Het beste krantenartikel dat ik de laatste tijd las, is het geruchtmakende Obama-artikel dat The New York Times een paar weken geleden publiceerde.

In een adembenemende reconstructie van 7000 woorden schetst de krant hoe Obama zich ontpopte tot een president die Guantánamo Bay legaliseerde, computervirussen losliet op Iran en robotvliegtuigen afstuurde op tientallen terroristen. Dronetje komt om z’n loontje.

Zou zo’n uitvoerig artikel eigenlijk nog denkbaar zijn in een Nederlandse krant? De kwaliteitskranten Trouw, de Volkskrant, NRC Handelsblad en Het Parool zijn immers geslonken tot knisperende tabloids. En in de slag om de lezer is diepgaande onderzoeksjournalistiek nu niet bepaald het belangrijkste waarmee men elkaar beconcurreert.

Oneliners
Integendeel, zou ik haast zeggen. In 1995 verschenen er in de dagbladen nog 66 joekels van artikelen van 4000 woorden of langer, in 2010 waren dat er nog maar 7.

In Het Parool, ooit vermaard om zijn bloedspannende misdaadjournalistieke reconstructies, heeft al acht jaar geen verhaal meer gestaan van 4000-woorden-plus. En NRC Handelsblad, dat ooit met het maandblad M het ene na het andere gezaghebbende onderzoeksartikel schreef, zag het monsterverhaal verdampen van 32 in 2006 tot nog maar 5 in 2009. Zesmaal minder in drie jaar tijd!

Zouden wij krantenmakers ons soms schamen voor omvang? Roepen we misschien iets te reflexmatig dat het kortkortkort moet? Hebben we gecapituleerd voor de waan van de dag, de jachtige oneliners en de hapklare cursiefjes?

Ik ben toch eens in de archieven van NRC, Trouw, Volkskrant en Parool gaan snuffelen. Hier ziet u wat er is geworden van de artikelen van 3000 woorden of langer:

Inderdaad, een hortende en stotende afname, met gemiddeld 6 artikelen minder per jaar (voor de liefhebbers: r-kwadraat=0,39).

Het is een afname met heel opvallende verschillen tussen de kranten. Je kunt het niet zomaar afschuiven op de invoering van de tabloids; eerder lijkt het erop dat er de afgelopen vijf jaar sprake is van een bredere trend, tégen het lange verhaal.

Neem NRC. Daar begonnen de megaproducties vanaf 2007 te verdwijnen, twee jaar vóór het einde van het maandblad M, en vijf jaar voor de invoering van de tabloids. Samen met Het Parool behoort NRC tegenwoordig tot de kranten met de minste journalistieke megaproducties.

Geluksvogel die ik ben: mijn eigen krant komt er nog het beste vanaf. Ook bij de Volkskrant nam het aantal reuzenproducties af, maar gelukkig dienden Volkskrant Magazine en de bijlage Vervolg als een veilig heenkomen voor de écht mooie megaproducties.

Zo kan ik, geheel objectief, vaststellen dat de Volkskrant momenteel kampioen is in het omvangrijke, reconstruerende journalistieke genre. In de eerste helft van 2012 had de Volkskrant 38 artikelen van 3000 woorden of langer; meer dan driemaal zo veel als de andere kwaliteitskranten bij elkaar. Wij van de Volkskrant adviseren de Volkskrant!

Wat natuurlijk niet wegneemt dat er wel wat aan de hand is. Op de een of andere manier is het lange verhaal uit de mode geraakt, waarschijnlijk precies vanwege dat ene: die lengte. Schrijven is schrappen! Ruimte is geld! Geen lezer zit te wachten op zo’n ellenlang verhaal!

Allemaal waar, maar wat de kranten daarbij vergeten, is de lange termijn. Nog steeds denk ik bij Het Parool aan dat prachtige verhaal dat Bart Middelburg ooit schreef over de ‘Godmother’ Thea Moear; nog altijd verwijs ik in gesprekken soms naar een artikel over ambtenaren dat ik járen geleden las in NRC’s bijlage M.

Spervuur
Als je het zo bekijkt is de journalistieke monsterproductie een diepte-investering: met frustrerend weinig invloed op de waan van de dag, maar met een gloed die nog vele jaren op een krant kan afstralen.

In een tijd waarin we steeds minder boeken lezen, en we worden bekogeld door een aanhoudend spervuur van snel en makkelijk nieuws, is er misschien meer dan ooit behoefte aan de doortimmerde journalistieke megaproductie. Zo rijk en goed geschreven als een boek, maar met de informatiesnelheid van vandaag.

Gaat u gewoon eens goed zitten voor het Obama-artikel, en oordeel zelf.

[Verantwoording: Voor de cijfers in dit stuk heb ik in het archief van De Persgroep gezocht op alle artikelen langer dan 2000 woorden sinds het jaar 2000, gesorteerd op woordlengte, en zo goed mogelijk ontdaan van zaken als bioscoopagenda’s en het overzicht van de lintjesregen. Ieder jaar heb ik in twee helften verdeeld. De cijfers van 2012 heb ik geëxtrapoleerd naar het hele jaar.]

Dit artikel verscheen eerder op het persoonlijke weblog van Maarten Keulemans op NWT Online.

Maarten Keuelmans

Maarten Keulemans is wetenschapsjournalist voor de Volkskrant.
Profiel-pagina
Al 3 reacties — discussieer mee!