Er is een akkoord tussen de NVJ en werkgeversorganisatie NDP Nieuwsmedia. De vlag kan uit. De acties bij de dagbladen zijn met onmiddellijke ingang opgeschort. Toch blijf ik zitten met een gevoel van onbehagen.

Ik ben niet tegen een instroomproject voor jongere journalisten. Ik ben niet tegen het vechten voor pensioenen. Ik ben niet tegen het behoud van een auteursrechtenvergoeding. Ik ben niet tegen “het voortbestaan van onafhankelijke en gerespecteerde journalistiek”.

Ik ben wel tegen de insteek van de acties zoals die door de NVJ is gekozen. Waarom? Twee redenen.

Hoge woorden
Zoals Bart Brouwers aangeeft, staat de retoriek van de NVJ niet in verhouding tot het conflict. Het is een centenkwestie: het gaat onder andere over pensioenen, auteursrechtenvergoedingen en een loonsverhoging. Het is prima dat de NVJ opkomt voor de arbeidsvoorwaarden van haar leden. Dat is haar taak.

Maar de NVJ maakt van de strijd met de werkgevers een referendum over de kwaliteit en toekomst van de journalistiek. “Dit conflict gaat niet alleen meer om een CAO-ruzie, maar over het voortbestaan van onafhankelijke en gerespecteerde journalistiek”, stelt de vereniging in een mail aan de leden. Het staat er niet met zoveel woorden, maar ik lees hierin: ‘goede’ journalistiek hangt samen met het overleven van krantenbedrijven. Maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn.

Dat de werkgevers de eisen van de NVJ in eerste instantie afwezen betekent niet dat werkgevers automatisch tegen de kernwaarden van de journalistiek zijn. Wie kan er nu tegen kwalitatief goede en onafhankelijke journalistiek zijn? Bovendien zijn dat principes die los zouden moeten staan van geldelijke kwesties.

Andere acties voor websites
Naast de hoge woorden van de vakbond is er iets dat me nog meer tegenstaat. Er stonden diverse acties gepland om druk te zetten op de werkgevers. Zo vond er donderdag 8 december een Twitterbombardement plaats en zijn er gratis kranten uitgedeeld. Andere plannen betroffen het drukken van de kranten in zwart-wit en het niet plaatsen van advertenties.

Voor de krantensites werd echter zwaarder geschut ingezet: bijna een hele dag het nieuws niet updaten. Ik vind dat een onverantwoord middel.

Maatschappelijke functie van journalistiek
Zoals Joost Schellevis opmerkt, denk ik dat je als journalistiek medium een maatschappelijke functie hebt. Wat als de man in Luik niet dinsdag maar ten tijde van de staking was begonnen met schieten? Hadden de krantensites dat nieuws niet verslagen? Ik betwijfel het.

“Als je gelooft in het maatschappelijk belang van journalistiek, kun je het niet maken om ook breaking news te negeren”, stelt Schellevis, en dat ben ik met hem eens. Als journalist heb je een publieke taak, net als een buschauffeur. Als het gaat om de journalistiek als waakhond van de democratie is die taak wel relevant, als het gaat om geld ineens niet. Dat vind ik krom.

Hypocriete actie
Ook vind ik het op non-actief zetten van de sites hypocriet en niet stroken met de boodschap van de NVJ. Het gaat de vakbond om de kwaliteit van journalistiek, maar door de actie verlagen ze juist die kwaliteit. Stel dan een daad die de link legt met kwaliteit, zoals Huub Bellemakers voorstelt:

[R]oep de leden op om een week lang geen enkel bericht van een persbureau te plaatsen, maar uitsluitend eigen nieuws te brengen. Dan maak je een statement voor de kwaliteit en je kan bewijzen waarom je die loonsverhoging verdient.

Betalende lezers
Daarnaast sta ik niet achter het onderscheid dat wordt gemaakt tussen de acties voor kranten en websites. Ik kan de reden wel begrijpen. In een reactie op De Nieuwe Reporter zegt de algemeen secretaris van de NVJ, Thomas Bruning:

[A]cties raken uiteindelijk ook het publiek, zelfs degenen, die dachten dat gratis nieuws online gewoon een grondrecht is! Volgordelijk is het dan aardig om eerst dat deel van het publiek met actie te confronteren, die niet betalen voor een (digitaal) abonnement.

Waarom wordt dit onderscheid überhaupt gemaakt op basis van wat de lezer betaalt? De insteek van de NVJ is toch juist dat het om de kwaliteit van de journalistiek gaat? Op basis daarvan zou er geen verschil moeten zijn tussen krant en internet.

Geen binding met internet
Dat de NVJ dat toch doet, is voor mij een signaal dat de vakbond internetjournalistiek minder waardeert dan dagbladjournalistiek. En daardoor voel ik mij als webjournalist in mijn eer aangetast.

Hierdoor, en door het feit dat de NVJ voor een internetheffing is, krijg ik de indruk dat de NVJ geen binding heeft met internet. Ik geloof in de mogelijkheden van het internet. Ik denk dat de NVJ dat onvoldoende doet. Reden genoeg om geen lid te worden van deze vakbond voor journalisten.

Dank aan de journalisten (zowel voor- als tegenstanders van de acties) met wie ik de afgelopen week uitvoerig en fair heb gediscussieerd over het conflict.

Al 6 reacties — discussieer mee!