Vorig week pleitten Frank Volmer (directeur Telegraaf Media Nederland), Philippe Remarque (hoofdredacteur De Volkskrant) en Sander Stallinga (uitgever NU.nl) tijdens een hoorzitting over het persbeleid in de Tweede Kamer voor beperking van de activiteiten van de publieke omroep. Met name de website van de NOS zou de markt van nieuwssites verstoren. Jan de Jong, algemeen directeur van de NOS reageert op de kritiek.

De kwaliteit van de journalistiek in Nederland staat onder druk. Kwaliteit kost geld, en in tijden van crisis is geld een schaars goed. Jaar na jaar is er minder emplooi voor journalisten. Zij die werk hebben, moeten veel en vooral snel produceren. Pluriformiteit van de pers wordt langzamerhand een onbetaalbare luxe.

De roep vanuit de kranten om een level playing field met de publieke omroep is goed te begrijpen. De gedrukte nieuwsmedia zitten immers in zwaar weer. Abonnees lopen weg, de leestijd per lezer daalt flink en de adverteerder keert hen de rug toe. Maar ze richten hun pijlen ten onrechte op de NOS. Het doet denken aan de auto-industrie die de trein ter discussie stelt omdat de autoverkopen tegenvallen. Of frisdrankproducenten die het gratis drinkwater aan banden willen leggen. De kunsthandel die af wil van gesubsidieerde musea.

De NOS is voor veel Nederlanders de belangrijkste nieuwsbron. Als grootste journalistieke organisatie in Nederland gaat de kwaliteit van de nieuwsvoorziening ons bijzonder ter harte. Wij proberen de kranten dan ook te helpen waar mogelijk. Bijvoorbeeld door het gratis afstaan van beelden aan kranten via ons nieuwsaanbodkanaal. Zonder reclame.

Pageviews

De Telegraaf heeft per maand 300 miljoen pageviews. Daarmee scoort zij hoger dan de NOS (288 miljoen). Nu.nl heeft zelfs 400 miljoen pageviews. Deze cijfers geven aan dat consumenten meerdere sites bezoeken. Deze sites voldoen aan verschillende behoeften van het publiek en zitten elkaar dan ook niet in de weg. Bovendien stijgt het internetgebruik in Nederland nog steeds. Maand na maand.

Het lukt de kranten niet om hun sites commercieel rendabel te maken. Dat heeft niets met de positie van de NOS te maken. Er komen voldoende bezoekers maar men slaagt er niet in om bezoek om te zetten in geld.

Gratis nieuws

Dit is een wereldwijd probleem van de krantenindustrie. De transitie naar rendabele nieuwssites is een moeizame. Er is geen werkend business model. Nergens ter wereld wordt door kranten op internet structureel geld verdiend. De perceptie van de consument is nu eenmaal dat nieuws vrij beschikbaar is. De krantenwereld heeft hier zelf aan meegewerkt door gratis kranten zoals Spits en Metro te gaan aanbieden. Vooralsnog is de consument op het internet niet bereid te betalen voor nieuws. Het geld moet nog steeds verdiend worden met advertenties.

De inkomsten uit advertenties in de traditionele krant dalen echter zo snel dat de stijging van online revenuen dit niet kan compenseren. Gekscherend wordt wel eens gezegd dat een analoge reclame-euro in het digitale tijdperk nog maar een stuiver waard is. In 2010 gingen in de Verenigde Staten maar liefst 116 kranten ter ziele. De advertentie-inkomsten voor kranten daalden daar van 70 miljard dollar in 2001 naar minder dan 20 miljard dollar in 2011. In Nederland is een vergelijkbare trend gaande.

Reclame-inkomsten

De in totaal 1183 websites van de Nederlandse publieke omroep genereren alles bij elkaar slechts een paar miljoen euro aan reclame-inkomsten. Op de reclamemarkt is NOS.nl dan ook een zeer kleine speler. Bovendien zijn we terughoudend met reclame op onze site. Wettelijk mag er meer dan wij daadwerkelijk doen.

Kortom: partijen als de Telegraaf of Nu.nl halen veel meer geld uit de online reclamemarkt dan de NOS. Hun werkelijke concurrenten zijn Google en Facebook. Die twee partijen zijn jaarlijks alleen in Nederland al goed voor ruim een half miljard euro aan advertentiegelden.

Zelfs al zou de NOS helemaal niet actief zijn op het internet, dan lost dat voor de kranten hoegenaamd niets op. Niet in bezoekcijfers en al helemaal niet in termen van geld. En is het succes van internet juist niet dat iedereen (hetzij als bezoeker, hetzij als content provider) zich er kan manifesteren?

In 1989 haalde de Ster per jaar 200 miljoen euro uit de reclamemarkt. We zijn nu 23 jaar later en 7 commerciële tv-zenders (4 van RTL, 3 van SBS) verder. In die periode is de groei in de reclamemarkt, ruim 700 miljoen euro, volledig ten goede gekomen aan commerciële partijen. Wiens markt verstoort de publieke omroep nu eigenlijk?

Nieuwe mediawet

In 2008 heeft de Tweede Kamer een nieuwe mediawet aangenomen. Wezenskenmerk van deze herziene wet is het beginsel van platformneutraliteit. Dat wil zeggen dat de NOS hetgeen zij op radio en televisie doet, ook op internet en mobiel mag doen. Dat doet zij dan ook; niets meer en niets minder. Wel zo logisch: zonder toegang tot deze inmiddels niet meer weg te denken nieuwe media zou de rol van de publieke omroep in het medialandschap snel marginaliseren, met name onder jongeren. Sommige commerciële partijen zouden dat maar wat graag zien. Wij niet. En het publiek ook niet. Daar ben ik van overtuigd.

In heel Europa staan publieke omroepen flink onder druk. In Nederland wordt er maar liefst 23 procent (= 200 miljoen euro) op bezuinigd. Er wordt flink gediscussieerd over de breedte van hun programma-aanbod. Maar nergens gaat het over de nieuwsvoorziening. Hoe groot of klein, smal of breed de publieke omroep in een willekeurig land ook is, overal wordt het brengen van nieuws als een kerntaak gezien. Wie de nieuwsfunctie van de publieke omroep ter discussie stelt, wil in feite geen publieke omroep.

Dan zijn we met de kwaliteit van de journalistiek nog veel verder van huis.

Dit stuk verscheen eerder als blogpost op NOS.nl.

Al 5 reacties — discussieer mee!