Actueel nieuws draait om snelheid, juistheid en volledigheid. Het is dan ook niet zo gek dat media voortdurend naar nieuwe manieren zoeken om zo snel en zo volledig mogelijk over juiste informatie (in tekst en beeld) te beschikken. Volledigheid kost vaak tijd. Omdat nieuws zich ontwikkelt. Omdat bij rampen bijvoorbeeld pas na enige tijd de omvang duidelijk wordt. Op dat vlak kun je als nieuwsmedium maar beperkte invloed uitoefenen. Heel anders is dat met beeld. In de afgelopen jaren heeft het fotograferen met mobiele telefoons een enorme vlucht genomen. Er hoeft maar iets te gebeuren in het land en er zijn foto’s van. Een enorm potentieel dat je als redactie goed aan zou kunnen boren.

Korte historie

NU.nl doet dat in Nederland als eerste. In 2008 start men met een speciaal platform: NUfoto. Een initiatief waarbij gebruikers zelf nieuwswaardige foto’s in kunnen sturen. Eerst via een website, maar later ook via een speciaal ontwikkelde NUfoto-app. Een redactie beoordeelt vervolgens de kwaliteit en herkomst van de foto alvorens deze gebruikt wordt. Ingezonden beeld wordt zelfs in bepaalde gevallen doorverkocht aan het ANP. Met een vergoeding voor de maker.

Eind 2011 kondigt het gratis dagblad Metro een soorgelijke stap aan. Lezers worden uitgenodigd nieuwswaardige foto’s via de Scoopshot-app door te sturen naar de redactie. Maar Metro gaat een stap verder. Via de app worden ook opdrachten voor fotografie verspreid. En ontstaat ineens een waardevol netwerk van amateurfotografen. Die werken niet voor niets: de beste foto’s worden volgens Metro beloond “met keiharde euro’s en plaatsing in de krant”.

NU.nl zet daaropvolgend ook een stap. Men verstevigt de samenwerking met ANP en besluit evenals Metro de aanlevering van beeld te regisseren. Alleen zet NU.nl daarbij meer in op de juistheid van het aangeleverde beeldmateriaal. Op 31 januari kondigt men aan te gaan werken met een groep van ‘trusted photographers’. Een groep van ca. 24 ‘burgerfotografen’ die bij de redactie van NUfoto vertrouwen geniet als een continu betrouwbare bron van beeldmateriaal. De beelden die door deze groep worden aangeleverd, kunnen daarmee door ANP snel gebruikt worden richting haar klanten. Wederom niet voor niets: ANP betaalt 50 euro voor een los beeld, en 100 euro voor een serie.

Voor- en nadelen voor media

De voordelen voor media laten zich raden. Het aanbod aan beeld is op deze manier veel groter en vollediger. En dat voor prijzen die misschien een fooi lijken, maar zich ondanks dat aardig goed schijnen te verhouden tot wat bij sommige media betaald wordt.

In plaats van één of enkele professionals zijn er nu tientallen lezers die een foto van een nieuwswaardige gebeurtenis insturen. Met wat goede wil zit daar best iets bruikbaars bij. Fijn om te kunnen kiezen, maar aan de andere kant moet die selectie ook wel door iemand gebeuren. En bij de selectie komt gelijk weer een nadeel om de hoek: wie bewaakt de journalistieke integriteit van de foto’s?

Zendmast Hoogersmilde

De professional houdt daar rekening mee. De amateur echter niet. Geen onwil, maar goede kans dat hij of zij zich daar niet eens van bewust is. En de beeldredacteur kan misschien niet altijd alles controleren. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het kan voor vervelende situaties zorgen. Zoals die kwaliteitskrant die eerder dit jaar op hun website een foto plaatste van een in brand staande zendmast in Hoogersmilde, omgeven door rookwolken. In werkelijkheid was er nauwelijks rook te zien. Die bleek door de ‘fotograaf’ toegevoegd te zijn. Wat overigens snel werd gecorrigeerd toen er meer beeldmateriaal beschikbaar kwam.

Hoe zit dat met professionele fotografen?

Binnen de beroepsgroep is veel weerstand tegen bovenstaande initiatieven. Deels terecht. Waar eerst een professional werd ingehuurd, wordt nu sneller gekozen voor een lezer. Niet zelden een amateur die de vaak noodzakelijke kennis voor goede journalistieke foto’s ontbeert. Denk aan ethiek, kennis over zeggingskracht in foto’s en de techniek.

Maar ook inhoudelijk zijn er de nodige opmerkingen zoals de verarming in beeldgebruik. Verhalende foto’s worden in een aantal gevallen vervangen door technisch ondermaatse en vaak nietszeggende kiekjes. Een goede journalistieke foto vertelt een heel verhaal. Geeft een extra dimensie aan het geschreven verhaal. Kiekjes doen het omgekeerde. Prikkelen de lezer niet, maar fungeren eerder als behang bij het artikel. Willen we dat wel als lezer? En zijn we ons daar eigenlijk wel van bewust?

Toch ben ik van mening dat een deel van de weerstand die collega’s tegen deze veranderingen hebben, onterecht is. Want wees eerlijk: van NU.nl, Metro en andere partijen is het commercieel gezien een briljante zet. In nieuws is snelheid nog steeds één van de belangrijkste factoren. En wie is er sneller dan de lezers die zich bevinden op de plek waar het nieuws zich op dat moment afspeelt?

Maar je bent toch zelf professioneel fotograaf?

Ik ben professioneel fotograaf. Maar ik weiger deze ontwikkelingen als een verschraling of belemmering van ons nobele vak te zien. Wel denk ik dat journalistieke fotografie in bepaald opzicht een definitieve verandering ondergaat. De lezer gaat participeren in nieuwsgaring, snelheid wordt steeds belangrijker. Ik denk dat die verarming van beeldgebruik bij veel media door zal zetten. Media die nu op de kleintjes moet letten, zal ook willen bezuinigen (of al bezuinigd hebben) op kostbare zaken als beeld.

Maar daar ligt tegelijk het onderscheidend vermogen van zowel fotografen als media die tegen de stroom in durven roeien: iets (blijven) maken dat écht onderscheidt en opvalt. Het is daarom een goed moment om je als (journalistiek) fotograaf af te vragen: wat maakt mij en mijn werk bijzonder? Wat maakt mij nu en in de toekomst uniek? Wat heb ik te vertellen?

De verandering in ons vak is een feit. De noodzaak om onszelf te veranderen is dat ook. Of we dat nu willen of niet.

Al 8 reacties — discussieer mee!