Geert ten Dam (60) nam op 29 februari jl. afscheid als hoofdredacteur van HDC Media, dat de regionale titels Haarlems Dagblad/IJmuider Courant, De Gooi- en Eemlander, Leidsch Dagblad en Noordhollands Dagblad uitgeeft. Hieronder een bewerking van zijn afscheidstoespraak.

Journalistiek en een beursgenoteerde onderneming vormen een slecht huwelijk. De journalistiek is eigenlijk een tamelijk morsige, ondoorzichtige bezigheid, die nauwelijks geld oplevert, want dat is niet het doel van de activiteit.

Bij ons ambacht horen begrippen als doorzettingsvermogen, betrokkenheid, ja zelfs idealisme. Sommigen van ons noemen ons zelfs de waakhond van de democratie. Tikje hovaardig. Dat soort beschouwingen werd en wordt vooral na het werk in de kroeg gebezigd, royaal gedrenkt in alcohol. Het resultaat is steevast dat de democratie het daarna in ieder geval tijdelijk even zonder bewaking moet doen. En dat veroorzaakt nauwelijks ongelukken.

De greep van winstmaximalisatie

Onze bezigheden verhouden zich slecht met winstmaximalisatie. Toch zijn we langzamerhand in die greep terechtgekomen. Het misverstand is in de jaren zeventig tot negentig van de vorige eeuw ontstaan toen er flink werd verdiend met kranten. De wereld van het grote geld zag kansen op nog meer geld, maar VNU was slimmer. Terwijl haar regionale kranten toch winstmarges van tussen 20 en 25 procent deden, verkocht VNU ze: te conjunctuurgevoelig en te weinig winstpotentie in de toekomst.

Nederlandse uitgevers houden van oudsher niet van investeren, dat kan ik na bijna veertig jaar zonder gevaar constateren. Maar de combinatie van beursnotering en tanende winsten is helemaal gevaarlijk. Het is alleen maar snijden om de aandeelhouders het volgende jaar in ieder geval weer een winstgroei te kunnen bieden. Een doodlopende weg, want die beloofde winstgroei blijft meestal uit. Elk vijfjarenplan wordt gevolgd door een volgend dat precies hetzelfde belooft als het vorige. Het enige wat verandert is de naam van het plan.

De komst van internet

Is het ongelukkig dat we deel uitmaken van een beursgenoteerde onderneming die gedwongen is voor aandeelhouders te presteren, het is niet de oorzaak van de situatie waarin onze bedrijfstak zich bevindt. De komst van internet verandert alles en bij voortduring. Onze kranten, kranten in het algemeen, zijn op termijn niet houdbaar als voornaamste bron van inkomsten. De journalistiek heeft andere inkomsten nodig wil zij op de huidige schaal kunnen voortbestaan. Dat weten we al een tijdje.

Mijn overtuiging is dat er maar weinig raakvlakken zijn tussen de papieren krant en de activiteiten die we als informatiebedrijf op internet zouden moeten ontplooien. Internet is een zo totaal ander informatiekanaal dat ook in verschijningsvorm nog zo veel diverser zal worden dat ook journalistiek gezien het krantenidioom volstrekt ontoereikend is. Als we op internet een positie willen innemen als informatiebedrijf kunnen we mobiele diensten niet laten liggen, we moeten nadenken over totaal nieuwe diensten op de mobiele telefoon. Veel mensen zijn immers onderweg met zo’n ding.

Dit citaat komt uit een notitie van mijn hand die ik terugvond toen ik mijn bureau opruimde. Zij dateert van ongeveer tien jaar geleden en was een reactie op de oprichting van Regio-i.

Ik schreef verder:

uit het businessplan blijkt niets over de inhoudelijke journalistieke invulling, terwijl daarmee het succes van online staat of valt.

Dat was tien jaar geleden, maar het is een discussie die juist de laatste weken weer is opgelaaid, naar aanleiding van de online plannen van TMg en Wegener. De kritiek nu in onze kringen is algemeen dat het in die plannen nergens over de journalistiek gaat. Piet Bakker schrijft daar, niet als enige, dezer dagen met regelmaat over. Na tien jaar zijn we zo eigenlijk terug bij af, of beter: we zijn nooit echt vertrokken.

Investeren in journalistiek

Hier zien we wel de gevolgen van de beursgenoteerde omgeving. De afgelopen tien jaar is er nauwelijks geld uitgetrokken voor nieuwe ontwikkelingen op journalistiek gebied. Snijden luidde en luidt het parool. Onze bazen verwachten nu dat we met half zoveel mensen twee keer zoveel gaan doen. Zoals duidelijk mag zijn uit mijn eerdere opmerking dat online een andere benadering verdient en nodig heeft dan onze papieren producten, is dat een onmogelijke opgave.

Het is kortom een buitengewoon complexe situatie die nog het meest wegheeft van een doolhof, zonder uitgang. Begrijp me niet verkeerd, ik heb er geen behoefte aan mijn eigen feestje te verpesten. Ik wil alleen maar onderstrepen dat het tempo van verandering fors omhoog moet, dat er geïnvesteerd moet worden.

Journalisten moeten veranderen

Dat is ook een oproep aan ons journalisten zelf. Voeg je niet langer morrend en soms met duidelijke tegenzin in wat je hooguit als een noodzakelijk kwaad ziet. We hebben alleen maar kans met mensen die verandering willen.

Vergeet bovendien dat het bedrijf alles voor je regelt. Een bedrijf is alleen maar gericht op zijn eigen overleven, met voorbijgaan aan de belangen van individuele werknemers. Houd regie over je eigen toekomst. Ik zie te veel lijdzaamheid. De valse hoop van ‘het zal mijn tijd wel duren’ is echt iets van de vorige eeuw.

We zijn geen krant

Nog steeds denken veel collega’s: we zijn een krant en als we dat nou maar goed genoeg doen, redden we het wel. Dat is een groot misverstand, want het verwart middel en doel. Een krant uitbrengen is niet de essentie van ons werk. De essentie is wel nieuws vergaren, wegen, verrijken en verspreiden, kortom verhalen vertellen.

Lang kon dat alleen via papier en dus zijn al onze werkprocessen nog steeds ingesteld op de productie van de krant. Het is met andere woorden dit middel dat zoveel tijd en energie van ons vergt dat het een zekere belemmering vormt voor het nastreven van ons eigenlijke doel: het vertellen van verhalen.

Het zou al geweldig helpen als we voortaan zouden zeggen: we hebben een krant, in plaats van we zijn een krant. In het laatste geval is er geen ruimte voor iets anders. ‘We hebben een krant’ creëert bijna automatisch ruimte voor andere mogelijkheden.

Geld verdienen met internet

De inkomsten zullen dus in de toekomst vooral moeten komen uit online-activiteiten. Dat zal vast gaan lukken al ben ik er niet optimistisch over dat dat op termijn zoveel zal opleveren dat de uitgebreide journalistieke staven van nu daarvan bekostigd kunnen worden.

Kortgeleden kwam er juichend nieuws van Nu.nl, de grootste nieuwssite van Nederland. Men was erin geslaagd geld te verdienen met dit online-product. De redactie telt echter nog geen 15 fte. Een regionale nieuwsorganisatie als de onze heeft 250 redacteuren en bestrijkt slechts een deel van het land.

Aggregeren

Bovendien profiteren sites als Nu.nl van het werk van de ‘oude journalistiek’ door te aggregeren. Het is een mooi woord voor jatwerk. Daar moeten we echter niet dramatisch over doen: jatwerk was er altijd. Ook in de tijden van papier werden de publicaties van de concurrenten scherp in de gaten gehouden. Nu gebeurt dat alleen geautomatiseerd.

Anderen hebben er al op gewezen dat dit parasiteren goed gaat totdat de gastheer is overleden. Als de journalistieke infrastructuur is afgebrokkeld, valt er niets meer te aggregeren. Regionaal staat die meer onder druk dan voor algemeen nieuws, omdat het werk arbeidsintensiever en dus duurder is. Maar ook het algemene nieuws begint ergens in een regio.

Binden van een publiek

Online zal er dus op journalistiek en op commercieel gebied nog heel veel moeten gebeuren om de huidige nieuwsorganisaties met perspectief te kunnen laten voortbestaan. Een commercieel concept alleen is niet voldoende en een journalistiek concept ook niet. Het begint bij het opbouwen en binden van een publiek, dat vervolgens bereid is te betalen voor de journalistieke inspanning met bijpassende commerciële concepten. Het is duidelijk dat dit een zeer moeizame zoektocht is.

Niemand heeft het goud ontdekt. Dat is er waarschijnlijk ook niet. We zullen het moeten vinden in vele kleine stappen die samen een grote omschakeling vormen, zowel op journalistiek als commercieel gebied. Het meeste perspectief zou op dit moment bieden zoveel mogelijk dragers in één organisatie te bundelen. Dat wil echter maar niet lukken, nog niet.

En het papier dan? Dat zal altijd een factor blijven. De vraag is alleen of het een premium toevoeging is, bijvoorbeeld in de vorm van een duurbetaald wekelijks magazine of juist aan de onderkant van het spectrum, een goedkope huis-aan-huis verspreide folderachtig product. Beide hebben de functie om de online-activiteiten te ondersteunen, in feite een omkering van de huidige situatie.

Massa of niche

Dan nog twijfel ik aan het voortbestaan van de huidige mediabedrijven in de Nederlandse setting. Als je naar de online-ontwikkelingen kijkt, is massa nodig, tenzij je een niche kunt ontwikkelen. Voor massa is het Nederlandse taalgebied niet groot genoeg, dus moeten we het in de niche zien te vinden.

Als dat niet lukt, is de huidige journalistieke infrastructuur niet houdbaar. Dan ligt het voor de hand dat er onafhankelijk van de grote landelijke uitgeverijen nieuwe, kleine initiatieven ontstaan, lokaal dan wel regionaal, die met een totaal andere kostenstructuur de journalistieke functie zullen invullen.

Dat is niet per se slechter, het gaat vooral anders en het is dramatisch voor de grote mediabedrijven waar nu nog veel mensen werken. Hun toekomst is onzeker. Maar dat geldt in zoveel bedrijfstakken. Journalistiek heeft echter ook een andere waarde dan een bedrijfsmatige. Die is nou juist bij die grote bedrijven ondergesneeuwd geraakt.

Al 12 reacties — discussieer mee!