Langzaamaan begint het besef door te dringen dat datajournalistiek de komende jaren steeds belangrijker zal gaan worden. Wat moet er gebeuren om deze tak van journalistiek echt door te laten breken? In de laatste aflevering van deze serie: De toekomst van datajournalistiek.

Datajournalistiek gaat een gouden toekomst tegemoet, maar er zijn nog wel flinke hobbels te nemen. Een rondgang onder datajournalisten en experts leert dat er twee belangrijke aanbevelingen zijn: leer de huidige journalisten om te gaan met cijfers en neem meer datajournalisten aan. Maar wat datajournalistiek nog het meeste nodig heeft, is een primeur.

De vloedgolf van jonge bèta-journalisten komt er aan, verwachten de geïnterviewden. Deze nieuwe soort journalisten kan goed met cijfers omgaan, weet deze te duiden en kan vervolgens een visualisatie bij zijn verhaal maken.

Collega’s ‘besmetten’ met datajournalistiek
Jelle Kamsma heeft afgelopen jaar zijn collega’s bij NU.nl al proberen warm te maken voor datajournalistiek. “Daarom moeten we meer van dit soort journalisten aannemen, want die kunnen dan de rest van de redactie met datajournalistiek ‘besmetten’.” Een aantal collega’s zijn al zo goed ingewijd dat ze kant-en-klare data aanleveren om visualisaties mee te maken.

De Britse datajournalist Simon Rogers (The Guardian) vindt eveneens dat journalisten zich meer met cijfers moeten gaan bezighouden. “Het doel is op een journalistieke manier over cijfers te gaan denken”, aldus Rogers. “Grote mediabedrijven hebben die sprong nog niet gemaakt. Dat moet veranderen. En ik geloof ook dat dat gaat veranderen. Daar gaat alleen ontzettend veel tijd overheen.”

Hij ziet in datajournalistiek een hele goedkope vorm van onderzoeksjournalistiek. Dat moet een aantrekkelijke gedachte zijn voor veel nieuwsredacties. “Veel data is al beschikbaar en de handelingen die je moet verrichten zijn relatief eenvoudig. Ik ben niet goed in wiskunde, maar ik weet welke tools ik kan gebruiken om mijn vragen te kunnen beantwoorden. En die tools zijn meestal ook nog eens gratis.”

Hille van der Kaa (Universiteit van Tilburg, projectleider masteropleiding datajournalistiek) verwacht dat de gereedschappen zich nog verder gaan ontwikkelen. Zij haalt het voorbeeld aan van een stuk software waar zij onlanges een demonstratie van heeft gezien: tekst (bijvoorbeeld een artikel) wordt direct verbonden aan relevante data en grafieken. “Het wordt in de toekomst veel makkelijker om zonder al teveel technische kennis met data te werken”, vermoedt Van der Kaa.

Volgens haar kun je ontzettend veel automatiseren in datajournalistiek, maar de journalist blijft een centrale rol in dat proces bekleden. Het verhaal dat uit data voortkomt, moet toch door iemand worden geschreven. “Ik denk ook dat dat de toegevoegde waarde van de journalist blijft: data duiden.”

Meer datajournalisten nodig
De volgende grote stap voor datajournalistiek is dat redacties gaan investeren in datajournalistiek. “Redacties moeten actief op zoek gaan naar iemand binnen hun organisatie of van buitenaf die verhalen met data kan vertellen”, denk Van der Kaa. “Organisaties die zich hier als eerste vol op storten, gaan hier enorm veel profijt van hebben. Die hebben straks een enorme voorsprong ten opzichte van hun concurrentie.”

Ook Laurens Verhagen, die vorig jaar als eerste hoofdredacteur (destijds bij NU.nl) een full-time datajournalist in Nederland in dienst nam, heeft hoge verwachtingen van datajournalistiek. “Ik verwacht nog hele mooie dingen te zien. Je kunt straks niet meer zonder datajournalistiek. Online worden ontzettend veel gegevens vrijgegeven. Daar moet je simpelweg mee om kunnen gaan.”

“Het is een prachtige vorm van onderzoeksjournalistiek. Het levert ook mooie, onderscheidende producties op. Dat is nu ontzettend belangrijk.”

Verhagen denkt wel dat het gebrek aan mankracht een flinke hobbel wordt. “In je eentje is het lastig. Je moet heel veel uitzoeken. In feite ben je een hele onderzoeksredactie met meerdere vaardigheden, maar dan in je eentje.”

‘Nederland heeft een data-primeur nodig’
De ‘besmetting’ van journalistieke organisaties met datajournalistiek lijkt momenteel in volle gang te gaan. Veel redacties zien het nut van deze vaardigheden al. Volgens Bas Broekhuizen, onderzoeker en docent journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam, is dat ook noodzakelijk.

“Alles in de wereld om ons heen verandert in toenemende mate in data”, aldus Broekhuizen. “Dat is het terrein van de journalist. Als overheden en bedrijven zich steeds verder in data verhullen, dan moet de journalist daar mee om kunnen gaan. Anders kun je je controlerende functie niet meer uitvoeren.”

Toch denkt Broekhuizen dat er nog één ding noodzakelijk is: een grote primeur die uit datajournalistiek voortkomt. Anders voorziet hij dat het een hype wordt: iedereen loopt ermee weg, maar het levert niets belangwekkends op. “Nederland heeft dringend een data-primeur nodig.”

_____

Deze serie is  tot stand gekomen in samenwerking met het Mediafonds en Persinnovatie.nl.  De serie is een bewerking van een artikel over datajournalistiek in 609, het magazine van het Mediafonds. De andere delen in deze serie zijn hier te vinden.

Jerry Vermanen

Redacteur

Jerry Vermanen werkt als datajournalist bij KRONCRV.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!