Zodra de journalistiek stevig de wind van voren krijgt, wordt het publiek debat binnen de kortste keren erg overzichtelijk. Dan wordt er gepassioneerd overgeschakeld op ‘one principle reasoning‘, een term die journalist Christopher Hanson bedacht voor het simplistisch rechtvaardigen van journalistieke keuzes, terwijl er eigenlijk tegengestelde belangen in het geding zijn. ‘Merely citing a guiding principle of journalism – even citing one as basic as informing the public – is not sufficient to justify an news decision involving conflicting principles.’ In de discussie over de berichtgeving over prins Friso gaat het niet anders.

Wat ben ik blij met journalisten als Jannetje Koelewijn en Peter Vandermeersch. Die schrijven op wat ze horen. Je bent geen journalist geworden om iets te verzwijgen

schreef Dolf Rogmans, hoofdredacteur van Villamedia Magazine.

Koelewijn had het geluk aanwezig te zijn in het ziekenhuis en deed wat elke journalist in haar schoenen gedaan zou hebben. Ze bracht nieuws, of ten minste nuancerende feiten bij het nieuws

stelt Henk Blanken op De Nieuwe Reporter.

Media in het algemeen zouden zeer terughoudend moeten zijn met het achterhouden van nieuws dat van belang is voor de samenleving

schreef Sander Gregoire, student journalistiek aan hogeschool Windesheim.

Ik ben journalist, en wij zijn er toch om alles wat we weten te openbaren

 verklaarde nrc-journaliste Jannetje Koelewijn in een interview met BNR de dag na publicatie. Bovendien had ze met open vizier gewerkt en zich duidelijk kenbaar gemaakt als journalist, die over wat ze hoorde zou publiceren.

Hoofdredacteur Peter Vandermeersch stelt in een uitgebreide verantwoording in NRC van 20 februari zelfs dat niet publiceren de geloofwaardigheid ‘als nieuwsorganisatie’ zou aantasten.

Maar publiceren we niet, dan zouden we nalaten wat wij claimen te doen: met onze journalistieke methodes proberen de waarheid over relevante zaken zo genuanceerd mogelijk aan het licht te brengen.

Geen dilemma

Kort samengevat komt het neer op: journalistiek dient het publiek belang – informatiebehoefte – en dat levert een dwingende plicht tot volledige openbaarheid. Getting the news out is zo belangrijk, dat er bij voorbaat nauwelijks een ander belang tegenop kan. Nieuwsbeslissingen over bijvoorbeeld publiek belang van informatie versus privacy zijn zo bekeken eigenlijk helemaal geen dilemma.

Dat ‘publiek belang’ lijkt overigens aan inflatie onderhevig. ‘Dit is het gesprek van de dag. Mensen willen graag op de hoogte gebracht worden, zegt media-ethicus Huub Evers. Hij spreekt over ‘een soort maatschappelijke geruststelling’, die blijkbaar evenveel rechten en plichten oplevert als de controle van bestuurlijke en economische macht, ten dienste van een vrije samenleving.

Het kan zijn dat in de geestdrift om het journalistieke vak te verdedigen de vlotte soundbites de nuance wegdrukken. Toch heeft dat een schadelijke uitwerking. Er ontstaat een karikatuur, die zich uiteindelijk tegen de journalistiek keert.

Idealen zijn richtlijnen – first obligation is to the truth, first loyalty is to citizens – maar ze beschrijven niet in detail wat journalisten dagelijks doen of zouden moeten doen. Beslissingen over nieuws zijn veel complexer dan ‘we schrijven wat we horen’. Het domweg publiceren van anonieme beschuldigingen is bijvoorbeeld not done. Een journalist moet ze hard kunnen maken – liefst met meerdere niet-anonieme bronnen – en van wederhoor voorzien. Lukt dat niet, dan volgt (voorlopig) geen publicatie. Verificatie en een oordeel over proportionaliteit van de schade door de publicatie spelen dus ook mee.

Verdeding als verwijt

Het ging bij de berichtgeving over prins Friso niet anders. NRC heeft allerlei afwegingen gemaakt over wat de krant wel en niet zou brengen. De redactie heeft deskundigen geraadpleegd over reanimatie, en bronnen om bevestiging gevraagd. Dat leverde uiteindelijk een nieuwsbeslissing: een inbreuk op Friso’s privacy, met publiceren over een schedelbasisbreuk, maar niet over een lange reanimatie. NRC koos ervoor, in Vandermeersch woorden, om terughoudend en genuanceerd te berichten.

Over die achteraf gezien ongelukkige beslissing en de gebruikte bronnen is voorlopig het laatste woord niet gezegd. Een ding valt nu al op: wat eerst een verdediging vormde, keert zich nu tegen de journalistiek. Week één waren Jannetje Koelewijn en NRC de helden van het vrije woord – ze publiceerden gewoon wat ze wisten. Week twee wordt ze verweten dat ze informatie hebben achtergehouden of verzwegen. Ze handelden in strijd met de journalistieke beroepsplicht! Het is een van de verwijten in wat op Twitter steeds meer op een volksgericht gaat lijken.

Het treurige is: geen van beide beelden klopt. NRC heeft gedaan wat media altijd doen: afwegingen en keuzes maken bij nieuwsbeslissingen. Ze hebben zich alleen – net als hun journalistieke medestanders – beroerd verdedigd, door teveel nadruk te leggen op eenregelige idealen. Daar is helemaal niemand mee geholpen, ook niet het publiek begrip van de journalistiek.

Dit artikel verscheen ook op het persoonlijk weblog van Arno van ’t Hoog.

Arno van 't Hoog

Redacteur

Arno van ’t Hoog is freelance wetenschapsjournalist.
Profiel-pagina
Al 2 reacties — discussieer mee!