Ach, iedereen kan toch wel een foto maken?

Arnold Reyneveld schreef in zijn bijdrage op De Nieuwe Reporter dat de amateurfotograaf de journalistieke fotografie sterk zal veranderen. (Hij had het nog over burgerfotografen maar aangezien alle fotojournalisten die ik ken ook burgers zijn, spreken we af dat we niet meer in het versluierende woordgebruik van sommige gemakzuchtige media zullen trappen. We onderscheiden beroeps en amateurs.) Hij ziet een symptoom aan voor de echte ontwikkeling.

De missie van de fotojournalistiek is al meer dan tweehonderd jaar dezelfde: beelden maken die de mensen iets vertellen over de wereld om hen heen, over de samenleving waarvan ze deel uitmaken, over gebeurtenissen die hen raken. De rijke inzendingen voor de Zilveren Camera laten elk jaar zien hoe goed de Nederlandse fotojournalisten daarin zijn; en hoe effectief journalistieke beelden kunnen zijn.

Grote veranderingen

De omstandigheden waaronder ze dit mooie vak uitoefenen zijn de afgelopen tien jaar wel sterk veranderd. Het begon met de digitalisering. Daardoor explodeerde het aanbod van beeld. Vrijwel onbeperkte hoeveelheden foto’s zijn als het moet à la seconde beschikbaar voor de gebruikers. Dat raakt de beroepsfotojournalist (m/v) op twee manieren in zijn bestaan. De concurrentie neemt toe waardoor zijn prijzen onder druk komen en in de digitale wereld blijkt zijn auteursrecht nauwelijks te beschermen.

De media, de belangrijkste afnemers van het materiaal van de fotojournalisten, maken dankbaar gebruik van het enorme aanbod door de tarieven te verlagen, soms zelfs heel fors. En er gebeurde nog iets aan die kant. De ruime keuze betekende niet dat media scherper op de kwaliteit gingen letten en altijd voor het beste kozen. Integendeel, ze lieten hun normen juist zakken. Er hoefde niet altijd een mooi portret bij het verhaal, een door de verslaggever gemaakt kiekje kon ook wel.

Het kan altijd goedkoper

In die ontwikkeling past ook dat ze meer en meer gebruik gaan maken van beeldmateriaal van amateurs. Ach, met de goeie apparatuur van tegenwoordig kan iedereen toch wel een foto maken? En ziet de consument nou echt altijd wel het verschil? Ze ontdekten dat het altijd nog goedkoper kan en zo verliest de professionele fotojournalistiek steeds meer terrein.

Wat er bij het ANP gebeurt is tekenend voor wat er aan de hand is in het mooie vak. Het nationaal persbureau was jarenlang een kweekplaats voor fotojournalistiek talent. Starters konden zich er ontwikkelen met een redelijk salaris, prima apparatuur en wat begeleiding van ervaren collega’s.

Het ANP heeft als een van de laatste de vaste fotojournalisten de deur uit gedaan en werkt alleen nog maar met freelancers. En nu dus ook met amateurs die de helft goedkoper zijn. De jonge talenten van nu komen op een krimpende markt. Als ze daar een plekje willen bevechten, moeten ze genoegen nemen met tarieven die nog onder die van de betaalde amateur liggen.

De markt dicteert

We kunnen het ANP niet eens zoveel kwalijk nemen. Het volgt wat zijn markt, dat zijn de Nederlandse uitgevers en omroepen, dicteert. Het moet vooral goedkoper.

Het probleem is niet dat nu ook het ANP gebruik maakt van amateurs. Het probleem is dat Nederlandse media er niet om malen dat een beroepsgroep wordt gedecimeerd; dat in de enorme kwantiteit de kwaliteit steeds meer verloren gaat omdat er domweg te weinig fotojournalisten overblijven voor een substantiële bijdrage aan de hoogwaardige informatiestroom.

Foto: Bas de Meijer

Al 5 reacties — discussieer mee!