Op welke manieren leggen journalisten verantwoording af? Welke verschillen doen zich voor tussen landen en wat kunnen we leren van deze internationale variëteit? Onlangs verscheen het boek ‘Mapping Media Accountability – in Europe and Beyond’, dat verslag doet van een internationaal vergelijkend onderzoek in twaalf Europese landen plus Jordanië en Tunesië. In het eerste deel van deze serie gaven we een overzicht van de onderzochte landen, in dit tweede artikel passeren enkele opvallende ontwikkelingen in de betreffende landen de revu. Over nieuwe initiatieven, vooral online, gaat het derde deel in deze serie.

Landen met een traditie van persvrijheid

Klassieke instrumenten, raden voor de journalistiek bijvoorbeeld, zijn vooral te vinden in de Noord-Europese landen, met Duitsland als kampioen. In dit land bestaat een zeer uitgewerkt systeem van media accountability. Daar is allereerst de Presserat, waar klachten over printmedia ingediend kunnen worden. Zoals de Raad voor de Journalistiek in ons land zijn Leidraad heeft, zo heeft de Presserat (al heel lang) zijn Pressekodex, een document met richtlijnen voor zorgvuldig journalistiek gedrag. Ethische codes van redacties zijn er niet zo veel. Klachten over de publieke omroep (ARD en ZDF) worden behandeld door instanties van die omroepen zelf, terwijl over de commerciële omroepen kan worden geklaagd bij de regionale Landesmedienanstalten.

Een rijke traditie is er ook op het terrein van mediakritiek en mediajournalistiek. In de kwaliteitskranten staat dagelijks een mediapagina, terwijl publieke zenders landelijk en regionaal hun mediaprogramma’s hebben. De publieke radiozender DRadio Wissen zendt elke avond het programma Redaktionskonferenz uit waar luisteraars over redactionele beslissingen kunnen discussiëren met de makers. Het fenomeen ombudsman is in Duitsland nooit tot wasdom gekomen, maar opmerkelijk is dat het aantal de laatste tijd duidelijk toeneemt. Correctierubrieken kom je in de Duitse media, ook online, niet zo vaak tegen, maar ook dat verschijnsel is in opkomst.

Ook in Finland nemen enkele klassieke vormen van zelfregulering een dominante positie in. Er is een ethische code van de journalistenvereniging die door vrijwel de gehele journalistiek wordt onderschreven, hoewel de laatste jaren een groeiend percentage journalisten zegt, dat ze die code niet relevant vinden voor hun dagelijks werk. Daarnaast is er de Council for Mass Media, de Finse raad voor de journalistiek, die een ijzersterke positie inneemt, hoewel er ook steeds meer stemmen opgaan die op reorganisatie aandringen.

Van alle onderzochte landen is Groot-Britannië bij uitstek de vertegenwoordiger van het liberale model. Met toenemende kritiek op de pers – bijvoorbeeld over de machtspositie van NewsCorp (Murdoch) – lijkt ook het draagvlak voor overheidsregulering te groeien. De regering heeft zich daar afgelopen decennia echter niet aan willen branden De Britse auteurs van het desbetreffende hoofdstuk achten een toename van overheidsregulering dan ook onwaarschijnlijk. Zij verwachten dat een sterke civil society en haar online aanwezigheid voor voldoende regulerende kracht zullen zorgen.

Het was de Fransman Bertrand die als eerste de media accountability systems in kaart bracht, terwijl in zijn eigen land die instrumenten nauwelijks bestaan en al helemaal niet effectief zijn. Een raad voor de journalistiek heeft Frankrijk niet. Sinds 2006 bestaat er wel een door journalisten opgerichte vereniging die een persraad voorbereidt. Onduidelijk is waarom die er nog steeds niet is. Mediajournalistiek met een kritische en soms ook humoristische kijk op journalistiek is er wél in Frankrijk. Een viertal tv-zenders heeft een mediaprogramma. Daarnaast zijn er satirische programma’s over het doen en laten van de media.

Ook in Italië bestaat nauwelijks iets op het terrein van media accountability. Een raad voor de journalistiek is er niet, het fenomeen ombudsman is nauwelijks bekend en van ethische codes hebben redacties nog nooit gehoord. Rectificatierubrieken bij de print media zijn er vrijwel niet, ingezonden brieven evenmin. De Ordine dei Giornalisti regelt de toelating tot het beroep door middel van een strenge selectieprocedure. Het is geen journalistenbond (die zijn er ook) maar een instantie met een wettelijke basis. Kandidaten moeten een examen afleggen en enkele jaren gewerkt hebben op een redactie. De orde ziet ook toe op het correct uitoefenen van het beroep en past sancties toe wanneer iemand zich niet aan de regels houdt. Het document waarin die regels staan moet door elke journalistieke nieuwkomer worden ondertekend. Daarnaast is er nog een ethische code van de orde en de bonden, terwijl ook de belangrijkste kranten en omroepen hun eigen code hebben. Mediakritiek bestaat volop, vaak in de vorm van infotainment of satire. De laatste jaren ook in de vorm van media watchblogs.

Opvallend is de positie van Oostenrijk: media accountability-instrumenten zijn ofwel erg zwak ofwel ze bestaan überhaupt niet. Waar ze wél bestaan hangen ze sterk af van de bemoeienis van de overheid als financier of als stok achter de deur. Ook mediajournalistiek is slecht ontwikkeld. Mogelijk tekent zich een kentering af: eind 2010 begon een nieuwe raad voor de journalistiek met zijn werkzaamheden. Verder zijn er media watchblogs die een groot bereik hebben.

Landen met een recente persvrijheid

In Estland bestaan twee raden voor de journalistiek naast elkaar! Ze gunden elkaar jarenlang het licht in de ogen niet, maar lijken nu een modus vivendi te hebben gevonden. Vlak na de ineenstorting van het communisme (in 1991) werd naar Fins model de Estonian Press Council opgericht door de organisatie van dagbladuitgevers. Zes jaar later kwamen daar vertegenwoordigers bij vanuit de mediawereld en de samenleving. Er ontstond discussie over de functie van de raad: moet het college op de bres staan voor de uitingsvrijheid van instituties of van individuele mensen? Moet de raad een dialoog op gang proberen te brengen tussen media en publiek over de kwaliteit van de journalistiek? De raad deed een serie belangrijke uitspraken en stelde enkele verklaringen op en werd zo een mediakritische organisatie.

Geleidelijk nam de onvrede hierover toe bij de uitgevers en de redacties. Uitspraken werden vaak niet gepubliceerd. De uitgevers plus de publieke en commerciële omroepen trokken zich terug. In 2002 werd de tweede raad voor de journalistiek (ENAPC) opgericht, weer door de uitgevers . De bij deze raad aangesloten organisatie publiceren geen uitspraken of andere documenten van de EPC. Ze raden hun publiek aan niet naar de EPC te stappen met hun klachten, maar deze bij de ENAPC te deponeren. Sommige klagers gaan met hun klacht naar beide raden en krijgen daar soms tegengestelde beslissingen!

De laatste jaren ontwikkelt de EPC zich meer tot een expertisecentrum waar opinies en adviezen van deskundigen over journalistiek kunnen worden verkregen en waar de kwaliteit van de media wordt gemonitord.

Mediajournalistiek bestaat in Estland vrijwel niet en mediakritiek evenmin. Elkaar de maat nemen wordt niet op prijs gesteld in een journalistieke beroepsgroep waarin iedereen elkaar kent. Er zijn ongeveer 1200 journalisten waarvan er 800 lid zijn van de journalistenbond.

Ook Polen is een vrij jonge democratie. Een publieke omroep met een public service-karakter is er pas sinds 1989. Er bestaat een classificatiesysteem dat een equivalent is van onze Kijkwijzer. Er is nog niet of nauwelijks sprake van balans in het mediasysteem; het krachtenveld krijgt langzaam vorm. Er zijn inmiddels drie vakbonden en drie ethische codes, maar deze vertegenwoordigen het beroep niet adequaat. Initiatieven op gebied van zelfregulering lijken te zwak om te kunnen inspelen op de snelle maatschappelijke veranderingen: commercialisering en politisering doen zich tegelijkertijd voor. Internet versnelde de commercialisering in de nieuwssector, mede vanwege de komst van content aggregators. Door de persvrijheid kunnen meerdere politieke bewegingen zich een plaats verwerven in het mediasysteem. Ook mediablogs lijken invloedrijker te worden.

Roemenië heeft eveneens een jong publieke omroepmodel en kent een vergelijkbare ontwikkeling als Polen; een ontluikende professie die toenemende druk ervaart uit zowel politieke als commerciële hoek. Ook vanuit de maatschappij neemt de druk op de professionele journalistiek toe. Treffend is een observatie van de Roemeense auteurs over bloggers: “Bloggers bekritiseren journalisten vanwege het verkopen van leugens en het plegen van zelfcensuur onder politieke en commerciële druk. In reactie daarop beweren journalisten van traditionele media dat bloggers onbetrouwbaar zijn omdat zij geen professionele standaarden hanteren”.

Omdat de bestuurlijke en politieke context in Roemenië wezenlijk verschilt van de Nederlandse situatie, zijn de begrippen ‘leugens’ en ‘zelfcensuur’ wellicht niet van dezelfde orde. Maar het valt op dat de principiële tegenstelling tussen traditionele professie en mondige burgers zich in meerdere Europese landen voordoet.

De relatief jonge democratie Spanje kent, in tegenstelling tot diverse Oost-Europese landen, een tamelijk rijk aanbod aan instrumenten van mediaverantwoording. Kenmerkend voor het land is de regionale concentratie van veel professionele organen. Catalonië en Madrid zijn sterk ontwikkeld, Andalusië en Baskenland zijn zwak ontwikkeld. Deze regionale verschillen en het ontbreken van een landelijk kader van zelfregulering symboliseert het ontbreken van een traditie van media accountability. Bovendien, als ze al bestaan, wordt de effectiviteit van deze middelen betwijfeld: journalisten kennen weinig waarde toe aan ethiek, sociale verantwoordelijkheid en professionele vrijheid, onder de bevolking is weinig besef van dergelijke middelen.

Vanwege sterke regionale taal- en cultuurverschillen en politiek federalisme kent Zwitserland een gefragmenteerde infrastructuur van zelfregulering, met wisselend draagvlak onder professionals. Er bestaan sterke verschillen in regulering van elektronische media (RTV) versus print. Het land heeft vanwege omvang en buurlanden veel concurrentie van andere omroepen (60% marktaandeel van buitenlandse zenders) en wordt onder meer beoordeeld door een onafhankelijke klachteninstantie, de UBI, die nagaat of programma’s juridische en maatschappelijke grenzen hebben overschreden.

Ondanks het bestaan van een landelijke Presserat kunnen we niet spreken van een eenduidig en coherent mediasysteem. Landelijke kranten zijn schaars en hebben kleine oplagen en besteden steeds minder aandacht aan mediajournalistiek. Op individueel niveau zijn mission statements en beleidsdocumenten vooral te vinden bij Duitstalige media en minder bij Franstalige en Italiaanse media. Dit verschil tekent zich ook af tussen mediumtypen: veel bij audiovisuele media, weinig bij print. De traditionele pers onderscheidt zich vanwege de professionele normen en standaards. Ook georganiseerd burgerschap speelt een rol in Zwitserland, zoals de Verein Qualität im Journalismus en de Verein Medienkritik.

Landen met een sterke traditie van overheidsregulering. 

Jordanië is in dit verband een verhaal apart. Traditionele vormen van zelfregulering zijn daar helemaal niet zo traditioneel, maar bestaan pas enige jaren. Van professionele journalistiek is nog nauwelijks sprake: het opleidingsniveau is er net zo laag als het salaris (veel journalisten hebben twee banen), terwijl ook de betrouwbaarheid van de berichtgeving te wensen overlaat; opinies zijn er belangrijker dan feiten.

De journalistiek is nog volop bezig zich los te weken van de overheid en een eigen, onafhankelijke plaats in de samenleving te bevechten. Daarbij horen ook debatten over verantwoordelijkheid, verantwoording en transparantie. Traditionele instrumenten als ethische codes zijn er wel, maar nog niet lang. In 1996 stelden de Arabische media een verklaring op over de onafhankelijkheid en pluriformiteit van de journalistiek. Die onafhankelijkheid is ook nu nog een groot probleem, want de journalisten van de belangrijkste omroep en het grootste persbureau zijn in dienst van de overheid! Wanneer journalisten een dubbele baan hebben, is dat vaak een baan als journalist en als woordvoerder van een ministerie!

Nieuwe vormen van media accountability zijn er ook, vooral online: er zijn websites en blogs die de media kritisch volgen en er is een online radiostation dat de luisteraars voortdurend oproept te reageren. Het publiek in Jordanie is dat nog niet gewend.

De Jordan Press Association heeft enkele ‘Disciplinary Committees’ die klachten tegen journalisten behandelen en die ook toezien op naleving van de ethische code, dit alles om journalisten uit handen van de rechters te houden.

Ook Tunesië kent geen traditie van media accountability naar westerse snit. Ook wetenschappelijke onderzoek naar het fenomeen is er niet, waarmee dit hoofdstuk een tamelijk uniek document is. Het medialandschap in Tunesië vertoont enkele karaktertrekken van een vrije pers, zoals een oprukkende positie van een commerciële mediamarkt, het bestaan van een journalistenbond en een ethische code. Maar in de praktijk blijken dat geen indicatoren voor een werkelijk vrije professie. In het spanningsveld tussen verantwoordelijkheid van journalisten tegenover het publiek of tegenover de staat heeft de laatste verreweg de overhand. Traditionele middelen van mediaverantwoording zoals de journalistenbond zijn sterk staatsgericht.

Vijf van de negen dagbladen zijn in handen van de staat en de enkele weekbladen die in handen zijn van de oppositie worden structureel gehinderd. Media staan over het algemeen dicht op de politieke agenda. De oprukkende commerciële mediasector biedt weinig tegenwicht tegen de staat, aangezien de grootste aandeelhouders nauwe relaties hebben met de politieke macht.

Toch ontstaan er in Tunesië online nieuwe initiatieven die tegen het staatsgedomineerde mediaveld in gaan. Jonge, trendy online magazines, zoals Boudourou.blogspot.com, bieden ruimte aan mediakritiek. Maar vanwege een groot sociaal klasse-onderscheid kent het doorgaans intellectuele mediakritische geluid weinig verspreiding onder de bevolking.

Lees ook
Deel 1 in deze serie: Nederland hoort bij landen met goed ontwikkelde zelfregulering

Nog geen reactie — begin de discussie!