Vrijdag 4 november was het feest in Leiden, want de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de plaatselijke universiteit vierde twee jubilea: het tienjarig bestaan van de minor en het vijfjarig bestaan van de master. Bovendien sprak de nieuwe hoogleraar Journalistiek en Nieuwe Media, Jaap de Jong, zijn oratie uit. Het thema van de dag was: de betrouwbaarheid van nieuws. Tijdens het jublieumsymposium sprak Michael Opgenhaffen over het nut van onbetrouwbaar nieuws.

We weten allemaal wat het probleem is: journalisten moeten vandaag de dag werken onder grote tijdsdruk, redacties worden kleiner en kleiner, maar de output moet steeds meer en groter worden. Bovendien moeten journalisten concurreren met burgerjournalisten en de zogenaamde accidental journalists die via blogs en Twitter verslag uitbrengen over een nieuwsfeit waar ze toevallig getuige van zijn.

Onder al deze veranderingen blijft echter betrouwbaarheid een van de allerbelangrijkste, zo niet de belangrijkste kwalificatie binnen het journalistieke beroepsprofiel. Een recente studie van Nico Drok toont aan dat betrouwbaarheid zowel door journalisten, studenten en docenten journalistiek als het allerbelangrijkste binnen het beroep wordt gezien. Ook ons eigen onderzoek naar competenties bij 500 Vlaamse journalisten bevestigde dat accuraat nieuws nog steeds als erg belangrijk wordt ingeschat.

Maar is accurate en betrouwbare berichtgeving in tijden van steeds kortere deadlines, sociale media en online nieuws nog steeds mogelijk?

We kunnen er niet omheen dat er problemen zijn wat betrouwbaarheid van nieuws betreft. Zo werd de Belgische koningin Fabiola de voorbije jaren maar liefst drie keer dood verklaard, dit terwijl ze nog altijd springlevend is. En vorig jaar was er heel wat te doen rond een aantal artikelen over de laatste verkiezingen in België. Een studiebureau had uitgedokterd dat VLD-kiezers het vaakst seks hebben, en dat zij die op Groen stemmen het meest masturberen. Deze artikelen stonden in vrijwel alle Vlaamse dagbladen. Wat later bleek het opgezet spel te zijn van de jongens van Neveneffecten die in het kader van het programma BASTA enkele valse persberichten de wereld hadden ingestuurd, dit om te kijken of er Vlaamse journalisten zouden zijn die dit zomaar zouden overnemen. Wat dus ook gebeurd is.

Probleem met betrouwbaarheid van het nieuws

Dus laat ons duidelijk zijn: er is een probleem met betrouwbaarheid van nieuws. Maar er zijn enkele zaken die opvallen:

1) Ten eerste lijkt het alsof betrouwbaarheid volgens de publieke opinie vooral of zelfs uitsluitend een probleem is van het internet, nieuwe media en meer specifiek van online nieuws. Er bestaan veel voorbeelden van uitspraken waarin het internet en online nieuws als minderwaardig en minder betrouwbaar dan traditionele media wordt omschreven. Zo was er de verantwoordelijke digitaal uitgeven van NRC die in een interview verklaarde dat digitale kranten altijd een vleugje amateurisme in zich dragen. Als zelfs de verantwoordelijke digitaal uitgeven dit zegt, dan hebben we een probleem. Wat misschien nog het meeste verontrust, is dat zelfs de digital natives – zij die met nieuwe media en online nieuws opgegroeid zijn – er ook zo over schijnen te denken. In mijn eerste les van het nieuwe academiejaar vraag ik telkens aan mijn studenten welke nieuwsmedia ze consumeren. En dan blijkt dat ze nog amper gedrukte dagbladen of magazines kopen, maar allemaal meermaals per dag het nieuws online lezen. Als ik dan vervolgens vraag voor welke media ze na hun opleiding journalistiek willen werken, dan zijn ze resoluut: ze willen bijna allemaal voor print of audiovisuele media werken, en niet voor online nieuwssites. Op mijn vraag om die contradictie te duiden, verwijzen ze onder andere naar de onbetrouwbare en oppervlakkige artikelen online en dat ze dat soort journalistiek niet willen bedrijven. Ook al wijzen studies er op dat het vertrouwen van jongeren in internet stijgt, toch zit het online nieuws, terecht of niet, nog steeds met een imago-probleem.

2) Ten tweede valt het op dat nieuwsmedia soms bewust onbetrouwbaar – of eerder ongecontroleerd – nieuws brengen. Bij de recente rellen in Syrië maakt men gretig gebruik van YouTube-beelden die door locals online worden geplaatst. Bijna alle nieuwsmedia brengen dit soort beelden, uiteraard met de mededeling dat de betrouwbaarheid niet gecontroleerd kan worden. Maar ze tonen ze dus. En eigenlijk vind ik dat niet meer dan normaal. Ik zie immers in het gebruik van onbetrouwbaar nieuws een heel groot voordeel: nieuwsconsumenten en journalisten kunnen – of moeten zelfs – op deze manier openlijk twijfelen over de bronnen en berichtgeving, en precies dat heeft een zeker nieuwswaarde. Met andere woorden: onbetrouwbaar nieuws stimuleert de nieuwsconsumenten en –producenten nog meer over het onderwerp zelf na te denken.

Procesjournalistiek

Een belangrijke voorwaarde om dit soort nieuws te brengen is dan wel dat nieuwsmedia duidelijk aangeven dat het specifieke nieuwsbericht nog niet bevestigd is en dat de betrouwbaarheid ervan onzeker is. Journalisten die geruchten opvangen van informanten, amateurjournalisten of sociale media kunnen deze berichten een plaats geven binnen hun nieuwsmedium, bijvoorbeeld in de sectie ‘ongecontroleerd nieuws’, met duidelijke vermeldingen dat het bericht gebaseerd is op ongecontroleerde bronnen. Dit idee komt niet van mezelf, maar is onlangs geopperd door de ombudsman van De Standaard die terecht zoekt naar een manier om onbetrouwbaar nieuws een plaats te geven, precies omdat hij beseft dat journalisten worstelen met de moeilijke verhouding tussen snelheid en betrouwbaarheid.

Hij stelt deze manier van werken voor omdat het de zogenaamde procesjournalistiek stimuleert. “Procesjournalistiek is nieuws-in-ontwikkeling: één bron die iets meldt, een gerucht dat op Twitter circuleert, een andere titel die beweert nieuws te hebben. Als je dat brengt (wat best mag, en wat gezien de snelheidsvereisten online wellicht ook moet), dan moet je dat zeer expliciet zeggen en tonen aan je lezers”, aldus de ombudsman. En vanaf dat moment kan je – eventueel samen met het publiek – op zoek gaan naar de waarheid achter het bericht. Hierdoor kan je na een tijdje ofwel het bericht bevestigen, ofwel weerleggen. “Get it first, and then check if you are right” omschrijft deze manier van werken nog het best.

Voorbeelden van dergelijke procesjournalistiek zien we vandaag de dag in de liveblogs die live verslag uitbrengen over nieuwsfeiten. Enkele dagen geleden bracht De Standaard een liveblog over de Eurocrisis. Plots ging het gerucht de ronde dat de Griekse premier zou aftreden. De Standaard bracht dit in haar liveblog met duidelijke vermelding naar de bron en in de voorwaardelijke vorm. Even later konden ze meedelen dat het bericht onjuist was, zonder gezichtsverlies te lijden. Een mooi voorbeeld was ook de liveblog van NRC over de arrestatie en de dood van Khaddafi waarbij er verschillende berichten werden vermeld van bronnen die verklaarden dat de leider was omgekomen, zonder dit als echt nieuws te gaan poneren. Pas wanneer ook Reuters bevestiging gaf, kon de krant zeker zijn dat hij overleden was en werd het in een nieuwsartikel gegoten. Een meer doorgedreven vorm van procesjournalistiek bedrijft Andy Carvin die met behulp van het publiek de waarheid achter een nieuwsfeit probeert te achterhalen. Over zijn rol als zogenaamde Toomler kan je in een eerder artikel van DNR meer lezen.

Geef de betrouwbaarheid weer

De discussie aangaan en openlijk aangeven dat je als journalist niet zeker bent van de betrouwbaarheid van het bericht is in alle geval beter dan stilzwijgen en de beelden of berichten niet te brengen, want dan worden ze wel op andere platformen opgepikt en verspreid. Het is beter om de beelden en geruchten te brengen en ze in samenspraak met experten en amateurs te analyseren en te beoordelen. Door beide kanten van nieuws te laten zien – en daar mag wat mij betreft dus onbetrouwbaar nieuws bij zitten – geef je de complexiteit van de situatie aan. En de kans is groot dat de discussie die op het nieuwsartikel volgt onder de lezers een bepaalde nieuwswaarde heeft en dat nieuwslezers hierdoor meer inzicht in de zaak krijgen.

De absolute waarheid brengen is moeilijk, want vaak bestaat de waarheid niet of ben je als journalist niet goed genoeg geplaatst om de waarheid te kennen. Meegeven wat er leeft in de wereld en de betrouwbaarheid hiervan in de vorm van procesjournalistiek achterhalen lijkt mij minstens even interessant dan de feitelijke weergave van de onbestaande waarheid.

 

Al 9 reacties — discussieer mee!