Wist je dat je sommige tweets van een afgeschermde twitteraccount toch kunt lezen? Deze en andere trucs lieten onderzoeksjournalisten Henk van Ess en Paul Myers zien tijdens een masterclass digitaal spoorzoeken. “Je dacht dat je hier kwam voor een cursus zoeken, maar het is eigenlijk een taalcursus.”

“After you, my distinguished British guest”, zegt Van Ess tegen Myers, terwijl hij de deur voor hem openhoudt. De twee heren hebben schik op deze halfzonnige ochtend en zetten de toon voor de rest van de dag.

Op het programma staat een workshop over het expertisegebied van Van Ess en Myers: onderzoeksjournalistiek met behulp van digitale middelen. Locatie is het kantoor van IDFA.

In een kleine bioscoopzaal aan het Frederiksplein in Amsterdam verzamelen zich een vijftiental regisseurs, ontwerpers, animators, programmeurs en journalisten. Zij doen mee aan een jaarlijkse masterclass van het Mediafonds en het Sandberg Instituut. Het thema van 2012 is ‘curating reality’. Zeven teams werken gedurende enkele maanden aan onderzoeksjournalistieke projecten met uiteenlopende onderwerpen als het bevorderen van transparantie bij Shell tot de beeldvorming voor de dood en het lichaam.

Eén van de deelnemers is animator Rogier Klomp. Wat moet een animator met methoden uit de onderzoeksjournalistiek? “Mijn werk is documentaire-achtig. Om het verhaal te ontdekken is veel uitzoekwerk vereist. Dat raakt aan de journalistiek.”

Verschillende disciplines
Die constatering wordt beaamd door Margo Smit, die namens de VVOJ het voorwoord verzorgd. “In de basis doen journalisten en documentairemakers hetzelfde werk”, zegt Smit. “Daarna vinden we andere uitingsvormen.”

De samenwerking tussen verschillende disciplines juicht ze toe. Verhalen zijn vaak zo complex dat meerdere vaardigheden nodig zijn om het verhaal uit te diepen. Eén van die vaardigheden is ‘computer assisted reporting’. Daarmee maakt ze een bruggetje naar VVOJ-collega Henk van Ess, die snel afscheid van haar neemt en gelijk doorgaat met zijn presentatie.

Digitale sporen
Van Ess betrekt meteen de zaal door te laten zien wat hij van de aanwezigen kon vinden op internet. Hij laat het blokje met ‘Mensen die u misschien kent’ zien van een LinkedIn-profiel. “Wie kent deze mensen?” vraagt Van Ess. Iemand reageert instemmend vanuit de zaal. “Ik was er al bang voor toen je me ging volgen”, merkt ze op.

Het punt van Van Ess is duidelijk. We laten allemaal sporen achter op het internet. De truc is om ze te vinden en de losse eindjes aan elkaar te knopen. “We moeten kennis van vreemden tot ons nemen.”

Denk als de bron
Een digitale detective die obscure informatie wil vinden moet één mantra van Van Ess onthouden: denk als de bron. Een ooggetuige zegt bijvoorbeeld niet van zichzelf dat hij ooggetuige is. Welke woorden gebruikt hij dan wel? Persoonlijke voornaamwoorden als ik, hij en zij. Ook spreekt een ooggetuige vanuit zichzelf.

Van Ess stelt de zaal een vraag. Hoe vind je een interview met DNB-president Klaas Knot? Door te zoeken op ‘interview klaas knot’ vind je maar een klein deel van alle interviews. De structurele denkfout die hier gemaakt wordt is dat in interviews doorgaans het woord interview niet staat. “De taal van de vraag is vaak niet de taal van het antwoord”, aldus Van Ess.

Maar hoe kom je er achter op welke woorden je dan wel moet zoeken? Simpel: bekijk verschillende interviews om inspiratie op te doen en vind overeenkomsten.

In vraaggesprekken staat het woordje ik, de naam van de geïnterviewde en het woordje zegt. Zegt en niet zei, want in de verleden tijd gaat het waarschijnlijk niet om een primaire bron. “Zo subtiel is het”, zegt Van Ess. “Je dacht dat je hier kwam voor een cursus zoeken, maar het is eigenlijk een taalcursus.”

Zoeken op Facebook
Een taalcursus kan Paul Myers – de Britse Henk van Ess, volgens hemzelf – wel gebruiken. Een Nederlandse dan. De olijke Brit met prominente neus gooit zo nu en dan accentbevattende Nederlandse zinnen door zijn verhaal over zoeken op Facebook.

Dat zoeken doet hij overigens nauwelijks via de belabberde zoekfunctie van Facebook, maar met Google. Door bijvoorbeeld een gebruikersnaam of zelfs het id-nummer van een profiel als zoekterm te gebruiken kun je meer informatie ontsluiten.

Paul Myers, onderzoeksjournalist van de BBC

Paul Myers, onderzoeksjournalist van de BBC.

Eén truc die Myers laat zien werkt wel met de zoekfunctie van het sociaal netwerk zelf. In de zoekbalk kun je een e-mailadres invullen om personen te vinden. Dat e-mailadres kun je vinden via andere profielen of door te gokken. Veel e-mailadressen bij bedrijven hebben een vast stramien. “Voor mijn werk voor de BBC zit ik geregeld random e-mailadressen in te typen in de zoekbalk”, zegt Myers. “Best sneu.”

Nepaccount
Om meer te weten te komen over een persoon is een andere tactiek het aanmaken van een nepaccount. Myers raadt aan om een algemene naam te kiezen als Jan de Vries. Die komt zo vaak voor dat je minder opvalt en moeilijker te vinden bent.

Om realistisch over te komen moet je wel een aantal vrienden hebben. Op Facebook bestaan daarvoor speciale groepen, vaak met “add me” in de naam. Post een berichtje op de wall van de groep en andere mensen die vrienden zoeken (lees: internettrollen) doen een vriendverzoek.

Myers klikt op een willekeurig persoon die zo’n oproep plaatst. Niet voor het eerst op deze dag verschijnt er een expliciete foto in beeld. “Deze presentatie lijkt meer op een pornosessie”, roept de Brit tegen de lachende zaal.

Prikbord opslaan
Myers moet geregeld informatie vinden van personen die in het nieuws zijn. Vaak zijn dat geen bekende mensen. Met een realistische schuilaccount kun je proberen vrienden te worden met de persoon zelf om toegang te krijgen tot het afgeschermde prikbord. Ook kun je vrienden worden met de vrienden van de persoon zelf.

Ben je binnen, klap dan de hele wall uit door op ‘oudere berichten’ te klikken en sla de webpagina op. Hetzelfde doe je met de vriendenpagina. Zo heb je links naar alle profielpagina’s van de vrienden. Is het account net gedeactiveerd? Geen nood. In de cache van zoekmachines zijn ze nog zichtbaar.

Indirecte benadering
Myers geeft het woord weer van Van Ess, die voor iemand uit de zaal op zoek gaat naar voormalig medewerkers van Shell. Via de geavanceerde zoekfunctie van LinkedIn zijn deze makkelijk te vinden. Om de kans te vergroten dat degene iets wil zeggen over Shell kun je instellen dat de huidige werkgever in een andere sector actief is, bijvoorbeeld de overheid.

Van Ess verrast de zaal met zijn strategie om iemand te benaderen. “Bel diegene op het werk, leg uit wie je bent en vraag of je vanavond mag bellen op het thuisnummer.” Dat komt minder bedreigend over. “Bovendien maakt het mensen nieuwsgierig.”

Indirect benaderen werkt ook het best op een online forum. Myers geeft aan dat hij nooit zelf een bericht plaatst op fora om mensen te vinden. “Dan word je zelf onderwerp van gesprek.” Het werkt het beste om contact op te nemen met de leider van de groep. Die kan mensen voor jou benaderen.

Twitter als koffiemachine
Om meer over een groep te weten te komen hoef je echter niet per se contact te leggen. Via Twitter is het mogelijk om gesprekken binnen een bedrijf te volgen zonder ontdekt te worden. “Twitter als koffiemachine”, noemt Van Ess dat. Als casus neemt hij ABN Amro.

Via LinkedIn zoekt hij werknemers van de bank. Doorgaans is in het profiel een link naar de Twitteraccount te vinden. De ABN’ers zet hij vervolgens in een privélijst in Twitter. Mensen kunnen het niet zien als ze in een privélijst zijn geplaatst. Je kunt dus anoniem blijven.

Door enkele tientallen werknemers van ABN Amro op deze manier te volgen kreeg hij een inkijkje in het bedrijf. Hij vertelt dat hij op een ochtend veel Twitteractiviteit zag. Er was blijkbaar iets op handen. Rond twaalf uur stuurde er iemand zijn Foursquare-checkin rond, hij zat in een restaurant. Toen was het drie uur lang stil. Het eerste bericht daarna was: ‘ik hoop dat ik morgen mijn baan nog heb.’ Het zijn geen keiharde feiten, maar het geeft je wel een idee van wat er speelt binnen een bedrijf.

Vinden van experts
Voor documentairemakers is het vinden van microspecialisten belangrijk. Het grootste probleem is de overvloed aan informatie. Hoe kom je er achter of iemand werkelijk een expert is? Sociale media hebben daarvoor vaak niet de juiste filters.

Klout is een beginpunt. De dienst bepaalt hoe invloedrijk twitteraars zijn en kent een Kloutscore toe. Maar groot zijn op Klout betekent niet automatisch dat je relevant bent, aldus Van Ess. Je moet verder filteren en selecteren.

Dat kan bijvoorbeeld door te kijken over welke onderwerpen iemand praat. Via Peerindex.com is dat bijvoorbeeld te achterhalen. Van Ess laat zien dat Marco Borsato vooral links rondtwittert van De Telegraaf. Dat is ook logisch, want hij heeft een contract met die krant.

Een andere manier om experts te valideren is via Twellow, een soort Gouden Gids voor Twitter. Ook kun je kijken naar de connecties op LinkedIn of uitzoeken welke personen diegene als eerste volgde op Twitter. In het begin volgen mensen namelijk voornamelijk vrienden en bekenden. Zo kun je weer nieuwe experts vinden en ontdekken wie door wie wordt beïnvloed.

Ook specialistische zoekmachine en curatorsites als Sulia, Listorious en Scoop.it kunnen helpen om experts te ontdekken.

Dreamliner
Een ‘expert’ die Van Ess al snel ontmaskerde was een man die zich voordeed als vliegtuigkenner. Van Ess was op zoek naar foto’s van een geheime landing van de Boeing 787 Dreamliner op Schiphol. Via Twitter vond hij enkele beelden, waaronder die van de bewuste man, die zouden zijn gemaakt terwijl het vliegtuig op de Nederlandse luchthaven was.

Om te controleren of de foto’s echt waren, haalde Van Ess ze door TinEye en Google Images. Daarmee kun je uitvinden of dezelfde foto al eerder is gepubliceerd. Zo had bijvoorbeeld de blunder rondom een foto van het lichaam van Osama bin Laden kunnen worden voorkomen.

In het geval van de vliegtuigkenner bleek al gauw dat de foto van de Dreamliner die hij rondtwitterde al een paar jaar oud was. Verder speurwerk op LinkedIn maakte duidelijk dat deze man zich structureel voordoet als een vliegtuigexpert.

Nijlkrokodil
Als uitsmijter trekken Van Ess en Myers de detectiveschoenen nog een keer aan. Ze willen meer te weten komen over @nijlkrokodil. (De account is inmiddels opgeheven.) Enige probleem is dat er een slotje op het Twitteraccount zit.

Sommige tweets van een afgeschermde account zijn via een trucje toch te lezen. De foto’s van diensten als Yfrog en Twitpic zijn namelijk publiek. De tweets die met de foto meegestuurd worden zijn ook te lezen voor iedereen.

Nu moet je alleen nog uitvinden welke fotodienst @nijlkrokodil gebruikt. Dat is simpel: de gebruikersnaam invullen bij fotodiensten van Twitter. Bij Twitpic en Mobypicture komen een aantal foto’s van @nijlkrokodil naar boven. Ondanks het slotje op het Twitteraccount kun je uit de tweets bij de foto’s ontdekken waar @nijlkrokodil waarschijnlijk woont.

Exif-data
De foto’s die je zo ontdekt kun je ook onder het vergrootglas leggen. Met elke foto worden metadata meegestuurd, de zogenoemde exif-data. Daarin is informatie opgeslagen als het type fototoestel, de instellingen van de camera en soms zelfs de locatie.

Myers past het trucje toe op zijn eigen profielfoto van Twitter. Waar is die foto gemaakt? vraagt hij aan de zaal. Hij bekijkt de exif-data van de foto via gbimg.org. De foto is gemaakt met een iPhone 3GS op 18 januari 2012 om 13:24:20. De locatie wordt keurig vermeld op een kaart.

Myers zoekt de plek op in Google Streetview en vindt het muurtje van de foto. “Wow”, roept iemand uit de zaal. “Ik gebruik nooit meer een smartphone.”


Enkele tools die Van Ess en Myers lieten zien:

Social Mention – Dienst om verschillende sociale netwerken tegelijkertijd te doorzoeken. Ook mogelijk om alerts in te stellen.

Facebook.eccar.org – Een zoekmachine voor Facebook gemaakt door Van Ess. Vindt wat vrienden over je hebben gezegd, ook al staat je account op privé.

Facebook Friends Browser – Zo slecht als de normale zoekfunctie van Facebook is, zo handig kan deze minder bekende zoekfunctie van Facebook zijn. Maakt het mogelijk om gericht mensen te zoeken.

TinEye – Kijk of een foto ergens anders al is gepubliceerd. Handig om te checken hoe actueel een foto is. Iets soortgelijks kan ook met Google Images.

Twellow – Een soort Gouden Gids voor Twitter.

Listorious – Doorzoekt lijsten die Twitteraars hebben aangemaakt.

Scoop.it – Dienst waarmee je een online magazine kunt maken op basis van bronnen die jij selecteert. Je kunt ook magazines die anderen hebben gemaakt doorzoeken.

Sulia – Dienst die experts op een bepaald gebied vindt en hun tweets op onderwerp filtert en aanbiedt.

Storyful – Dienst waarmee je een verhaal samen kunt stellen op basis van social media. Doet denken aan Storify. Storyful werkt actief samen met andere nieuwsorganisaties.

Peerindex – Rankingtool voor Twitter, Facebook en LinkedIn. Laat zien over welke onderwerpen iemand het meest praat. Doet denken aan Klout.

ifttt – If this, then that. Dienst waarmee je bepaalde acties in verschillende accounts aan elkaar kunt koppelen. Als iemand een tweet stuurt met een bepaald woord er in, kun je bijvoorbeeld instellen dat je een e-mail krijgt.

_____

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van 609, het tijdschrift van het MediafondsSamen met het Sandberg Instituut is het Mediafonds organisator van de Sandberg@Mediafonds masterclass met als thema: Curating Reality.

Al één reactie — discussieer mee!