Het einde van de persexceptie is goed nieuws voor journalisten. Deze uitzondering in de Auteurswet was vooral handig voor knipselkranten en knip-en-plak-sites. Een recente uitspraak van het Hof in Leeuwarden heeft het wetsartikel flink uitgehold. Wat betekent dat
voor journalisten in de dagelijkse praktijk?

Als freelance journalist laat ik me geregeld inspireren door artikelen van collega’s. Maar ik denk er – uiteraard – niet over om een heel artikel kopiëren, en met bronvermelding in te sturen naar mijn opdrachtgever. Ik vermoed dat dat het einde van de samenwerking zou betekenen. Ik ga er vanuit dat journalisten in vaste dienst daar niet anders over denken. Als het om eigen nieuws gaat, is het netjes om te verwijzen naar het medium dat het nieuws heeft gebracht. Maar iedere serieuze journalist zou te trots moeten zijn om een compleet artikel te kopiëren en te verwijzen naar een collega. 

Vrije nieuwsgaring

De persexceptie is in de Auteurswet opgenomen om te voorkomen dat het auteursrecht een belemmering zou vormen voor de vrije nieuwsgaring. De persexceptie is een uitzondering op het auteursrecht voor nieuwsmedia, en daarmee voor journalisten die voor nieuwsmedia werken.

Kort gezegd: tot voor kort werd aangenomen dat het overnemen van nieuwsberichten, gemengde berichten of artikelen over actuele onderwerpen was toegestaan als dat gebeurde door een persorgaan of “elk medium dat een zelfde functie vervult”.

Die laatste omschrijving was zeer problematisch voor nieuwsmedia die investeren in content. In de Auteurswet wordt namelijk verder niet uitgelegd wat wordt bedoeld met een medium dat eenzelfde functie vervult. Derden die artikelen uit kranten scannen of nieuwsberichten van websites kopiëren en digitaal verspreiden, rechtvaardigden dit met een beroep op de persexceptie. Zij ontwikkelden een businessmodel met het werk van journalisten, terwijl nieuwsmedia steeds meer moeite hebben hun broek op te houden. Dat was zowel nadelig voor journalisten in vaste dienst als voor freelancers.

Kortom, waar de persexceptie tot doel had om de vrije nieuwsgaring niet te belemmeren, bracht de uitzondering juist schade toe aan nieuwsmedia.

Oorspronkelijk en creatief

Een recente uitspraak heeft de persexceptie gelukkig flink ingeperkt. De zaak betrof een geschil waarbij de Provincie Flevoland een papieren knipselkrant onder haar medewerkers had verspreid en geen vergoeding had betaald aan de auteursrechthebbenden van de gebruikte artikelen (zie hier).

De onenigheid betrof de reikwijdte van het auteursrechtvoorbehoud in het kader van de persexceptie. In de auteurswet staat dat overname volgens de persexceptie alleen mag wanneer de rechthebbende geen uitdrukkelijk auteursrechtvoorbehoud maakt. Lid 2 van het artikel zwakt die voorwaarde echter meteen weer af en stelt dat het auteursrecht niet uitdrukkelijk kan worden voorbehouden als het om nieuwsberichten of gemengde berichten gaat.

Het Hof Leeuwarden heeft echter bepaald dat lid 2 in strijd is met de Europese Auteursrechtrichtlijn en dat dit een auteursrechtvoorbehoud wél kan worden gemaakt voor nieuwsartikelen en gemengde berichten, zolang een nieuwsartikel voldoende oorspronkelijk en creatief is. Dat betekent in praktijk het einde van de persexceptie. Ieder nieuwsmedium heeft tegenwoordig een auteursrechtvoorbehoud op zijn site staan en kan daar een beroep op doen. Het voorbehoud hoeft niet bij elk artikel te staan, een algemeen voorbehoud in de disclaimer of het colofon is al genoeg.

Kopieën verwijderen

Voor nieuwsmedia is dit een zeer belangrijke uitspraak. Door de uitspraak van het Hof kunnen zij kopieën van internet (laten) verwijderen en eventueel de geleden schade verhalen op partijen die voorheen een geslaagd beroep op de persexceptie konden doen.

Auxen, dat de opsporing en opvolging van auteursrechtinbreuken regelt voor de diverse media, ziet dat sinds de uitspraak het aantal beroepen op de persexceptie tot een minimum is gedaald.

De uitspraak van het Hof betekent echter wel dat journalisten voorzichtiger moeten worden met het kopiëren van elkaars werk. Ze worden niet meer via hun werk- of opdrachtgevers beschermd door de persexceptie. Enkel feitelijke, niet oorspronkelijke artikelen kunnen zij nog van collega’s bij concurrerende media overnemen. Het is moeilijk om je zo’n artikel voor te stellen. In bijna alle gevallen is er wel sprake van een creatieve inbreng van de journalist.

Goede voorbeeld

Kortom, ook voor journalisten geldt: handen af van elkaars werk. En daar is wat mij betreft niet mis mee. Het voorkomt luie journalistiek en bevordert de creativiteit. De bescherming van de persexceptie zou wat mij betreft omwille van principes niet nodig hoeven te zijn. Sterker nog, een serieuze journalist moet geen herkauwer willen zijn. Daarvan hebben we er al genoeg op internet.

Sommige nieuwsmedia hadden liever gezien dat de rechtelijke macht de oplossing had gezocht in een sterkere afbakening van het begrip ‘elk medium dat eenzelfde functie vervult’. Dit had gekund door ‘wederkerigheid’ als voorwaarde in de Auteurswet op te nemen. Nieuwsmedia zouden alleen dan alleen een beroep doen op de persexceptie als ze zelf ook content produceren.

De vraag blijft echter: hoeveel content moet er dan worden geproduceerd? En van welke kwaliteit? Als daar geen helderheid over is, zou ik als freelance journalist mijn site ook als nieuwsmedium kunnen benoemen. Ik produceer immers ook verhalen. Vervolgens zou ik de nieuwsartikelen van alle dagbladen op mijn site kunnen zetten; flink wat advertenties erbij en ik heb een lucratief handeltje. Dat lijkt me niet de bedoeling.

Ik vind het dan ook veel sterker als wij als journalisten zelf het goede voorbeeld geven. Als wij derden willen aanspreken op auteursrechtinbreuken, die nieuwsmedia veel schade berokkenen, dan moeten we zelf ook creativiteit tonen in plaats van elkaar over te schrijven.

Dit artikel is tot stand gekomen dankzij Auxen.

Al 5 reacties — discussieer mee!