De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) kreeg vorige week veel kritiek te verduren. Dit naar aanleiding van de acties rondom het cao-conflict in de dagbladsector. Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ, reageert.

Op deze plek werd nogal wat kritiek geleverd op onze beroepsvereniging vanwege onze rol in de recente dagbladacties. Mij is gevraagd om deze kritiek te pareren. Met alle plezier, zou ik zeggen, want ik geloof in onze missie.

Om maar meteen duidelijk te maken waarvoor we staan nog even onze bekritiseerde standpunten op een rij:

  1. De NVJ ziet het recente dagbladconflict als illustratief voor de problemen waar de beroepsgroep voor staat. De belangen van de gehele beroepsgroep staan op het spel.
  2. Er bestaat een rechtstreeks verband tussen kwaliteit en een journalistieke cao. Het is dus volstrekt logisch om kwaliteit inzet te maken van cao-acties.
  3. Journalisten die van hun vak houden moeten daarvoor opkomen. Dan moet je ook acties die het publiek raken niet uitsluiten.
  4. Beginnen met acties op het internet is een goede manier om zichtbaar te maken dat journalistiek werk een waardevol product is, dat niet als water uit de kraan komt.


1. Het belang van het vak
De NVJ komt op voor alle beroepsgenoten, jong en oud, in vaste dienst of freelance, werkend voor krant, radio, tv, tijdschrift of internet, meer dan 8000 in totaal. Wij zijn ervan overtuigd dat een journalist zich onderscheidt door een aantal kenmerken, die niets met het platform te maken hebben waarvoor ze werken. Journalisten hebben overal dezelfde rol: gids, duider, onderzoeker, luis in de pels. Zij stellen de vragen die je als lezer, luisteraar of kijker beantwoord wilt hebben.

Om dit goed te kunnen doen, moeten opdrachtgevers en werkgevers van journalisten wel een aantal basisvoorwaarden scheppen. Er is tijd en geld nodig om kwaliteit en verdieping te kunnen garanderen. Om onafhankelijkheid te kunnen waarborgen dienen journalisten gevrijwaard te blijven van commerciële invloed op hun werk. Er moet ook bij de koele rekenaars in de top van de grote concerns respect bestaan voor de meerwaarde die journalisten en redacties leveren en een besef – overigens ook in politiek Den Haag – dat kwaliteit gewoon geld kost.

2. Een kwestie van kwaliteit
Het is dus ook volstrekt logisch om het thema ‘kwaliteit’ te koppelen aan een geschil over een journalistieke cao. Uiteindelijk zorgt een cao ervoor dat er aan het belang van het vak ook een in geld uit te drukken waardering komt te hangen. Die waarde maakt het mogelijk om niet alleen een vlotte opinie te schrijven, maar ook echt te investeren in het vak, in journalistiek onderzoek, in een gedegen stuk, of in een alleszeggende foto. De Ccao is immers de benchmark voor de waarde van journalistiek werk, ook als dat door een freelancer wordt uitgevoerd.

Kille cijfers van de afgelopen jaren maken duidelijk dat het vak behoorlijk onder druk is komen te staan. Tarieven van freelancers en fotografen, maar ook de cao’s zijn achtergebleven bij de inflatie. Redactiebudgetten zijn veelal als sluitposten van de begroting gebruikt, met 30 procent minder journalisten op dagbladredacties als gevolg. Dit valt niet te repareren met efficiencyslagen. Hetzelfde lot zal vanaf volgend jaar overigens de publieke omroep en Wereldomroep treffen.

Dat alles onder het mom van sombere tijden voor de traditionele mediapartijen. De nog altijd forse rendementen en ambities maken duidelijk dat van een werkelijk diepe crisis bepaald geen sprake is. Wel is zeker dat er niet altijd naar de lange termijn wordt gekeken. Bestaande kennis en infrastructuur wordt overboord gezet. Dat blijft op de lange duur niet ongestraft. Wij zijn ervan overtuigd dat voor het publiek de kwaliteit van de inhoud toch het verschil zal blijven maken. Die boodschap hebben wij getracht over te brengen, aan de werkgevers/opdrachtgevers, aan het publiek, maar ook aan de beroepsgroep zelf. Want die waardering komt niet vanzelf.

3. Actievoeren hoort bij opkomen voor het vak
Actievoeren doet pijn, zeker voor een beroepsgroep die met zoveel liefde en overgave haar vak uitoefent. Journalistiek is geen baan, het is een roeping. En toch, net als dokters of vuilnismannen, die trots zijn op hun vak, moet je het respect voor het vak soms afdwingen. Acties zijn dan een effectief middel.

Acties die alleen de werkgever raken of publieksvriendelijk blijven, zetten dan eenvoudigweg geen zoden aan de dijk, zeker niet als daarachter niet een werkelijk pijnlijk actiemiddel dreigt. Een goede journalist overtreedt soms de wet en voert soms actie voor een hoger doel: het publiek goed kunnen informeren.

4. Nieuwsberichten zijn niet gratis
Een hele generatie groeit nu op met het idee dat nieuws, net als muziek of films, gewoon vrij beschikbaar moet zijn, zoals water uit de kraan. Enig besef dat er ergens betaald moet worden voor het werk van journalisten is in de internetgemeenschap niet wijd verspreid. We hoeven toch ook niet voor radio of televisie te betalen of voor de gratis krant?

De werkelijkheid is anders. ‘Gratis’ nieuws bestaat niet en moet ook op internet ergens van worden betaald. Datzelfde geldt voor de gratis krant of radio en televisie; het is de adverteerder of overheid die het nieuws in dat geval bekostigt.

Op internet speelt een ander probleem. Kostbaar nieuws kan vrij eenvoudig van andere bronnen worden overgenomen. Dat laatste fenomeen moet niet onderschat worden. Recent onderzoek van het Pew Research Center heeft aangetoond dat meer dan 95 procent van al het nieuws dat digitaal circuleert, zijn oorsprong kent in producties van kranten en RTV-redacties. Daar zit veel jatwerk bij, door goed ontwikkelde aggregatiemachines. Maar ook bij veel uitgevers was het tot voor kort gangbaar om al het werk van de redacties van dagbladen en tijdschriften automatisch online beschikbaar te stellen.

Op het moment dat de huidige leveranciers van 95 procent van dit nieuws omvallen of ernstig moeten afslanken, wat nu volop aan de gang is, gaat dat dus ook ten koste van de enorme nieuwsrijkdom op het net. Op de langere termijn is het huidige ‘gratis nieuws’-model online dus niet houdbaar, als we een bestendige en kwalitatief sterke nieuwsvoorziening online overeind willen houden.

Door middel van acties (proberen) het publiek hiervan bewust te maken, lijkt ons niet verkeerd. Natuurlijk is een dergelijke actie kwetsbaar – dagbladsites hebben bepaald geen monopolie op dagelijks nieuws online – maar het gaat om het losmaken van een discussie. Een discussie, die juist ook in het belang is van webredacties die zelf nieuws produceren.

Onze inzet is nu juist dat die webredacties een stevige basis moeten krijgen. Want de werkelijkheid is dat behalve nichesites als Tweakers, Computable of VI, er maar bitter weinig nieuwssites hun eigen broek kunnen ophouden. Ja, we hebben NU.nl, die het natuurlijk goed doet. Sterker nog, het is veruit de grootste en best bezochte nieuwssite van Nederland met dagelijks miljoenen bezoekers.

Maar met 18 journalisten in dienst komen ze niet in de buurt van de onderzoekskracht van grote dagbladen of zelfs een klein tijdschrift als Vrij Nederland, met 50.000 betalende abonnees. De werkelijkheid is dat het aantal journalisten dat in een web-only omgeving geld kan verdienen met journalistiek werk nog altijd bedroevend laag is. Ons pleidooi voor bijvoorbeeld een internetheffing is juist bedoeld om journalistiek publiceren op internet lucratiever te maken, en de eerste die daarvan zouden moeten profiteren zijn de nu nog erg kleine internetredacties en bloggers, die hun werk vaak naast een andere baan moeten doen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat wij dé oplossing ook niet voor handen hebben. Zeker is dat de huidige verdeling van inkomsten door onevenwichtige marktposities in het nadeel van de makers uitpakt. Het is ons een doorn in het oog dat bedrijven als Apple (30 procent van de uitgaven aan apps gaan rechtstreeks naar dit bedrijf), Google (miljarden aan advertenties rond producten van een ander) en kabelaars als Ziggo, UPC en KPN klauwen met geld verdienen, terwijl de redacteuren die hard werken voor die content met waardeloze contracten en beloningen het bos in gestuurd worden. Daar moeten we iets mee.

Kortom, de NVJ zet zich juist in voor een stevigere basis voor webredacties, want van alleen banners en informatie over bezoekersprofielen gaat de gemiddelde website of blogger het niet redden. Los van het feit dat de concurrentie enorm is en de advertentieruimte digitaal eindeloos, en dus niet schaars, wordt het merendeel van deze inkomstenbronnen reeds afgeroomd door de grote spelers op het web: Google, Facebook en Apple. Het is dus daar, of bij de grote en goed verdienende kabel- en telecomdistributeurs dat een soort van heffing/herverdeling op zijn plaats zou zijn, juist om journalistiek talent digitaal een kans te geven en om ook zelfstandig online te kunnen overleven.

En ja, er komt op termijn wel een verdienmodel voor journalistieke content, zeker met de opmars van tablets is daar goede hoop op, maar de huidige verdeling van de online inkomsten (in 2010 al meer dan een miljard euro online op de Nederlandse markt) valt vooralsnog voor de makers wel erg onvoordelig uit. Een corrigerende heffing, die zorgt dat makers een groter deel van de grote verdiensten op het web toebedeeld zouden krijgen, zou helemaal niet zo gek zijn. Maar met het alternatief, een goed werkend betaalmodel op internet – dat nu feitelijk met de apps voor tablets en smartphones een snelle opmars maakt – kan ik ook goed leven.

Effect van de acties
Terug naar de acties, waar het ons allemaal om begonnen is. Heeft alle heisa ook effect gehad? De resultaten in het akkoord over de dagblad-cao zijn op korte termijn in geld uitgedrukt niet overweldigend. Er is echter een belangrijk punt gescoord: kwaliteit staat weer op de agenda en de weerbaarheid van de beroepsgroep is aangetoond.

Naar mijn mening is dat van wezenlijk belang voor het vak. Niet om te houden wat we hadden, maar om ervoor te zorgen dat het belang van het vak – de inhoud, die het verschil maakt – ook in de toekomst gegarandeerd blijft, online en offline. Daarom is een stevige bond, die namens de gehele beroepsgroep kan spreken, van wezenlijk belang.

Al 12 reacties — discussieer mee!