Jongeren nemen nauwelijks tijd voor de krant.  De 26 minuten leestijd per dag voor de gemiddelde Nederlander halen ze bij lange na niet. Een flink deel van hun (vrije) tijd gaat op aan sociale media. Bovendien doen  jongeren vaak aan multi(media)tasking. Ze mailen, chatten, sms’en,  facebooken en whatsapp’en dat het een lieve lust is.  Uit tijdsbestedingsonderzoek [pdf] uit 2010 blijkt dat personen van 13-29 jaar 28% van hun mediatijd aan  meerdere  media  tegelijkertijd  besteden.

Er zit echter een schaduwzijde aan dit multitasken. Zo blijkt uit onderzoek [pdf] dat multitasken ten koste gaat van begrijpend lezen. De vraag is ook of multitasken van invloed is op de beslissing om met het lezen van een nieuwstekst in de krant te stoppen. Stoppen jongeren die multitasken eerder  met lezen dan jonge lezers die zich alleen maar op de  leestaak richten?

Fouten door multitasken
Uit onderzoek van de vakgroep  Kunstmatige Intelligentie & Cognitieve Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG)  blijkt  dat proefpersonen die meerdere opdrachten tegelijk uitvoeren  meer fouten maken. Bovendien reageren ze trager.  De verklaring is dat bij multitasken verschillende secties van de hersenen actief  zijn.

20 april 2012 is  Jelmer Borst gepromoveerd op onderzoek naar de effecten van multitasken. Hij toonde aan dat tegelijkertijd autorijden (in een simulator)  en hardop hoofdrekenen tot fouten leidt. In de uitzending Breingeheim van omroep Max op 17 mei 2011, is goed te zien dat de hersenen slecht kunnen omgaan met twee of meer taken tegelijk.

Get Microsoft SilverlightBekijk de video in andere formaten.

 

Multitaskend nieuws lezen

Bij wijze van proef is aan  106 eerstejaars studenten journalistiek (in de leeftijd van 17-23 jaar) van Fontys Hogeschool  in Tilburg gevraagd om een nieuwsbericht uit de krant te lezen. Het nieuwsbericht was in drie kolommen verdeeld en de regels waren genummerd.

De groep studenten werd gesplitst in ‘monotaskers’(60 studenten) en ‘multitaskers’ (46 studenten).

De multitaskers kregen in elke zin twee grammaticale tijden aangeboden.  Zij moesten al lezend beslissen welke tijd de juiste zou zijn in de context van het nieuwsbericht. Een voorbeeld van zo’n zin is de volgende: “Met zwaailichten kwam aanrijden / was komen aanrijden de politieauto bij de school, waar een woedende vader stond  die zei dat zijn zoon werd mishandeld / was mishandeld.”

Beiden groepen werd gevraagd  het nieuwsbericht te lezen en een streepje te zetten onder het woord waar ze stopten met lezen. Behalve het streepje onder het woord,moesten ze een cijfer bij het stopwoord zetten. De afspraak was om als  stopmotief  een 1 toe te kennen bij een moeilijk woord, een 2 bij niet-interessante informatie, een 3 bij herhaalde informatie en een 4 als de proeflezer op basis van een ander argument stopte.

In  totaal stopten  35  multitaskende lezers voortijdig, oftewel 76%. Van de 60 monotaskers stopten er 34 vroegtijdig met lezen, oftewel 57%. Dat is een verschil van 19%. Dat betekent dat de multitaskers vaker stoppen met lezen dan de niet-multitaskende lezers. Het resultaat van de toetsing van stoppende of doorlezende multitaskers en monotaskers  is  statistisch significant.

Tabel 1: Stopmomenten multitaskers en monotaskers bij lezen krantenbericht

Bij de multitaskers haakt eenderde van de lezers al in de eerste kolom af. In de tweede kolom zet nog eens ruim een derde een punt achter het lezen. Bij de groep monotaskers ligt het belangrijkste afhaakmoment in kolom 2. In beide groepen is het percentage afhakers in kolom 3 miniem, wellicht omdat op dat moment het volbrengen van de taak in zicht is.

Tabel 2: Stopmotieven monotaskers en multitaskers bij lezen krantenbericht

Het belangrijkste motief van de multitaskers om te stoppen met lezen is het niet-interessante karakter van de informatie. Bij de monotaskers is herhaling van informatie de belangrijkste reden om af te haken.

Het percentage van de multitaskers dat het bericht volledig leest (24%), komt overeen met bevindingen uit eerder gedaan eye tracking-onderzoek onder krantenlezers door Garcia en Stark. Hoewel Garcia en Stark andere manieren gebruikten om lezers af te leiden van hun leestaak – namelijk afwijkende lay-out, kleurenfoto’s, afwijkende lettertypes en grafieken waarin de rekenvaardigheden werden aangesproken – week de gemiddelde doorleesscore niet af van dit onderzoek onder eerstejaars studenten. In beide onderzoeken komt het aandeel doorlezers uit op 24%. Deze uitkomst wijst erop dat multitaskende  jongeren niet eerder of later stoppen dan de gemiddelde lezer die elke dag de krant ter hand neemt.

Conclusie

Op de vraag of multitaskers vaker met het lezen van krantenteksten stoppen dan monotaskers, is het antwoord ‘ja’. Van de multitaskende lezers stopt 76% voortijdig met lezen, terwijl dat bij de monotaskende lezers 57% is. Een verschil van bijna 20%.  Ook het stopgedrag is anders: Multitaskende lezers houden er eerder mee op: 33% in de eerste kolom, terwijl van de monotaskers slechts 13% in de eerste kolom afhaakt.

De beperking van dit onderzoek  is dat niet gekeken is naar begrijpend lezen van de beide leesgroepen. Achteraf is niet vastgesteld of de informatie door de multitaskende of de monotaskende groep beter of slechter is begrepen of is onthouden.  Het ging louter om stoppen of doorlezen.

Mogelijk  gaat het multitasken tijdens het lezen ten koste van de inspanning om de informatie te begrijpen.  Bij vervolgonderzoek kan worden achterhaald of de woorden van de dichter Martinus Nijhoff: “Lees maar, er staat niet wat er staat” voor beide groepen in dezelfde mate gelden of juist niet.

Al 2 reacties — discussieer mee!