De ontmaskering van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong als dopingzondaar, doet sommigen ook twijfelen aan de rol van sportjournalisten. Zo vroeg NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch zich op Twitter af: “Is het schandaal rond Armstrong niet dé ultieme kaakslag voor de sportjournalistiek? Zien, horen, zwijgen?” De Nieuwe Reporter legde die vraag voor aan enkele wielerjournalisten. Oud-wielerverslaggever Jaap Stalenburg typeert de wielerwereld als de wereld van de Omerta: met praters wordt keihard afgerekend.

Eigenlijk is wielrennen de sport van de kleine katholieke valsspelers. Af en toe een wedstrijdje verkopen. Brede ellebogen en duwen en trekken in de eindsprint. Al ver voor de Tweede Wereldoorlog stopten de groten in het cyclisme wat amfetamine in het lijf en wonnen de Tour. Grote Nederlandse wielerhelden als Joop Zoetemelk en Adrie van der Poel zijn tenminste een keer in hun carriere betrapt. ik zie de verontwaardigde hoofden nog voor me als Mart  Smeets hun de onvermijdelijke vraag stelde. Nee hoor, een hoestdrankje meer niet. Wielrennen is de sport van biechten, 10 weesgegroetjes en het kleine bedrog begint opnieuw.

De publieke opinie lag in de vorige eeuw niet wakker van een dopingschandaaltje meer of minder. So what. Bij Studio Sport liepen de medewerkers van de postkamer een hernia op van het bezorgen van eindeloze scheldbrieven voor die brutale Mart Smeets, die durfde zo maar onze Joop kritisch durfde te bevragen.

Pek en veren

Nog zoiets: in de Tour de Dopage van 1998 werd Festina met de Franse held Richard Virenque uit de Tour gezet. Met pek en veren. De heren moesten in Lyon zelfs een nacht doorbrengen in hetzelfde cellencomplex waar in de Tweede Wereldoorlog de Duitse oorlogsmisdadiger Klaus Barbie Franse verzetsstrijders dood martelde. Het kitscherige horlogemerk Festina verkocht nog nooit zoveel klokjes als in het dopingjaar en de populaire Virenque werd een held in La Douce France. Zegt u het maar.

In de sportjournalistiek is het toch al dagelijks worstelen met de waarheid en in de wielerjournalistiek helemaal. Het is de wereld van de Omerta. Met praters wordt keihard afgerekend. Bijna de wetten van de maffia. Weer een verhaal uit de oude doos: toen Jan Raas in 1979 in Valkenburg wereldkampioen werd, liet hij zich op de Cauberg behendig naar boven duwen. Smeets merkte daar terecht iets over op en werd maandenlang door het Nederlandse wielerpeloton doodgezwegen. Zo zijn de manieren daar.

Doodvonnis

Zelf kwam ik als journalist voor RTL Sport en een van de makers van het RTL Tournieuws aan het begin van de EPO-jaren in de Tour. Kende het cyclisme een beetje en ontdekte al snel de keiharde wetten: praten over doping is het doodvonnis voor renner en journalist. De eerste krijgt geen contract meer en de tweede de collectieve woede van gans het peloton. Ik heb nog steeds respect voor de wijze waarop bijvoorbeeld Frits Barend en Henk van Dorp de dopingaffaires rond Gert Jan Theunisse en Steven Rooks hebben onderzocht. Het leidde alleen vooral tot een woedend peloton en veel juridisch gehakketak.

Natuurlijk hoorden we wel eens wat. Zagen we merkwaardige infuus-installaties de rennershotels ingaan. Een enkeling keek wel eens in een vuilnisbak. We leerden leven met de Omerta en de dreiging van boycotten. Journalisten hebben niet zo heel veel middelen om dopinggebruik bij sporters aan te tonen. Ze mogen geen invallen doen in rennershotels. Ze kunnen niet de beste laboratoria van de wereld inschakelen en weten tijdens hun onderzoek niet of hun hoofdredacties niet bezwijken onder juridische druk en ook bij grote druk uit de wielerwereld hun rug recht houden. Wielerjournalistiek was de afgelopen jaren niet eenvoudig voor wie op jacht was naar de waarheid.

Intimidatie

Natuurlijk kwam ook bij mij het Lance Armstrong-rapport van de USADA als een mokerslag aan. Ik geef eerlijk toe meer geschrokken te zijn van de wereld van intimidatie en grove misleiding rond de Amerikaan dan van de dopingfeiten. De getuigenverklaringen van zijn voormalige knechten zijn indrukwekkend in hun eenvoud. Maar moet nu ook de journalistiek ter verantwoording geroepen worden? Voor het overgrote deel zeker niet. Met Raymond Kerckhoffs van De Telegraaf als absolute koploper en AD, Volkskrant, NRC en NuSport als goede medekoplopers hebben we in Nederland een voortreffelijke generatie wielerjournalisten. Dat gezegd hebbende vind ik de opmerkingvan de hoofdtedacteur van het NRC over de kwaliteit van de wielerjournalistiek ronduit schandalig.

De afgelopen jaren is bij de meeste kranten fors ingeleverd op de redactiebudgetten. Ruimte voor tijdrovende research is er niet meer en de concurrentiestrijd wordt gevoerd op de waan van de dag. Sportjournalisten worden afgerekend op primeurs en zijn meer relatiebeheerders geworden dan kritische volgers. Er zijn bladen en kranten waar de hoofdredactie sportredacteuren afrekent op grote namen in de iPhone. Verder dreigt bij ieder dopingonderzoek een langdurig juridisch vervolg waarbij de kranten op hoge kosten worden gejaagd.

Sportjournalisten die in de doping duiken lopen een aanzienlijk afbreukrisico. Blijft Peter Vandermeersch dan achter zijn mensen staan? In het buitenland hebben Sunday Times en L’Equipe ook de harde bewijzen tegen Armstrong niet kunnen leveren. Ondanks jarenlang onderzoek. Voor mij zit de journalistiek dus niet in de beklaagdenbank na Armstrong. De echte schuldigen zijn de bestuurders, ploegleiders en sponsoren die tientallen jaren lang een pervers systeem in stand hebben gehouden met een Omerta die te groot was voor de journalistiek. Wie wil weten hoe dat systeem werkte verwijs ik graag naar de zaterdagkranten: een voortreffelijke Bert Wagendorp in De Volkskrant en Peter Winnen in NRC.

Lees ook
Andere afleveringen in de serie ‘Kaakslag voor de sportjournalistiek?’

Al 8 reacties — discussieer mee!