Wie deze dagen naar de publieke omroep kijkt en luistert, kan weinig anders dan onder de indruk zijn. De Olympische Spelen zijn op zowel internet als radio en televisie een waar feest om te volgen. En niet alleen vanwege alle medailles, maar ook vanwege de professionaliteit en het enthousiasme dat ervan afstraalt.

Natuurlijk. De afzender is de NOS. Maar wie het spel in Hilversum goed volgt, weet dat alle omroepen een belangrijke rol spelen bij de ruimte die de NOS nu heeft.

Radio 1 – nieuwszender met veel omroepen als vaste bespeler – is deze dagen omgebouwd tot sportzender waarbij redacteuren van alle omroepen betrokken zijn. En alle omroepen met programma’s op Nederland 1 – de meest bekeken zender van Nederland – doen precies hetzelfde.

Je publiek negen weken geen houvast geven met je eigen programma’s en vaste tijdstippen is een groot offer. Het getuigt van visie en lef dat omroepen profilering van de eigen omroep ondergeschikt maken aan iets belangrijkers: eensgezind het publiek voorop stellen. Hoe heerlijk is het dat het enthousiasme van deze toernooien zowel thuis als in de auto op alle momenten kan worden meebeleefd. En dan heb ik het nog niet eens over de talloze livestreams die de hele dag op internet beschikbaar zijn.

Pleidooi

Dat ik hier even bij stil sta heeft een belangrijke reden. In het afgelopen jaar heb ik mij een aantal malen afgevraagd of we met elkaar nog wel goed snappen wat hier aan de hand is. Ik ga – kortom – een warm pleidooi houden voor dit prachtige bestel. Een bestel dat het – vanwege chagrijnige politiek en in paniek verkerende uitgevers – steeds moeilijker krijgt en dat moet stoppen.

Dit bestel heeft, als één van de hele weinige in de wereld, het lef gehad om zijn wortels te laten groeien in het publiek. Dat hebben we wettelijk verankerd en komt er kortgezegd op neer dat iedereen met een opvatting en 50.000 volgers/delers van die opvatting serieus genomen wordt en toegang krijgt tot het publieke hoofdpodium van Nederland om te laten zien en horen wat hem of haar beweegt. Wauw!

Makerscultuur

Dat heeft ons een sterk publiek bestel opgeleverd waarop programma’s te zien zijn die door kijkers gewaardeerd worden. En dat niet alleen. De ideologische verschillen en de drang van omroepen om zich ten opzichte van elkaar te profileren heeft ons een creatieve en competitieve makerscultuur opgeleverd. Nederland is – op Engeland en Amerika na – de grootste exporteur/leverancier van nieuwe programma-ideeën.

Die makerscultuur – geworteld in onze verschillen – heeft Nederland tevreden publiek, een goede internationale reputatie en Talpa, Eyeworks en Endemol opgeleverd. Bedrijven die internationaal toonaangevend zijn en economisch voor Nederland van grote waarde. We kunnen goed nieuwe programma’s bedenken en we zijn bovendien goed in het tegen lage kosten produceren van die programma’s.

Nieuwsvoorziening

Maar het belangrijkste is misschien wel dat de publieke omroep een vaste waarde blijkt in een periode dat het hele ecosysteem van informatie om dreigt te vallen. Kranten zijn in de problemen gekomen en de digitalisering veroorzaakt problemen rond het verdienmodel van media. Dat en de virale wijze waarop berichten zich verspreiden maakt journalistieke controle steeds moeilijker.

De publieke omroepen besteden aandacht aan onderzoeksjournalistiek en doen er veel aan om de kwaliteit van het nieuws en de verspreiding van dat nieuws op peil te houden. En met succes. Ook wordt samen met lokale en regionale omroepen in het publieke domein gekeken waar omroepen elkaar kunnen versterken en hoe redactioneel kan worden samengewerkt.

Omwille van een goede berichtgeving wordt ook samengewerkt met commerciële uitgevers. Die mogen nieuwsbeelden van de publieke omroep op hun website(s) plaatsen en hoeven daarvoor niet te betalen. Ook kon de printsector recent – met 8 miljoen euro die bij de publieke omroep verdiend is – nieuwe innovaties uitproberen om daarmee hun marktpositie verstevigen.

Politieke rendement

Het politieke rendement van al deze inspanningen is vooralsnog twijfelachtig. Naast een aantal fikse bezuinigingen moet de publieke omroep met haar rug naar de toekomst gaan staan. Ze mag geen nieuwe wegen verkennen, alvorens zich te hebben onderworpen aan een markttoets. Wild samengevat: de publieke omroepen mogen alleen nog dingen doen die commerciële partijen niet interessant vinden.

YouTube (van Google) heeft zijn krachten rond nieuwsvoorziening inmiddels ontdekt en stopt tientallen miljoenen in het ontwikkelen en produceren van nieuwe content. Op dit moment heeft een bedrijf als Apple of Google genoeg geld (en publiek) om voor drastische verschuivingen te zorgen die het Nederlandse medialandschap in heel korte tijd ingrijpend doen veranderen. Nu staan we er met elkaar bij en kijken er naar.

Krimpende budgetten

En dat terwijl de ontwikkelingen op dit moment reden voor zorg zijn. De GPD verdwijnt, ANP heeft het moeilijk, programmaredacties worden kleiner en het nieuws moet sneller over meerdere platforms verspreid worden. Lokale nieuwsvoorziening (problemen Wegener en doorgifte lokale omroepen) droogt op. Krimpende budgetten bij zowel commerciële als publieke media.

Wordt het niet hoog tijd om alle Nederlandse ‘mediahanden’ – commercieel, publiek en politiek – ineen te slaan? Om het grote plaatje van een pluriforme en onafhankelijke berichtgeving leidend te maken bij het zoeken naar nieuwe mogelijkheden? Zodat we weer kansen gaan zien in plaats van vijanden? Volledig in de geest van de Olympische gedachte? Ik ga weer snel kijken en luisteren!

Al 2 reacties — discussieer mee!