze als boeken los worden verkocht, bijvoorbeeld in een appstore of als films in een pay-per-view-platform? Is het een nieuwe vorm waarmee kranten hun abonnees kunnen bedienen? Of zouden ze juist via een publiek kanaal toegankelijk moeten zijn?

Waar de projecten van de National Film Board soms beter bekeken worden dan een traditioneel documentaireslot op de Canadese televisie, ligt dat in Europa anders. Veel publieke omroepen maken op internet juist een terugtrekkende beweging. Dat komt deels door de politiek.

Voortrekkersrol voor Nederland

Ook in Nederland is dat inmiddels het geval, erkent Erik van Heeswijk, hoofd digitaal van de VPRO. ‘Voor experimenten als online only documentaires is het nu wel roeien tegen de stroom in.’ Toch wil de VPRO er mee door. ‘Nederland liep als documentaireland altijd voorop’, zegt Bruno Felix, directeur van productiehuis Submarine, ‘De Nederlandse documentaires gaan de hele wereld over, en het belangrijkste documentairefestival ter wereld vindt plaats in Amsterdam. Het zou mooi zijn als we die voortrekkersrol ook op het gebied van de online documentaire zouden kunnen spelen.’

Lees ook
Andere artikelen op DNR over de IDFA 2011

Het volledige artikel is te lezen in de 609 hieronder.

609, nummer 9

Nog geen reactie — begin de discussie!