“Wie niet zuiver schrijft, wekt de indruk ook niet zuiver te kunnen denken, of dat nu klopt of niet.” Zo citeert de Volkskrant-ombudsvrouw Margreet Vermeulen haar hoofdredacteur Philippe Remarque in een opiniestuk op 14 januari 2012. Er staan te veel taalfouten in de krant en dat schaadt de geloofwaardigheid, stelt ze. Dat klopt, zo blijkt nu. Maar niet bij iedereen.

Het Nederlands nodigt uit tot dwaling. Kijk maar naar het hardnekkige fenomeen genaamd ‘homofoondominantie’, dat elke onoplettende lezer in de dt-val lokt. Ook bemoeilijkt een dynamisch taalbeleid de correcte toepassing van een steeds veranderende spelling. Daarnaast speelt de werkcontext van de journalist een rol. Na een decennium van digitalisering, mediaconvergentie en redactionele inkrimping is ‘minder tijd voor meer productie’ een vaak gehoorde verzuchting. Taalfouten zijn hierin een vervelend neveneffect. Blijft de vraag wat dat effect precies inhoudt.

Experiment

We zochten een antwoord op twee vragen: (1) beïnvloeden taalfouten (grammaticale, spel- en typefouten) in een nieuwstekst de geloofwaardigheid van de bron, en (2) verschilt die invloed tussen taalgevoelige en niet-taalgevoelige lezers? We vermoedden dat taalfouten door lezers als heuristiek worden ingezet om een oordeel te vellen over de geloofwaardigheid. Bovendien zou die heuristiek zwaarder doorwegen bij taalgevoelige lezers.

We gaven 350 studenten (ingenieursstudenten en letterkundestudenten aan de KU Leuven) een krantenbericht te lezen. Sommige studenten kregen een bericht zonder taalfouten, andere kregen een bericht met grammaticale en spelfouten en nog andere kregen een bericht met typefouten. Vervolgens vulden de studenten een geloofwaardigheidsschaal over de bron in om ten slotte een taaltest af te leggen.

Resultaten

De taalfouten bleken enkel een effect te hebben bij de letterkundestudenten: op een schaal van 1 tot 5 verlagen zowel grammaticale, spel- als typefouten de geloofwaardigheid significant met één schaalpunt.

De ingenieursstudenten geven eenzelfde score over alle condities heen. Deze score ligt zo laag dat ze vragen doet rijzen. Geeft dit profiel van studenten sowieso een lagere beoordeling? Bereikte deze score reeds een minimum? Of hebben de ingenieursstudenten misschien een andere heuristiek of criterium gebruikt om het krantenbericht driemaal even laag te beoordelen? Voer voor verder onderzoek.

Conclusie

De resultaten doen vermoeden dat taalgevoelige lezers zich laten leiden door taalfouten bij hun beoordeling over een nieuwsbron. Deze bevinding lijkt evident of zelfs triviaal. Toch kan ze als aanbeveling gelden voor de nieuwspraktijk, te meer als deze steeds meer gaat inzetten op geloofwaardigheid als unique selling proposition. Zoals Vermeulen in haar opiniestuk beschrijft, kan dat door extra aandacht te schenken aan de eigenheden van het Nederlands. Het verdient evenwel aanbeveling om ook de rol van het nieuwsproductieproces onder de loep te nemen.

Corten, M., De Cock, R., De Wachter, L., Smets, K. (2012). Wie ‘maaldt’ erom? Het effect van taalfouten op de geloofwaardigheid van geschreven nieuws in een quasi-experimenteel design. Etmaal van de communicatiewetenschap. Leuven, 9-10 February 2012.

Al 12 reacties — discussieer mee!