Veel nieuws, vooral wetenschappelijk nieuws, komt tot ons via persberichten. En veel wetenschappelijk nieuws is gebaseerd op niet veel meer dan persberichten.

Je komt tegenwoordig nog maar zelden een voorlichter van een universiteit of wetenschappelijk tijdschrift tegen die niet, enigszins besmuikt, opmerkt dat hun persberichten tegenwoordig volstrekt ongewijzigd de krant ingaan of op het internet worden gezet. Misschien niet helemaal ongewijzigd: meer gehaaide voorlichters zetten in de eerste zin van hun berichten een opzichtige fout, zodat journalisten die kunnen herstellen en zodoende toch nog het idee hebben hun bijdrage aan de nieuwsvoorziening te hebben geleverd.

Kwaliteit wetenschapsberichtgeving

Dat biedt voorlichters een mooie kans om de kwaliteit van de berichtgeving over wetenschap in de media te verbeteren. Want hoe beter het persbericht, hoe beter het verslag in de krant, zo bleek uit een onderzoek dat Lisa Schwartz en collega’s begin 2012 publiceerden in het Britse artsenblad BMJ.

Zij onderzochten persberichten van wetenschappelijke tijdschriften, maar er is weinig reden om aan te nemen dat hun bevindingen niet ook gelden voor persberichten van universiteiten en academische ziekenhuizen.

Criteria voor kwaliteit

De onderzoekers begonnen, terugwerkend vanaf januari 2009, met honderd artikelen uit een vijftal vooraanstaande medische tijdschriften die op de een of andere manier de kranten hadden gehaald. Vervolgens keken ze of de tijdschriften naar aanleiding van de wetenschappelijke bevindingen persberichten hadden gemaakt, en beoordeelden de kwaliteit van het wetenschappelijke stuk, van het persbericht en van de krantenartikelen.

Die kwaliteit maten zij, na veel wikken en wegen en voorproeven, aan de hand van dertien criteria. Schwartz en haar mede-auteurs weten wat dat betreft wel waarover ze het hebben: ze hebben inmiddels een forse literatuurlijst opgebouwd met artikelen waarin zij laten zien dat auteurs van wetenschappelijke artikelen niet te beroerd zijn om lezers op het verkeerde been te zetten met geflatteerde, kromme en moeilijk te interpreteren cijfers en met het verdoezelen of verduisteren van minder aantrekkelijke kanten van het onderzoek. De eisen die zij stellen aan wetenschappelijke artikelen — en dus aan persberichten — zijn alleen al daarom behartigenswaardig.

Simpele feiten

Allereerst, zeggen zij, moet het persbericht de simpele feiten geven. Dat betekent op zijn minst: de omvang van het onderzoek, wie ervoor betaald heeft, en als het een langerlopende studie betreft, de tijdsduur.

Vervolgens de belangrijkste resultaten, in correcte, heldere, voor gewone mensen te begrijpen cijfers. Dus niet ‘een relatieve daling van 40 procent’, maar ‘een daling van 5 op 1000 naar 3 op 1000’.

Vervolgens de minder zonnige kanten van het onderzoek. Als het over nieuwe geneesmiddelen gaat, komen de bijwerkingen en nadelen ter sprake? Ook weer met nette getallen?

En wat lastiger: de beperkingen van het onderzoek? Bijvoorbeeld dat het alleen onder blanke vrouwen was uitgevoerd, of dat de werkelijke betekenis voor patiënten slechts beperkt is?

In totaal leidden de honderd tijdschriftartikelen tot 68 persberichten en 759 krantenartikelen. Die haalden ze vooral uit de krantendatabase Lexis Nexis, maar ze gaan ervan uit dat die artikelen ook zo in de krant hebben gestaan.

Sommige persberichten haalden maar een enkele krant, over andere werd meer dan zeventig keer geschreven — dan mochten hooguit zes artikelen meedoen. Er werden studenten aan het werk gezet om te scoren.

Krant volgt veelal het persbericht

De conclusie van de onderzoekers: Voor alle dertien maten was het waarschijnlijker dat de krant ze noemde als die informatie in het persbericht stond.

Als het persbericht geen absolute risico’s noemde, gaf de krant die in 90 procent van de artikelen ook niet. Als het persbericht ze wel noemde, noemde de krant ze in de helft van de gevallen.

Als het persbericht nadelen noemt, doet 68 procent van de kranten het, als het persbericht erover zwijgt, 24 procent.

Als het persbericht op belangrijke beperkingen wijst, doet 48 procent van de kranten het, als het persbericht erover zwijgt, 16 procent.

De cijfers ontliepen elkaar niet veel voor landelijke kranten als de New York Times en USA Today enerzijds en kleinere regionale kranten anderzijds (naast Amerikaanse kranten werden ook Britse kranten in het onderzoek betrokken).

Overzicht van de onderzoeksresultaten

Ruimte voor verbetering

De boodschap is zonnig voor voorlichters, en wat minder voor journalisten. Voorlichters kunnen eruit concluderen dat hun paarlen niet geheel verspild zijn. Als zij de moeite doen hun persbericht consciëntieus op te stellen met heldere cijfers en eerlijke nadelen, komt dat vaak goed in de krant. Ook al is er ‘nog behoorlijk veel ruimte voor verbetering bij persberichten’, aldus de onderzoekers, ‘medische tijdschriften kunnen hun persberichten niet alleen gebruiken om nieuws te maken, maar ook om de verslaggeving te verbeteren.’

Voor journalisten is het, zoals ze toch al gewoon zijn te doen, beter naar de andere kant van de medaille te kijken. Zelfs als een persbericht op de beperkingen van een onderzoek wijst, neemt minder dan de helft van de kranten dat over. Zelfs als het persbericht de uitkomsten netjes in cijfers samenvat, laten journalisten die niet zelden weg. Ook aan onze kant is er dus nog behoorlijk veel ruimte voor verbetering.

Beperkingen van het onderzoek

De onderzoekers zijn natuurlijk aan hun stand verplicht de beperkingen van hun studie aan te geven. Het kan zijn dat kranten het persbericht zo goed hebben aangekleed en uitgediept dat de cijfers ten slotte in godsnaam maar moesten sneuvelen. Daarvan lijkt geen sprake, menen de wetenschappers.

Een andere beperking was dat alleen kranten op de korrel werden genomen en geen andere media, terwijl gewone mensen natuurlijk veel meer nieuwsbronnen hebben. Maar, zeggen ze, uit onderzoek blijkt dat in ieder geval in Amerika de krant nog steeds een belangrijke bron van gezondheidsnieuws is. En op de waslijst van dertien items, en de uitvoering van de inhoudsanalyse, kan desnoods ook nog wel wat kritiek komen.

Maar het begin is er — een mooi idee voor een eindscriptie of misschien zelfs een proefschrift om dit eens voor de Nederlandse media uit te diepen.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Persinnovatie.nl.

Al 3 reacties — discussieer mee!