Als ik een beetje geld had gehad, had ik rijk kunnen zijn.

Dat zit zo.

Toen ik nog bij het Utrechts Nieuwsblad werkte, en het UN nog een echte krant was (we spreken over halverwege de jaren tachtig), stond de koers van een Wegener-aandeel op ongeveer 17 gulden.

Ik had niets met aandelen en de aandelenmarkt, maar dat leek me weinig.

Dat was het ook. Een paar jaar later zat het aandeel op de 140 gulden.

Ik heb me weleens op m’n hoofd gekrabt. Als ik toen voor 50.000 gulden aandelen had gekocht, dan had ik nu plotseling zowat 350.000 gulden winst gemaakt. Best veel.

Maar hoewel het kleine kapitalistje in me heel even bozig en bazig de kop op stak, vergat ik zijn manier van denken meteen. Er zat vaste en addertje onder het gras, ik kon beter blijven doen waar ik goed in was: stukjes schrijven, bijlages redigeren, opinies formuleren.

Kruideniers

Geld verdienen, dat moesten Jan Houwaart c.s. maar doen. De kruideniers uit Apeldoorn, noemden we ze op de redactie. Rijke kruideniers, maar toch.

De kruideniers hebben het helemaal verpest, in mijn ogen.
Ze zijn niet in staat geweest op tijd de tekenen van de tijd te verstaan, en een nieuwe koers te ontwikkelen, hoe moeilijk ook. Niet in het begin van deze eeuw, niet een paar jaar geleden.

Ze zijn niet in staat geweest van hun bedrijf een club te maken waarbij mensen met trots naar hun werk gaan.

Ze zijn niet in staat geweest de goeie nieuwe partners en het goeie kapitaal binnen te halen. Ze hebben stuntkapitalisten binnengelaten, die weinig met de krant hadden maar alleen maar wat met de zwarte cijfers op hun bankrekeningen.

En ondertussen hebben ze gesaneerd, gesneden, ontslagen, gekapt, gefuseerd, verkocht en gefaald.

Als ik het goed heb is de helft van de 2000 journalisten die ze bij Wegener ooit hadden verdwenen. En er kunnen en moeten er best nog eens 100 uit, zeggen ze nu.

Risicokapitalisten

Wegener is niet de enige uitgever die wat te verwijten is. PCM heeft zichzelf gedurende een tijd ook uitgeleverd aan risicokapitalisten, en is net niet ten onder gegaan. Er is veel geld verdwenen.

Of het historisch juist is of niet, naar mijn idee is het fout gegaan toen VNU zijn dagbladen verkocht.

Misschien gaat het niet eens zozeer om de verkoop zelf, maar om het onderliggende denken. De kranten haalden een rendement van 7 procent. Het moest 15 worden, vond de top, en aangezien dat er niet in zit werden de kranten afgestoten.

Dit was het moment waarop het denken kennelijk scharnierde en was omgeslagen.

Tot dan toe was, naar mijn gevoel, het uitgeven van kranten het doel van uitgeverijen –en natuurlijk moest er iets verdiend worden. Maar vanaf dat moment veranderde het van doel naar middel.

Geldpers

De krant was niet langer de essentie van alles wat de uitgever deed, de krant werd een voertuig om geld mee te verdienen. De drukpers werd geldpers. Van courantiers werd nooit meer gesproken.

Zo werd het begrippenkader anders, en daarmee uiteindelijk de cultuur en het DNA van de organisatie. Het ging niet meer om de rol van de krant in de samenleving, maar om kostenbeheersing en winstmaximalisatie.

Ik herinner me hoe, toen ik nog bij de PZC werkte, hoofdredacteur Gommert de Kok en zijn statenverslaggevers de provincie Zeeland onder vuur namen, permanent. Ik herinner me ook, van wat jaren later, hoe de toenmalige adjunct van het Utrechts Nieuwsblad, inmiddels in het AD verfrommeld, de provincie Utrecht liet weten dat, als ze wat hadden, ze voortaan maar een persbericht moesten sturen. Voor provincieverslaggeving had hij geen mensen meer over.

Maatschappelijke waarde

Voor mij is evident dat de maatschappelijke waarde van de krant geërodeerd is, niet op basis van vergrijzing en ontlezing, maar vooral gevoed door het dominante denken dat alleen ‘shareholdersvalue’ als punt op de horizon ziet.

Kranten vervullen, net zoals regionale en landelijke omroep, een publieke functie. Dat begrip heeft niets te maken met de wijze van financiering, maar met de rol, de betekenis, de waarde.

Ik beschouw journalistiek, of het nu in dienst is van een commercieel bedrijf of een publieke organisatie, als bijdragend aan de kwaliteit van de samenleving, aan de kwaliteit van het democratisch proces.

Dat schept verplichtingen, ook aan de kant van de journalisten –die hun werk verdomde goed moeten doen-, de hoofdredacteuren –die verdomde goed moeten weten hoe mee te gaan in de digitale revolutie- en uitgevers –die verdomde goed moeten weten welke strategieën ze moeten ontwikkelen, en hoe ze moeten investeren. Zeker in moeilijke jaren.

Keuzes

Ik begrijp vanzelfsprekend dat de afgelopen jaren zwaar zijn geweest. Ontlezing bestaat, gratis nieuws is er, de financiële crisis duwt en dreigt, advertentie-inkomsten dalen.

Maar binnen dit complexe geheel hebben uitgevers als die van Wegener en PCM, en misschien ook wel van TMG, keuzes gemaakt die hun posities in ieder geval niet hebben versterkt. En risico’s genomen, die niet hun product hebben verbeterd, maar juist de grondslagen onder het bedrijf hebben aangetast, tijdelijk of permanent.

Natuurlijk, ook redacties zijn of waren niet altijd up-to-date georganiseerd, waren vervet en soms conservatief en niet zo erg productief. Maar journalistiek, indien ze betekenisvol is, heeft mensen nodig. Goeie mensen, goeie, gespecialiseerde journalisten, om te specialiseren, te researchen, te volgen, lastig te zijn, na te denken.

Die categorieën zijn en worden aangetast. Journalistiek vakkenvullen, het knippen, plakken en bewerken in een opgejaagde 24 uurs-nieuwscyclus, dreigt steeds dominanter te worden. De eigenheid van redacties, van kranten, erodeert als we allemaal dezelfde bakstenen gebruiken om dezelfde huisjes te bouwen.

Publieke media, publiek gefinancierde, hebben het vast iets gemakkelijker. Maar het simpelweg opheffen van het bestel heeft nauwelijks betekenis voor de uitgeverijen, de kranten en hun sites. Het wordt wat leuker hoogstens voor de aandeelhouders van SBS en RTL. Die overigens echt geen nieuw Jeugdjournaal, of een groot buitenlands correspondentennetwerk zullen willen financieren.

Digitale toekomst

In Brussel ontmoette ik ooit Kees Spaan van de NDP.
– Weet je wat we hier doen? vroeg hij . En zei: we zijn hier tegen jullie aan het lobbyen. (Jullie, dat waren wij-van-de-publieke-omroep, kennelijk door mij belichaamd toen).
– Dat is leuk voor je, zei ik. Wij zijn hier op een conferentie om de digitale toekomst wat beter te leren begrijpen.

Ik vond het wel tekenend: Spaan en zijn NDP waren ergens tegen; wij waren ergens voor. Anders gezegd: het jalousie-model werkt echt niet; die ene krant gaat echt niet beter draaien door die andere omroep een kopje kleiner te maken. Het resultaat is slechts kwaliteitsverlies over de hele linie.

Zolang dit denken overheerst, is de kwaliteit van de journalistiek over het algemeen gezien niet gegarandeerd in de handen van de markt. Misschien doet Van Thillo het flink beter dan Toumazis, maar echte garanties zijn er niet.

Ik acht Toumazis c.s. in staat van Wegener een toiletpapierfabriek te maken, indien die ellendige journalistiek te veel blijft kosten en te weinig oplevert -en het nieuwe verdienmodel met betaald digitaal nieuws en betaalde apps niet draait zoals nu beoogt.

Publieke media

Een jaar of twee geleden was er in het Paleis op de Dam een bijeenkomst waar onder anderen de hoofdredacteur van The Guardian, Alan Rusbridger, sprak. Hij zei, de toekomst verkennend, dat misschien alleen publiek gefinancierde organisaties, zoals in zijn geval de BBC, op den duur de continuïteit van de journalistiek konden garanderen.

Ik hoop dat hij ongelijk zal hebben. Hij maakt immers een prachtige krant of beter, The Guardian is een prachtige nieuwsorganisatie, op echt papier en digitaal.

Hij legde uit dat zijn bedrijf het niet makkelijk had, en heeft.

Maar zijn antwoord was niet: hef de BBC maar op.

Omdat hij redeneerde vanuit het belang van de samenleving, het belang van een stevige journalistiek. Dat zou het beginpunt moeten zijn. Denken in rollen, denken in functies.

Maar zolang mensen op cruciale plekken alleen maar denken in goed gevulde portemonnees en onvoorstelbaar hoge rendementen, is het onverstandig de journalistiek alleen aan hen over te laten. Daarvoor zijn we met z’n allen te kwetsbaar.

Al 19 reacties — discussieer mee!