‘Voorverpakt nieuws’ is sinds het veschijnen van het boek Flat Earth News van Nick Davies een hot topic. Journalisten zouden in toenemende mate persberichten klakkeloos overnemen. Tijdsdruk, krimpende redacties, bezuinigingen, en toenemende concurrentie zouden de oorzaak zijn van deze ‘churnalism’. Om erachter te komen of hiervan ook sprake is in Vlaanderen, deden wij een langjarig onderzoek.

We richtten ons op buitenlandnieuws omdat men er vaak van uitgaat dat besparingen  zich hier het meest laten voelen (bijvoorveeld snijden in het aantal correspondenten), en dat journalisten daardoor steeds vaker naar ‘voorverpakt nieuws’ zoals persberichten zullen grijpen.

Bovendien is er de laatste jaren een nieuw optimisme gegroeid rond sociale media, die redacties een antwoord zouden kunnen bieden op de groeiende afhankelijkheid van een beperkt aantal bronnen. Sociale media bieden namelijk nieuwe mogelijkheden voor een gevarieerde nieuwsgaring. Vooral op het vlak van buitenlandnieuws krijgen journalisten de kans om bij wijze van spreken de hele wereld te betrekken bij het schrijven van een nieuwsbericht.

Methode van onderzoek

Het onderzoek bestaat uit twee inhoudsanalyses van de vier belangrijkste Vlaamse kranten (De Standaard, De Morgen, Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws) in de periode  van 1995 tot en met 2010.

Het grootste verschil tussen de eerste en de tweede inhoudsanalyse ligt in het feit dat we voor de eerste studie enkel de output (2229 nieuwsberichten) onderzocht hebben, terwijl we in de tweede studie een vergelijking hebben gemaakt tussen wat journalisten binnenkrijgen (de input: 138 persberichten van Artsen Zonder Grenzen) en wat dat oplevert als nieuwsoutput (105 nieuwsberichten).

Met de tweede inhoudsanalyse konden we dus ook de bronnen onderzoeken die journalisten heel vaak ‘vergeten’ te vermelden in hun artikelen. Zij lopen er doorgaans niet mee te koop dat hun artikel een gedeeltelijke of volledige overname is van een persbericht zonder dat ze daaraan zelf een (beperkte) journalistieke bijdrage geleverd hebben.

Wie voert het hoogste woord?

Het onderzoek toont aan dat Vlaamse journalisten gemiddeld niet meer dan 1 bron per artikel citeren. Het lijkt er met andere woorden op dat het Vlaamse buitenlandnieuws in termen van citaten regelmatig een eenzijdige blik op de gebeurtenissen schetst.

Verder blijkt dat politici met grote voorsprong het hoogste woord voeren in het Vlaamse buitenlandnieuws (in bijna twee keer zoveel artikelen (29%) geciteerd als de tweede in de rangschikking). In tegenstelling tot de verwachtingen is het echter opvallend dat burgers de tweede plaats in de rangschikking innemen (16%), en op die manier dus een belangrijke aanvulling vormen op het ‘officiële’ nieuws zoals dat ingevuld wordt door institutionele actoren die dikwijls routinecontacten onderhouden met journalisten. De top vijf wordt vervolledigd door andere institutionele actoren, namelijk de overheid (16%), bedrijven (10%) en experts (9%). Er werden echter weinig tot geen verschuivingen in de onderzochte jaren waargenomen.

Transparantie

De beide studies tonen aan dat Vlaamse journalisten maar weinig bronnen raadplegen bij het schrijven van hun nieuwsberichten, of dat ze in elk geval toch maar in beperkte mate verwijzen naar de gebruikte informatiebronnen. Zo blijkt uit de eerste studie dat er gemiddeld minder dan 1 informatiebron per artikel genoemd wordt. Bovendien lijken de geraadpleegde bronnen slechts in beperkte mate persberichten of persconferenties te zijn (nog geen 2% van de artikelen).

De verdiepende input-output-analyse, waarbij persberichten vergeleken werden met de daarop gebaseerde nieuwsberichten, toont echter aan dat 40% van de onderzochte persberichten resulteerden in nieuws, en dat bovendien ook in 80% van die nieuwsberichten geen enkele melding wordt gemaakt van het feit dat een persbericht aan de basis ligt van het artikel.

Verder stelden we vast dat redacties minder vaak een journalistieke auteur vermelden in de creditline wanneer ze geen extra informatie verzameld hebben als aanvulling op het persbericht. Gezien de eerste studie aantoonde dat een kwart van de artikelen geen auteursvermelding bevat, kunnen we bijgevolg verwachten dat deze artikelen deels of volledig overgenomen zijn van persberichten. Ten slotte blijkt dat de transparantie in Vlaamse kranten is afgenomen tussen 1995 en 2010: journalisten vermelden steeds minder vaak dat ze in artikelen informatie gebruikt hebben uit persberichten van Artsen Zonder Grenzen.

Positieve constatering

Toch hoeven we zeker niet te wanhopen, want de input-output-analyse leverde ook een aantal positieve vaststellingen op. Zo bleek dat driekwart van de persberichten voor minstens de helft geschreven of herschreven zijn door journalisten. Hoewel het persbericht in dergelijke gevallen dus weliswaar aanleiding heeft gegeven tot het schrijven van een nieuwsbericht, wordt de inhoudelijke invulling vooral door de journalist zelf bepaald.

Dat blijkt ook uit de bevinding dat in bijna driekwart van de artikelen bijkomende informatie ter aanvulling van het persbericht verzameld is door de journalist, en dat is in de onderzochte periode toegenomen. Enige nuancering is op zijn plaats aangezien deze aanvullende informatie vooral uit feiten en reacties bestaat en veel minder uit meer diepgravende informatie zoals achtergrondinformatie of kritische evaluaties.

Wat betreft sociale media bevestigt het onderzoek de bevindingen van eerdere studies, namelijk dat ze in elk geval tot 2010 nog geen rol van betekenis spelen in het dagelijkse nieuwsproductieproces.

Conclusie

Een belangrijke conclusie van dit onderzoek is dat er de afgelopen 15 jaar weinig tot geen verschuivingen vast te stellen zijn in het bronnengebruik van Vlaamse journalisten. De Vlaamse buitenlandberichtgeving wordt in sterke mate bepaald door institutionele actoren (vooral politici), maar ook burgers worden uitgebreid aan het woord gelaten. Verder konden we ook vaststellen dat Vlaamse journalisten een vrij goed evenwicht lijken te bewaren tussen knip-en-plakjournalistiek en eigen verslaggeving.

Wat ons echter wel zorgen baart, is de lage brontransparantie die de onderzochte kranten voor de dag brengen, en die bovendien lijkt te zijn afgenomen tijdens de afgelopen 15 jaar. Hoewel enige mate van knip- en plakjournalistiek op basis van persberichten van niet-journalistieke actoren een onvermijdelijke en gangbare praktijk lijkt te zijn geworden, gezien de tijdsdruk waaronder journalisten de dag van vandaag moeten presteren, mag dit niet verhinderen dat journalisten transparant blijven over het bronnenmateriaal dat ze daarbij geraadpleegd hebben.

De nieuwe mogelijkheden voor informatieverzameling via social media lijken nog niet te zijn doorgedrongen tot Vlaamse journalisten, maar toch is het de bedoeling van de onderzoekers om dit recente fenomeen verder te onderzoeken.

Het huidige onderzoek focuste op de dagelijkse productie van buitenlandnieuws, maar er zijn al enkel cases die aangetoond hebben dat sociale media in de context van internationale berichtgeving vooral een rol kunnen spelen bij breaking news (zoals de bomaanslagen in Mumbai) of in situaties waarin journalisten of correspondenten moeilijk toegang tot informatie kunnen krijgen (zoals de protesten tijdens de verkiezingen in Iran in 2009). De studie van dergelijke cases kan ons voorlopig waarschijnlijk de meeste inzichten opleveren in de manier waarop sociale media als nieuwsbron worden gebruikt binnen de professionele journalistiek.

Leuven, S. van, & Raeymaeckers, K. (2012). Journalistiek in tijden van cost cutting en Web 2.0: Een multimethodisch onderzoek van het journalistiek bronnengebruik in een veranderende nieuwsomgeving. Etmaal van de communicatiewetenschap. Leuven, 9-10 February 2012.

Nog geen reactie — begin de discussie!